Sint-Vituskathedraal (Leeuwarden)

kerkgebouw in Nederland

De Sint-Vituskathedraal te Leeuwarden was tussen 1559 en 1580 de kathedraal van het bisdom Leeuwarden, ingesteld door de pauselijke bul Super universas. De kerk werd gebouwd rond ca.1000 en vergroot in ca.1100 als kerk van Oldehove en opgetrokken met kloostermoppen. Nadat de terpdorpen Hoek, Nijehove en Oldehove werden samen gevoegd tot de stad Leeuwarden in 1435 werd de kerk nogmaals vergroot. De kerk was de oudste kerk van de toenmalige stad Leeuwarden. De kerk werd gedeeltelijk afgebroken in de jaren 1595 en 1596 en is volledig gesloopt in 1706.

Sint-Vituskathedraal
Fictieve schets van de kerk uit de 18e eeuw.
Plaats Leeuwarden
Denominatie Tot 1580 rooms-katholiek, daarna protestants, maar snel vervallen
Gewijd aan Sint-Vitus
Gebouwd in ca. 1000
Uitbreiding(en) ca. 1100 en 1435
Gesloopt in Gedeeltelijk 1595-1596, voltooid in 1706
Architectuur
Bouwmateriaal Tufsteen en Baksteen
Stijlperiode Romaans en Gotiek
Vrijstaande klokkentoren Oldehove
Afbeeldingen
Uitsnede van de vervallen Sint-Vituskerk uit het begin van de 17e eeuw
De nog bestaande 40 meter hoge Oldehovetoren uit de 16e eeuw.
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Het bijzondere aan deze kerk was dat het een kerkgebouw was met een losstaande kerktoren en dus enigszins aan een campanile doet denken. Het was de enige kathedraal in de Nederlanden / Zeventien Provinciën waar dit het geval was. De klokkentoren staat bekend als de Oldehove en is dus enigszins vergelijkbaar met de Toren van Pisa en de nabij gelegen Kathedraal van Pisa. Dit was eigenlijk niet de bedoeling, maar noodzakelijk, wegens de verzakking van de Oldehovetoren. De kerk werd gebouwd in romaanse en verbouwd in gotische stijl.

GeschiedenisBewerken

Rond 1000 bevond zich een tufstenen kerkje in het toenmalige dorp Oldehove. Rond 1100 werd het romaans kerkje uitgebreid. De kerk verschijnt voor het eerst in bronnen in 1148, als eigendom van het Westfaalse en Weserberglandse benedictijnenabdij van Corvey in het toenmalige Heilige Roomse Rijk.[1] Sint-Vitus was de beschermheilige van de abdij van Corvey en daarom ook van deze toenmalige kerk. De abdij had minder privileges bij dit bezit, dan bijvoorbeeld de Rijnlandse abdij van Werden of de Hessische abdij van Fulda die veel in qua bezit en privileges bronnen uit de Middeleeuwse Nederlandse geschiedenis langskomen. In 1146 zou de vorige abt uit persoonlijk gewin, deze kerk hebben verkocht, net als meerdere bezittingen van Corvey. Zo'n 140 jaar later blijkt uit oorkonden uit 1285 blijkt dat de kerk inmiddels eigendom was van de veel dichterbij gelegen Friese premonstatenzer abdij Mariëngaarde in Hallum. Het privilege van het benoemen van de priesters voor een parochiekerk in een stad werd in een latere periode ook betwist door de stad Leeuwarden in het jaar 1482 en later nog eens in 1551.

De kerk werd nogmaals uitgebreid in 1435, na de samenvoeging van de drie eerder genoemde dorpen tot de stad Leeuwarden. De kerk wordt uitgebouwd tot een driehallenkerk en vanaf 1529 voor zien van een losstaande toren van 40 meter de Oldehove. De Oldehove diende verbonden te worden met het kerkschip, maar doordat hij te ver uit het lood stond is dit nooit gebeurd. Met deze toren wilde men de Martinitoren overtroeven van de latere Sint-Maartenskathedraal van het bisdom Groningen in de stad Groningen.

In 1559 werd de kerk, door de pauselijke bul Super universas bevorderd tot kathedraal van het bisdom Leeuwarden dat heeft bestaan tot 1580. In 1566 viel de kerk ten prooi aan de beeldenstorm.

In 1576 tijdens een storm raakte de kathedraal beschadigd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd deze storm door de Nederlandse opstandelingen gezien als de straf van God en een voorteken. Dit voorteken werd uitgelegd als dat het snel gedaan zou zijn met de Rooms-katholieke en Spaanse dominantie, onderdrukking en haar Spaanse Rijk.

Door het oorlogsgeweld kon de kerk niet hersteld worden en gaf de aanzet voor het verder slopen van de kerk in het jaar 1595. De kerk was volledig verdwenen in 1706.

Zie ookBewerken