Julius Katchen: verschil tussen versies

35 bytes verwijderd ,  2 jaar geleden
k (Wikipedia:Stemlokaal/Modificatie Amsterdamconstructies, jaartallen ontlinkt per WP:LINK, spelling met AWB)
Katchen kwam uit een muzikale familie. Zijn grootouders gaven les op de conservatoria van [[Warschau (hoofdbetekenis)|Warschau]] en [[Moskou (hoofdbetekenis)|Moskou]], zijn moeder was pianiste en zijn vader amateur [[violist]].
 
Op 10-jarige leeftijd maakte hij zijn publieke debuut in [[Newark (New Jersey)|Newark]] met [[Wolfgang Amadeus Mozart|Mozart]]'s Piano Concerto in d-mineur K. 466. Een jaar later speelde hij hetzelfde [[concert (uitvoering)|concert]] met het [[Philadelphia Orchestra]] o.l.v. [[Eugene Ormandy]] aan de Philadelphia Academy of Music en een maand later, op 22 november in [[Carnegie Hall]], met het [[New York Philharmonic]] o.l.v. [[John Barbirolli]]. [[Howard Taubman]] schreef destijds in de [[New York Times]]: “Hij droeg een pak wat elk 'wonderkind' op zijn leeftijd zou dragen: een wit overhemd met lage boord, korte broek tot aan de knieën en zwarte schoenen en sokken. Terwijl hij ongeduldig op zijn beurt zat te wachten, wreef hij met zijn handen over zijn knieën. Zijn vingers waren snel, zeker en doeltreffend. Wat kun je nog meer verwachten van een jongen van 11?”. In juli 1939 speelde hij het [[Robert Schumann|Schumann]] [[Pianoconcert (Schumann)|pianoconcert in a-mineur Op. 54]] in het [[Lewisohn Stadium]] met het New York Philharmonic o.l.v. [[Efrem Kurtz]].
Katchen leidde het leven van een muzikaal wonderkind: alle vakken werden hem thuis onderwezen. Toen hij veertien was, stuurde zijn vader hem naar de middelbare school en het piano spelen en de openbare optredens werden op een lager pitje gezet. Na de middelbare school ging Katchen naar het [[Haverford College]] in [[Pennsylvania]], waar hij in 1946 afstudeerde met een graad in de [[filosofie]]. In 1946 kreeg Katchen samen met vier andere Amerikanen een beurs aangeboden door de Franse regering.
In hetzelfde jaar concerteerde hij veel met [[Beethoven (hoofdbetekenis)|Beethoven]]'s 5e Pianoconcert, [[Pjotr Iljitsj Tsjaikovski|Tsjaikovski]]'s 1e Pianoconcert in Bes klein Op. 23, Schumanns Pianoconcert in a-mineur Op. 54 en [[George Gershwin|Gershwin]]s [[Rhapsody in Blue]]. In april 1947 debuteerde hij met het [[Wiener Philharmoniker]] o.l.v. [[Otto Klemperer]] en in het voorjaar van 1947 gaf hij concerten in negen Europese hoofdsteden met op het eind van het jaar een tournee door de Verenigde Staten van Amerika.
 
Vanaf 1947 vestigde Katchen zich definitief in Parijs. In 1962 vertelde Katchen in een interview daarover: " Toen het er op aankwam om een carrière op te bouwen, bood Europa meer mogelijkheden dan de Verenigde Staten: ik kon meer concerten geven en er was een betere omgeving om me te ontwikkelen". Hij maakte concerttournees over alle 6 [[continenten]]. Zijn uithoudingsvermogen en ambitie gaven hem de mogelijkheid om soms meer dan honderd concerten per seizoen te geven. Zo speelde hij bijvoorbeeld in april 1964 de volledige [[solo (muziek)|solo]] (piano)muziek van Brahms in vier recitals in [[Wigmore Hall]] te Londen. Hij herhaalde deze cyclus in Cambridge (Engeland), New York, Berlijn en Amsterdam. Hij speelde veel muziek van de Russische virtuoze school evenals Beethoven en [[Johannes Brahms|Brahms]].
De Amerikaanse [[componist]] [[Ned Rorem]] componeerde zijn tweede piano sonate speciaal voor Katchen. De wereldpremière was in Parijs in 1952, gespeeld door Julius Katchen.
 
Katchen maakte al zijn plaatopnames voor [[Decca Records]] in 20 jaar tijd, tussen 1949 en 1969. Hij was de eerste artiest die een [[langspeelplaat|lp]] uitbracht met een solo stuk voor piano, de Sonate in f-mineur Op.5 van Johannes Brahms en hij was de eerste artiest die een lp uitbracht met een pianoconcert, het Tweede Pianoconcert van Sergei Rachmaninov. In de loop van de jaren 60 nam Katchen het volledige oeuvre voor solopiano van Brahms op. Deze opnames gelden nog steeds als onovertroffen. Naast de complete pianomuziek van Brahms nam Katchen ook de 3 [[Sonates voor viool en piano]] van Brahms op met [[Josef Suk]] en er waren plannen om de 3 [[pianotrio]]'s van Brahms met Josef Suk en [[János Starker]] op te nemen.
 
Alle registraties van Katchen zijn nog steeds verkrijgbaar op [[compact disc|cd]].
Een bijzondere registratie is die van [[Benjamin Britten]]’s [[Diversions for piano (left hand) & Orchestra]]. Britten – die het werk geschreven had in 1941 in opdracht van [[Paul Wittgenstein]] – verzocht Katchen als solist in een opname van het werk onder leiding van hemzelf.
 
Katchens laatste publieke optreden was op 12 december 1968 met het [[London Symphony Orchestra]] met het [[Concerto pour la main gauche]] van [[Maurice Ravel|Ravel]] en zijn laatste registratie was 11 december 1968 tijdens een show van twee dagen georganiseerd door de [[Rolling Stones]], getiteld: [["The Rolling Stones Rock and Roll Circus"]], inmiddels op [[dvd]] verkrijgbaar, waarop hij de Ritual Fire Dance uit [[El Amor Brujo]] van [[Manuel de Falla|De Falla]] en het eerste deel van de Sonate voor Piano nr.16 in C-majeur, KV 545 van [[Wolfgang Amadeus Mozart|Mozart]] speelt.
 
Katchen stierf op 29 april thuis in Parijs op 42-jarige leeftijd aan [[leukemie]].
299

bewerkingen