Hoofdmenu openen

Wijzigingen

Geen verandering in de grootte, 3 jaar geleden
 
=== Enzymremmers ===
Wil het enzym zijn effect kunnen uitoefenen, dan moet tussen enzym en substraat een kort en hecht contact zijn. Wanneer het substraat, waar het enzym zich aan bindt, concurrentie krijgt van een molecuul, dat heet "competitieve inhibitie", waarvan de structuur erg lijkt op die van het substraat, kan het de werking remmen. Het competitieve molecuul bindt het enzym aan zich en zorgt ervoor dat het enzym zich niet aan het normale substraat kan binden, waardoor de reactie wordt verhinderd. Deze stoffen kunnen processen in de cel remmen of stoppen. Voorbeelden van enzymremmers zijn sommige [[chemisch bestrijdingsmiddel]]en, zoals [[Dichloordifenyltrichloorethaan|DDT]], die de werking van belangrijke enzymen in het zenuwstelsel tegengaan. Veel antibiotica remmen specifieke enzymen in bacteriën. Zo blokkeert [[penicilline]] het actieve deel van een enzym dat veel bacteriën gebruiken om hun celwanden op te bouwen. Dit kan bij iedere temperatuur voorkomen.
 
Andere gifstoffen remmen de enzymwerking doordat ze zich op een andere plaats van het enzym hechten, dat heet "noncompetitive inhibitie", waardoor de vorm verandert en de werkzaamheid van het enzym wordt verhinderd. Het substraat kan zich niet meer binden aan het enzym binden, omdat deze een verandering heeft ondergaan. Er kan geen "''induced fit''" meer plaatsvinden tussen substraat en enzym.
Anonieme gebruiker