Nederlandse adel: verschil tussen versies

Verwijderde inhoud Toegevoegde inhoud
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1:
[[Bestand:Het adelsdiploma van de Bye.jpg|thumb|300px|Het adelsdiploma voor de familie [[De Bye]], rond 1830.]]
 
Hoewel de adelstand in 1848 staatsrechtelijk afgeschaft is, kent het [[Koninkrijk der Nederlanden]] nog steeds [[adel (klasse)Adel|adellijke personen]], waarbij het voeren van adellijke titels en predicaat wettelijk beschermd is. Anders dan in België, Spanje en het Verenigd Koninkrijk groeit de adel in Nederland bijna niet. Nederland kent, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, een in de [[Wet op de adeldom]] vastgelegd adelsrecht. In [[Koninklijk Besluit|Koninklijke Besluitbesluit]]en werd vastgelegd dat de adellijke titels en het predicaat in officiële documenten, zoals trouwaktes en reisdocumenten, moeten worden vermeld;. daartoeDaartoe worden [[adelslijst]]en gepubliceerd zodat ambtenaren op de hoogte zijn welke geslachten van adel zijn.
 
== Geschiedenis ==
Regel 7 ⟶ 8:
 
=== Koninkrijk Holland ===
Koning [[Lodewijk Napoleon Bonaparte|Koning Lodewijk Napoleon]] van Holland heeft als eerste vorst voor de Noordelijke Nederlanden een wettelijke regeling getroffen omtrent de adel. Tegen de wil van zijn broer, [[Napoleon Bonaparte|Napoleon]] I]] van Frankrijk begon hij de adel nieuw leven in te blazen door oude adel te erkennen en nieuwe te creëren.
 
Belangrijk is dat aan de verleende titels jaargelden, gekapitaliseerd in vaste goederen, verbonden waren. Deze titels werden bij Koninklijk Besluit, of bij geheim besluit verleend. Ten aanzien van de verleende titels kan nog het volgende worden vermeld: zij zijn ontleend aan territoria die aan het grondgebied van Lodewijks Koninkrijk waren toegevoegd. Deze titels zijn niet allemaal door de Nederlandse regering erkend.
Regel 43 ⟶ 44:
 
=== Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ===
Het merendeel van de [[Nederland]]se adel is gecreëerd door koning [[Willem I der Nederlanden|koning Willem I]] gecreëerd. Nadat [[Napoleon Bonaparte|Napoleon]] verslagen was, werd op het [[Congres van Wenen]] (1815) besloten dat het nieuw opgerichte [[Verenigd Koninkrijk der Nederlanden]] de familie [[Monarchie in Nederland|Van Oranje-Nassau]] tot staatshoofd kreeg. In de Grondwet van 1814 werd bepaald dat de Souvereine Vorst (na de Grondwet van 1815: de Koning) in de adelstand erkent, inlijft of verheft. De regeling daartoe werd vastgelegd in het [[Souverein Besluit]] van 13 februari 1815 dat grotendeels tot de inwerkingtreding van de Wet op de adeldom van 1994 van kracht is gebleven. Ter ondersteuning van de kersverse Kroon heeft Willem I veel adel gecreëerd. Men moest er wel om vragen. Hier werd gebruik van gemaakt door oude, inheemse adel en bijvoorbeeld regentengeslachten en leden van de hogere burgerij.
 
Op 4 oktober 1830 werd in Brussel de onafhankelijkheid van de Zuidelijke Nederlanden uitgeroepen, op 20 december 1830 werd de nieuwe staat, België, door de grote mogendheden erkend, en België kreeg zijn grondwet op 7 februari 1831. Na een Belgische wet van 22 september 1835 konden door Willem I geadelde Zuidnederlanders kiezen (opteren) voor de Belgische nationaliteit; zij gingen daarmee over tot de Belgische adel. Maar de voor 7 februari 1831 onder Willem I geadelde personen en hun nakomelingen worden ''ad infinitum'' geacht (ook) tot de Nederlandse adel te behoren.
 
Vóór de [[Grondwetsherzieninggrondwetsherziening van 1848|grondwetswijziging]] vandoor [[Johan Rudolph Thorbecke|Thorbecke]] van [[1848]] bezat de adel nog daadwerkelijk wettelijke bevoegdheden, zoals het kiezen van leden van de [[Provinciale Staten (Nederland)|Provinciale Staten]] als vertegenwoordigers van de [[Ridderschap (instituut)|ridderschappen]]. De Provinciale Staten kozen op hun beurt dan weer de leden van de [[Tweede Kamer der Staten-Generaal]]. Omdat de Provinciale Staten veel adellijke leden hadden, waren er bijgevolg ook veel adellijke Tweede Kamerleden. De [[Eerste Kamer der Staten-Generaal|Eerste Kamer]] werd benoemd door de [[Koning (titel)|Koning]] en bestond volledig uit adel en daarom ook wel ''Ménagerie du Roi'' genoemd.
 
== Huidige regelgeving (sinds de Wet op de adeldom 1994) ==
Heden ten dage kan adeldom alleen aan een Nederlander verleend worden door erkenning, verheffing, inlijving of bij naamwijziging.
Adeldom in Nederland vererft langs mannelijke lijn, waarbij het predicaat of titel is verbonden aan de geslachtsnaam van de vader. Adeldom wordt niet beheerst door het naamrecht, maar richt zich er wel naar. Was het adelsrecht voorheen alleen een traditioneel gewoonterecht, sinds 1 augustus 1994 is deze ook in de Nederlandse wet van kracht door de in de ‘Wet op de Adeldom’ vastgelegde regels. Deze wet regelt aan wie of wanneer aan iemand adeldom verleend kan worden. Sinds de wijziging van het naamrecht in 1997 is het adelsrecht ondergeschikt aan het naamrecht.
 
=== Erkenning ===
Het is nog steeds mogelijk om als Nederlander opgenomen te worden in de Nederlandse adel door middel van de zogenaamde [[Erkenning (adel)|'erkenning']]. Men dient hiertoe zelf een verzoek in te dienen. In geval van erkenning wordt iemand opgenomen in de adel omdat bewezen is dat de persoon behoort tot een geslacht dat voor [[1795]] tot de inheemse adel behoorde. In praktijk komt dit echter bijna niet meer voor. Het is immers lastig te bewijzen en bovendien behoren de meeste adellijke geslachten van vóór 1795 reeds tot de Nederlandse adel. De laatste 'erkenning' van een familie behorende tot de Nederlandse adel betrof het geslacht [[Van Lawick]] (Koninklijk Besluit van 29 juli 1893 nr. 44).<ref>[http://www.hogeraadvanadel.nl/adeldom-familienamen Adeldom: Familienamen] - website van de [[Hoge Raad van Adel]]</ref> Totaal zijn 23 geslachten in de Nederlandse adel door erkenning opgenomen (telling 2012).
 
==== Erkenning door benoeming in de ridderschappen 1814-1816 ====
In de periode 1814–1816 werden verschillende personen benoemd in de ridderschappen hetgeen van rechtswege adeldom met zich bracht. Deze benoemingen zijn op te vatten als een vorm van erkenning daar het hier (op een enkele uitzondering na) benoeming betrof van hen die voor 1795 al in een ridderschap gezeteld hadden, dan wel van een afstammeling van diegenen. Na circa 1816 werd in vacatures in de ridderschappen voorzien door admissie van hen die reeds geadeld waren, en was die admissie derhalve niet meer een erkenning van adeldom. Totaal zijn 182 geslachten in de Nederlandse adel door benoeming opgenomen, waarvan 181 tussen 1814 en 1817.
 
Regel 66 ⟶ 67:
Sinds de Wet op de Adeldom van 1994 heeft deze praktijk een wettelijke basis gekregen. Hierin is opgenomen dat verheffing in de adel alleen nog kan plaatsvinden bij leden van het [[Koninklijk Huis (Nederland)|Koninklijk Huis]] en van voormalige leden daarvan binnen drie maanden na verlies van het lidmaatschap van het Koninklijk Huis. De verlening van de titels [[Prins der Nederlanden|Prins(es) der Nederlanden]] en [[Prins van Oranje-Nassau|Prins(es) van Oranje-Nassau]] worden ook nog eens apart geregeld via de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis.
 
Gelet op de Wet op de Adeldom is bij Koninklijk Besluit van [[25 januari]] [[2002]] (nummer 41) bepaald dat [[Máxima Zorreguieta]] met ingang van het tijdstip van de voltrekking van het huwelijk met de [[Willem-Alexander der Nederlanden|Prins van Oranje]] in de adel werd verheven waarbij haar de titels ''Prinses der Nederlanden'' en ''Prinses van Oranje-Nassau'' werden toegekend met het predicaat ''Koninklijke Hoogheid''.<ref>[https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2002-41.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dStaatsblad%26vrt%3dM%25c3%25a1xima%2bZorreguieta%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26sdt%3dDatumUitgifte%26pnr%3d1%26rpp%3d10&resultIndex=0&sorttype=1&sortorder=4 Koninklijk Besluit, 25 januari 2002, nummer 41] - [[Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden]]</ref> Prinses Máxima is hiermee de Nederlander die het laatst werkelijk verheven is in de Nederlandse adel.<ref>[http://www.hogeraadvanadel.nl/adeldom Verheven, ingelijfd of erkend in de Nederlandse adelAdeldom] - Officiële website van de [[Hoge Raad van Adel]]</ref> Zij voert deze titels dus op eigen basis en niet 'slechts' ''en titre courtoisie''.
 
De laatste 'verlening' van een nieuwe adellijke geslachtsnaam en erfelijke titel vond plaats ten aanzien van [[Friso van Oranje-Nassau van Amsberg|prins Friso van Oranje-Nassau]]. Bij Koninklijk Besluit van 19 maart 2004, nr. 126 is bepaald dat de prins en zijn nakomelingen behoren tot de adel onder de naam ''[[Van Oranje-Nassau van Amsberg]]'' met de [[Titels Nederlandse koninklijke familie|titel]] ''graaf (gravin) van Oranje-Nassau'' en het [[Predicaat (titel)|predicaat]] ''jonkheer (jonkvrouw) van Amsberg''. De prins mocht de titel Prins van Oranje-Nassau behouden als persoonlijke titel met het persoonlijke predicaat Koninklijke Hoogheid.<ref>[https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2004-126.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dStaatsblad%26vrt%3dFriso%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26jgp%3d2004%26sdt%3dDatumUitgifte%26pnr%3d1%26rpp%3d10&resultIndex=0&sorttype=1&sortorder=4 Koninklijk Besluit, 19 maart 2004, nummer 126] - Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden</ref> De overleden prins Friso behoorde en zijn kinderen behoren wel tot de Koninklijke Familie maar niet tot het Koninklijk Huis.
 
Totaal zijn 253 geslachten in de Nederlandse adel door verheffing opgenomen (telling 2012) waarvan 252 van voor 1941.
 
=== Inlijving ===
Personen kunnen, volgens artikel 2. lid 3. van de Wet op de adeldom nog slechts opgenomen worden in de Nederlandse adel door middel van [[Inlijving (adel)|'inlijving']] als dit samen gaat met naturalisatie. Hierbij is bewezen dat men behoort tot een buitenlands adellijk geslacht dat van een staat met een vergelijkbaar adelsstatuut als dat van Nederland. De facto komen alleen adellijke geslachten uit Belgie, Denemarken, Spanje en Zweden in aanmerking. De persoon dient een verzoek tot inlijving gedaan te hebben, samen met:
# verzoek tot verlening van Nederlanderschap;
# afleggen van de verklaring te verkrijging tot Nederlanderschap door optie; en
# het hebben van de meerderjarigheid bij verkrijging van de Nederlanderschap (indien de vader van de verzoeker niet het Nederlanderschap heeft verkregen).
 
Inlijving van personen die al Nederlander zijn, zoals vroeger, is niet meer mogelijk, maar voor hen werd een overgangsbepaling ingevoerd, die de mogelijkheid bood om nog gedurende vijf jaren een verzoek tot inlijving zonder gelijktijdige naturalisatie in te dienen .
 
Na de uitwerking in 1999 van deze overgangsbepaling is slechts één verzoek tot inlijving gehonoreerd. In 2001 werd aan één lid van het Belgische adellijke geslacht [[Prisse (geslacht)|Prisse]], Eduardus Petrus Alphert Prisse, te [[Baambrugge]] geboren te Ukkel (België), inlijving verleend met titelhomologatie van baron bij eerstgeboorte. Zijn directe voorvader was door koning [[Leopold I van België]] in 1844 verheven in de Belgische adel met titel van baron bij recht van eerstgeboorte. In de Nederlandse adel dus eveneens bij eerstgeboorte.<ref name=veertiende>[http://www.hogeraadvanadel.nl/veertiende_adelslijst.pdf Veertiende adelslijst, 26 januari 1822] – Hoge Raad van Adel. (pdf)</ref><ref name=bijl3/>
 
==== Overgangsbepaling inlijving (artikel 8) ====
Regel 87 ⟶ 88:
Van de verzoeken gedaan voor 1 augustus 1999 op grond van artikel 8 voldeden slechts vier geslachten aan de gestelde voorwaarden en zijn derhalve opgenomen in de Nederlandse adel. Het betreft de geslachten [[De Bourbon de Parme]] op basis van Spaanse adeldom, [[De Lange (geslacht)|De Lange (van Bergen)]] en [[Ollongren]] op basis van Scandinavische adeldom en [[Von Devivere]] op basis van Belgische adeldom.
 
Bij Koninklijk Besluit van 23 mei 1995 werd Eduard Adolf Boudewijn [[van Bunge]] ingelijfd op grond van zijn afstamming van Samuel van Bunge (†1802). Deze laatste was kapitein geweest in Staatse dienst. Hij was in 1748 verheven in de adel ven het H.R Rijk. Een broer van Eduard, Alfred Arthur Leopold, was reeds in 1983 ingelijfd.<ref name=veertiende>[http://www.hogeraadvanadel.nl/veertiende_adelslijst.pdf Veertiende adelslijst] – Officiële website van de [[Hoge Raad van Adel]]</ref>
 
Bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1995 werden drie leden van de familie Von Balluseck ingelijfd vanwege dat Fedor Andrejewisz [[von Balluseck]] in 1812 opgenomen was in de adel van het Russische keizerrijk. In 1892 waren twee zoons verheven in de Pruisische adel.<ref name=veertiende/>
 
Bij Koninklijk Besluit van 15 mei 1996 (diploma 5 juli 1997) werden de vier kinderen van [[Irene vander Lippe-BiesterfeldNederlanden|prinses Irene]] en haar ex-man [[CarlosCarel Hugo van Bourbon-Parma]], [[Lijst van hertogen van Parma|Hertoghertog van Parma]], via de adeldom van hun vader Carlos Hugo ingelijfd in de Nederlandse adel. Zij kregen als adellijke titel ''[[Bourbon-Parma|''prins (prinses) de Bourbon de Parme]]'']] met het predicaat Zijne/Hare Koninklijke Hoogheid. De dochters kregen de titel persoonlijk, de zonen ook voor hun wettelijke afstammelingen. Omdat zij niet tot het [[Koninklijk Huis (Nederland)|Koninklijk Huis]], slechts tot de [[Koninklijke familie (Nederland)|Nederlandse koninklijke familie]] behoren, kwamen zij niet in aanmerking voor verheffing. Door gebruik te maken van art. 8 van de Wet op de Adeldom zijn zij door inlijving van buitenlandse adeldom tot de Nederlandse adel gaan behoren.<ref name=veertiende/><ref group=noot>Door sommigen is aangevoerd dat zij niet behoorden tot buitenlandse adel dan wel buitenlandse adel met een vergelijkbaar adelsstatuut en wordt derhalve de legitimiteit van deze inlijving van de Bourbons in de Nederlandse adel in twijfel getrokken.</ref>
 
De laatste inlijving ingevolge art. 8 is het Koninklijk Besluit van 8 november 2002 waarbij [[Alexander Ollongren]], een lid van een Russische tak van het Zweedse adellijke geslacht [[Ollongren]] (van oorsprong Fins adellijke geslacht Ållongren), werd ingelijfd met het predicaat [[jonkheer]].<ref name=veertiende/><ref name=bijl3>[https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/wob-verzoeken/2009/12/24/bijlage-3/bijlage3-openbaartemakendocumenten.pdf Bijlage 3 van Adelsverleningen en Adelsdiploma's sinds 1994] - website van de Rijksoverheid</ref>
 
==== Naamwijziging ====
Sinds de wet van 1997 op de keuze van familienamen is het uiteraard ook leden van de adel toegestaan hiervan gebruik te maken en een andere dan de naam van de vader te verkiezen. Nochtans is hierbij gestipuleerd dat het geven van een andere naam dan die van de vader het verlies van de adellijke status tot gevolg zou hebben.
 
Dit werd bevestigd bij brief dd. 30 september 1996 van de minister van Binnenlandse Zaken H. F. Dijkstal aan de voorzitter van de Tweede Kamer, waarbij hij vaststelde dat een adellijke nakomeling aan wie de naam van de moeder wordt gegeven, geen rechten kan doen gelden op de adellijke status en titel van zijn vader. De nakomeling behoort voortaan, volgens de minister, tot de ''sluimerende adeldom''.<ref group=noot>Het begrip ''sluimerende adeldom'' is in 1960 gelanceerd door jonkheer [[Van Sasse van Ysselt]], lid van de HRvA.</ref> Het kind zou dit achteraf wel kunnen omkeren indien het opnieuw koos voor de naam van de vader.
 
Deze beslissing betekende uiteraard wel een restrictie op de volledige gelijkheid tussen man en vrouw, maar het was duidelijk dat men wilde verhinderen dat door het aanvaarden van vrouwelijke erflijnen, het aantal leden van de adel aanzienlijk zou toenemen, daar waar de evolutie van de wetgeving ter zake de richting van het beperken zo niet uitsterven van de adel is ingeslagen.
 
==== Verwerving adeldom na naamwijziging ====
Kinderen verwekt door een adellijke man kunnen aanspraak maken op adeldom, ook als zij bij hun geboorte niet de geslachtsnaam van hun vader ontvangen. Voorwaarde is dat zij na de inwerkingtreding van de Wet op de Adeldom (1994) geboren moeten zijn. Verder moet het vaderschap gerechtelijk zijn vastgesteld. Als bij deze vaststelling geen akte van naamskeuze is opgemaakt ligt de beslissing om wel of niet bij de adel te willen behoren bij het kind. Deze heeft na zijn meerderjarigheid drie jaar de tijd een verzoek in te dienen om zijn geslachtsnaam volgens de artt. BW 1:5, lid 2b en 11, te laten wijzigen in de adellijke geslachtsnaam van zijn vader, waarmee adeldom verworven kan worden.<ref>[http://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/Boek1/Titel2/Artikel7/geldigheidsdatum_16-01-2015 Wettenoverheid.nl BW 1:7 lid 5]</ref>
 
Regel 109 ⟶ 110:
== Adellijke titulatuur ==
Het enige (zichtbare) voorrecht dat de Nederlandse adel nog kent is een adellijk distinctief (titel of predicaat). Niet getitelde Nederlandse adel heeft recht op het [[Predicaat (titel)|predicaat]] [[jonkheer|jonkheer of jonkvrouw]].
Getitelde adel heeft recht op de titels [[Ridder (titel)|ridder]], [[Baron (titel)|baron/barones]], [[Burggraaf|burggraaf/burggravin]], [[Graaf (titel)|graaf/gravin]], [[MarkgraafMarkies (titel)|markies/markiezin]], [[Hertog|hertog/hertogin]] of [[Prins|prins/prinses]], al naar gelang welke titel is verleend, erkend of [[Homologatie (adel)|gehomologeerd]]. Van de riddertitel bestaat in Nederland geen vrouwelijk equivalent. Titels worden op vergelijkbare manier verkregen als verkrijging van adeldom. Er bestaan:
* Erkenning van titels die al vóór 1795 door leden van de geadelde geslachten werden gevoerd. Erkenning komt nog zelden voor: in de jaren 1990–2009 heeft erkenning van titel plaatsgevonden van de titel van baron voor leden van de geslachten [[Van Coeverden]] en erkenning met de titel van baron voor leden van het geslacht [[Van Lawick]].
* [[Homologatie (adel)|Homologatie]] van titels vindt plaats wanneer in het verleden buitenlandse titels zijn toegekend en gaat dus normaliter gepaard met inlijving in de Nederlandse adel.
* Verlening van titels gebeurt wanneer voorheen door leden van geadelde geslachten die titels niet gevoerd werden en is dus vergelijkbaar met de verheffing in de adeldom. In de Noordelijke Nederlanden werden alleen de titels van graaf, baron en ridder verleend. Titelverlening gebeurde aanvankelijk slechts bij eerstgeboorte; pas later vonden enkele titelverleningen plaats met recht op overgang op alle afstammelingen.
 
Het regerende staatshoofd in Nederland draagt de titel van [[Koning (titel)|koning]] (indien man) of [[Koningin (titel)|koningin]] (indien vrouw), maar de Nederlandse wet maakt alleen gebruik van de titel in mannelijke vorm (die van koning). Omdat de koning(in) - in hoedanigheid van zijn of haar functie, de [[Fons honorum]] ('bron waaruit adel ontspringt', m.a.w. verlener van adeldom) is, staat deze boven de adel. De vermoedelijke troonopvolger draagt de titel [[Prins van Oranje]] en de leden van het [[Koninklijk Huis (Nederland)|Koninklijk Huis]] de titel(s) [[Prins der Nederlanden|Prins(es) der Nederlanden]] en/of [[Prins van Oranje-Nassau|Prins(es) van Oranje-Nassau]]. Verlening en overerving van deze titels zijn echter apart geregeld via de ‘Wet lidmaatschap koninklijk huis’, en gaan niet alleen via het gewoonterecht dat adeldom uitsluitend vererft langs de mannelijke lijn.
Regel 118 ⟶ 119:
Na de afscheiding van België leven er geen Nederlandse burggrafelijke, markgrafelijke of hertogelijke families in Nederland zelf, al behoren er nog wel buitenlandse geslachten tot de Nederlandse adel welke een van deze titels voeren, zoals het prinselijke geslacht [[de Riquet de Caraman]] (o.a. Prins de Chimay). Er zijn wel buitenlandse families in Nederland woonachtig met zulke titels, maar zij behoren niet tot de Nederlandse adel.
 
== Verlies van adeldom ==
Over het verlies van adeldom bestaan geen regels, ook niet die opgenomen zijn in de Wet op de adeldom van 1994. Men veronderstelt echter dat degene die adeldom verleent (de Koning bij KB) deze ook weer kan ontnemen.
 
Regel 129 ⟶ 130:
Adeldom is wel verbonden aan de geslachtsnaam van de vader. Dit betekent dat bij naamswijziging, tegenwoordig geregeld bij (minderjarige) kinderen van gescheiden ouders die de naam van de moeder of de stiefvader aannemen, het adellijk distinctief niet meer gevoerd kan worden. Omdat na hernieuwde geslachtsnaamwijziging naar de oorspronkelijke (dat is: van de adellijke vader) dat weer wel kan, wordt deze adeldom 'sluimerend' genoemd.
 
== Register ==
De gehele Nederlandse adel van het Koninkrijk der Nederlanden van 1814 tot en met heden, staat ingeschreven in het officiële centrale [[filiatieregister]] van de [[Hoge Raad van Adel]].<ref>[http://www.hogeraadvanadel.nl/adeldom-filiatieregister Hoge Raad van Adel: Omschrijving van het filiatieregister]</ref> Ten behoeve van de openbare ambten en zij die openbare akten moeten opmaken, worden geregeld [[adelslijst]]en gepubliceerd in het ''[[Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden|''Staatsblad]]'']] die een extract zijn uit dit register.
 
Sinds 1903 worden de leden van adellijke families in Nederland ook opgenomen in het ''[[Nederland's Adelsboek]]'', ook wel het ''Rode Boekje'' genoemd vanwege de rode kaft. Van deze reeks wordt in beginsel jaarlijks door (tegenwoordig) het [[Centraal Bureau voor Genealogie]] een deel uitgegeven. De oud-hoofdredacteur van deze reeks [[Willem Johan Jacob Cornelis Bijleveld]] heeft in 1949 een commentaar geschreven ''Over de geslachten behandeld in het Nederlands Adelsboek''.
 
Andere families worden op overeenkomstige wijze opgenomen in het ''[[Nederland's Patriciaat]]'', ook wel het ''Blauwe Boekje'' genoemd vanwege de blauwe kaft. Het ''Nederland's Patriciaat'' bevat een verzameling van vooraanstaande, meestal niet-adellijke, geslachten en niet-adellijke takken van geadelde geslachten.
 
== Juridisch kader ==
Regel 141 ⟶ 142:
Het wederrechtelijk voeren van een Nederlandse adellijke titel of een adellijk predicaat, zonder verwijzing naar buitenlandse herkomst is strafbaar. Zie hiervoor artikel 435 van het Wetboek van Strafrecht. Het onrechtmatig voeren van iemands titel en/of naam en/of wapen kan ook een onrechtmatige daad opleveren ex artikel 162 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de rechter dit vaststelt ontstaat er voorts een grond voor schadevergoeding.
 
De uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden van 14 februari 1956 (gepubliceerd in Nederlandse Jurisprudentie: NJ 1956, 480 ev.) betreft het al dan niet wederrechtelijk voeren van adellijke titels met een buitenlandse oorsprong. Het vertalen van een buitenlandse adellijke titel naar het Nederlands, (bijvoorbeeld van "''Freiherr"'' naar "baron"), is toegestaan als daarbij een aanwijzing naar buitenlandse herkomst wordt gegeven. Verder is het onvertaald voeren van een buitenlandse adellijke titel toegestaan.
 
In de uitspraak van 18 mei 1999 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaald dat in Nederland een adellijke titel onderdeel uitmaakt van de achternaam (Application no. 45908/99, 18 mei 1999/zaak Wolff Metternich), “Under''Under the relevant provisions of Dutch law governing names, noble titles and predicates form a part of a noble person’s family name.''.
 
== Adelspretenties ==
Regel 150 ⟶ 151:
Recente pogingen die op niets uitliepen zijn die van leden van de familie [[Quast]] en van de familie [[Lutter (geslacht)|Lutter]].
 
== Literatuur ==
* ''[[Adelslijst]]en'', 14 afleveringen, 1825-2004.
* ''[[De Nederlandsche adel]]''. Zaltbommel, 1846.
* ''[[Jaarboek van den Nederlandschen adel]]''. 6 delen. 's-Gravenhage/Oisterwijk 1888-1894.
* ''[[De Hoge Raad van Adel]]. Geschiedenis en werkzaamheden''. 's-Gravenhage, 1966.
* ''[[Nederland's Adelsboek]]'', 1903-.
* ''[[De Nederlandse adel]]. Besluiten en wapenbeschrijvingen.'' 's-Gravenhage, 1989.
* [[Egbert Jan Wolleswinkel]], ''Nederlands adelsrecht. Wettelijke adeldom als historisch gegroeid instituut''. 's-Gravenhage, 2012 ([[proefschrift]]).
* Jaap Moes, ''Onder aristocraten. Over hegemonie, welstand en aanzien van adel, patriciaat en andere notabelen in Nederland, 1848-1914'', Hilversum, 2012, ISBN 9789087042950
 
== Zie ook ==
* [[Adelslijst]]
* [[Alfabetische lijst van Nederlandse adellijke geslachten]]
* [[Erkenning (adel)|Erkenning]]
* [[Homologatie (adel)|Homologatie]]
* [[Inlijving (adel)|Inlijving]]
* [[Lijst van Nederlandse adellijke families (naar titel)]]
* [[Reeks adelsgeschiedenis]]
* [[Royement]]
* [[Verheffing (adel)|Verheffing]]
* [[Werkgroep adelsgeschiedenis]]