Motorenfabriek Thomassen De Steeg: verschil tussen versies

 
==Ontstaan==
Een van de zonen van molenaar en stoomwerktuigenfabrikant Willem George Frederik Thomassen (Rheden, 1803 – Linschoten, 1881), Geurt (Arnhem, 1837-1928), begon omstreeks 1885 een smederij en reparatiewerkplaats in de Rodenburgstraat in [[Arnhem]]. De Rodenburgstraat is in de [[Tweede Wereldoorlog]] geheel vernield. De eerste werkzaamheden van het bedrijf hadden te maken met windmolens en met de spoorwegen. Voor het [[Billen (molen)|scherpen van molenstenen]] ontwierp hij een machine, die aan molenaars in heel Nederland geleverd werd. Later werden complete maalinrichtingen aangeboden, vaak voorzien van een [[stoommachine]]. In 1892 verhuisde het bedrijf naar een groter pand in de Weerdjesstraat in Arnhem. Als compagnon werd P.W. van Rossum in het bedrijf opgenomen. De naam van het bedrijf was toen Thomassen en Co. In 1893 kwam een neef van Geurt Thomassen, Willem George Frederik (Frits) Thomassen (1879) bij het bedrijf van zijn oom te werken. Ook neef Gerrit (de broer van Frits) kwam in dienst van het bedrijf. In 1897 werkten er circa 18 arbeiders bij het bedrijf, een aantal dat redelijk snel toenam tot 120 in 1919. De oprichter en naamgever verliet in 1910 het bedrijf, het stond daarna tot 1925 onder leiding van O. Gunning met Frits Thomassen als mededirecteur.
 
== Groei ==
In 1922 vond de verhuizing naar [[De Steeg (Gelderland)]] plaats. Daar verkreeg het bedrijf een aaneengesloten terrein van ruim 10 ha.met eigen spooraansluiting en volop de ruimte om verder te groeien. maar de verwerving en nieuwbouw bracht een drukkende schuldenlast teweeg, waarbij de [[Bataafse Petroleum Maatschappij]] de helpende financiële hand toestak, in ruil voor een aanzienlijk belang. In de jaren dertig viel de afzet ver terug wat deels gecompenseerd werd door het maken van bussen, onder meer in automobielcylinders en tandradpompjes voor de kunstzijde-industrie. De wederopbouw bracht weer een grote opbloei. Midden jaren vijftig telde Thomassen een 700 werknemers.
 
==Producten==
; Gasgeneratoren : Om te voldoen aan de vraag naar brandstofgas voor [[gasmotor]]en ging Thomassen [[gasgenerator]]en van het merk [[Simplex (Birmingham)|Simplex]] (Engels) en later [[Pierson (geslacht)|Pierson]] (Nederlands, geproduceerd in Frankrijk) leveren. Thomassen ontwikkelde ook een eigen gasgenerator. In de oorlogsjaren 40-45, toen er geen benzine te krijgen was, werd dit product weer populair. De motoren zogen het gas zelf aan, vandaar de naam zuiggasgenerator.
; Zuigercompressoren : Thomassen begon met het ontwikkelen van [[zuigercompressor]]en voor de [[Bataafse Petroleum Maatschappij]] ([[Bataafse Petroleum Maatschappij|BPM]], later [[Royal Dutch Shell|Shell]]). De eerste compressor werd in 1921 afgeleverd. De productie van zuigercompressoren is zeer succesvol gebleken en vindt nog steeds plaats. De grootste compressoren nemen een vermogen op van meer dan 13.000 [[kilowatt|kW]]. Thomassen heeft een licentiehouder voor de zuigercompressoren in Japan; [[Mitsui Engineering & Shipbuilding]]. Er zijn meer dan 1500 compressoren afgeleverd.
; Centrifugaalcompressoren : Op basis van een licentie,in 1955 verkregen licentie van Carrier te [[Syracuse (New York)]] (later [[Elliott (motorfiets)|Elliott]]) bouwde Thomassen zeer succesvol [[centrifugaalcompressor]]en voor de olie- en gasindustrie. Deze compressoren werden gemaakt voor de hoogste drukken die nodig zijn in [[kraakinstallatie]] of bij het werk op olie- en gasvelden die onder hoge druk staan. Wegens verslechtering van de markt trok Elliott in 1988 de licentieovereenkomst in. [[Howden Thomassen Compressors]] levert nog wel reservedelen en service voor centrifugaalcompressoren.
; Stoomturbines : Eveneens onder licentie van Elliott werden vele kleine [[stoomturbine]]s gebouwd. Deze eenvoudige stoomturbines spelen een belangrijke rol in de petrochemie, als aandrijvers of noodaandrijvers van [[pomp (machine)|pomp]]en en [[ventilator]]en, maar ook wel als startmachines van grote [[gasturbine]]s. Later verkreeg Thomassen een licentie van [[General Electric]] voor het bouwen van grotere stoomturbines die veelal werden ingezet bij warmtekrachtcentrales ([[WKC]]) of bij Stoom- en gasturbinecentrales ([[STEG]]).
; Gasturbines : Thomassen begon in 1958 met het bouwen van [[Westinghouse]]gasturbines onder een licentieovereenkomst met Westinghouse. Toen deze overeenkomst wegens de fusie met [[Rijn-Schelde-Verolme|RSV]] niet meer mogelijk was verkreeg Thomassen een licentie voor het bouwen van General Electric ([[General Electric|GE]]) gasturbines. Deze overeenkomst heeft tot 1999 geduurd. In totaal heeft Thomassen 263 zware industriële gasturbines (Heavy Duty, HD) afgeleverd in vermogens tussen 11 [[Megawatt|MW]] en 125 MW. Vanaf 1985 begon Thomassen met de levering van LM gasturbines. Deze lichte machines voor Land en Marine zijn afgeleid van een [[vliegtuigmotor]]. Hoewel de machine zelf door GE in Amerika werd gebouwd, was Thomassen verantwoordelijk voor het gehele ontwerp en de bouw van de installatie ("packaging" genoemd), vaak een WKC met een [[stoomketel]], een stoomturbine en een generator. Ook deze productie eindigde in 1999, na het leveren van 38 installaties in vermogens tussen 14 MW en 43 MW. Op de Heavy Duty gasturbines wordt nog steeds service verleend, door [[Ansaldo Thomassen]] in Rheden, Gld. De service op LM-gasturbines is door [[GE Energy Europe]] in 2015 verplaatst naar [[Brindisi (stad)|Brindisi]], Italië.
936

bewerkingen