Sikke Wolters

Nederlands politieman (1908-1944)

Sikke Dirks Wolters (Akkerwoude, 30 januari 1908Heerenveen, 27 juni 1944) was een Nederlandse politieman. Hij werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Friese verzet geliquideerd vanwege zijn hulp aan de Duitsers.

Sikke Wolters
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren Akkerwoude, 30 januari 1908
Overleden Heerenveen, 27 juni 1944
Nationaliteit Nederlandse

LevensloopBewerken

Wolters trouwde in 1934 met Hiske Roskam. Samen kregen zij vier kinderen, van wie de jongste in zijn geboortejaar overleed. Hij werkte voor de politie en was lid van de NSB. Na de Duitse inval werkte hij nauw samen met de bezetter. Zo arresteerde hij samen met zijn rechterhand Harm Sibma in december 1943 een Joodse vrouw en haar dochter in Donkerbroek. Daarvoor deed hij zichzelf voor als Joodse onderduiker.[1] Eerder dat jaar, in september, was hij bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de arrestaties van verzetsman Douwe de Boer. Deze was hij op het spoor gekomen via de "foute" postbode Leeuwke Bollema die een brief had onderschept met belastende informatie. De Boer overleed uiteindelijk in Kamp Vught.

De Friese politieman was gestationeerd in Heerenveen. Hij werkte daar nauw samen met de Landwacht. Dat was niet vanzelfsprekend omdat de politie in veel plaatsen niets moest hebben van het eigengereide optreden van de Landwacht.[2]

Als politieman was Wolters erg doortastend. Hij deed zich regelmatig voor als zwarthandelaar. Nadat de koop gesloten was legitimeerde hij zich als politieman en arresteerde de koper.[3] Wolters kwam veel verzetsmensen, geallieerde vliegers en onderduikers op het spoor en vormde zo een serieuze bedreiging voor de ondergrondse. Daardoor gingen er steeds meer stemmen op om hem te doden. Het was geen vanzelfsprekendheid dat elke verrader zomaar uit de weg werd geruimd, omdat de Duitsers vaak vergeldingsmaatregelen namen en daarbij veel – al dan niet willekeurige – slachtoffers maakten.

Het plan om Wolters te liquideren werd binnen het verzet eerst voorgelegd aan een zogeheten veemgericht, bestaande uit drie "rechters". Zij gaven toestemming om hem te doden. Het verzet ging daar niet direct toe over. Wolters kreeg eerst nog een brief waarin het doodvonnis aan hem werd medegedeeld. Het zou ook voltrokken worden, tenzij hij afzag van zijn jacht op mensen. Hij ging echter op dezelfde voet verder, waardoor besloten werd hem uit de weg te ruimen. Met één enkele kogel werd hij gedood in de fietsenstalling van het treinstation van Heerenveen.[4] Het vonnis werd voltrokken door de verzetsman Gerrit Hagen.[3] Het pistool waarmee dat gebeurde werd in 1980 geschonken aan het Verzetsmuseum in Leeuwarden, maar verdween een jaar later na een inbraak.[3]

Als represaille werd de veehouder Albert Marten Rinkema uit Rottum een paar dagen later thuis doodgeschoten.[5]