Samenstelling Eerste Kamer 1966-1969

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1966-1969 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode na de Eerste Kamerverkiezingen van 6 juli 1966. De zittingsperiode ging in op 20 september 1966 en liep af op 15 september 1969.

Er waren 75 Eerste Kamerleden, verkozen door vier kiesgroepen, samengesteld uit de leden van de Provinciale Staten van alle Nederlandse provincies. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van zes jaar, om de drie jaar werd de helft van de Eerste Kamer hernieuwd.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 6 juli 1966Bewerken

KVP (25 zetels)Bewerken

PvdA (22 zetels)Bewerken

VVD (8 zetels)Bewerken

ARP (7 zetels)Bewerken

CHU (7 zetels)Bewerken

PSP (3 zetels)Bewerken

Boerenpartij (2 zetels)Bewerken

CPN (1 zetel)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 6 juli 1966 werden 37 Eerste Kamerleden verkozen, in de kiesgroepen II en IV.
  • Jan Heij (CHU) nam zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid niet aan. In zijn plaats werd Sieto Robert Knottnerus geïnstalleerd.
  • Max van Pelt (PSP) werd zowel door de kiesgroep II als de kiesgroep IV tot Eerste Kamerlid verkozen. Hij opteerde voor kiesgroep IV en liet zich in kiesgroep II vervangen door Hein van Wijk.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1966Bewerken

  • 25 september: Marien Geuze (CHU) nam wegens gezondheidsredenen ontslag als fractievoorzitter van zijn partij. Een dag later werd hij opgevolgd door Johannes Christiaan Bührmann.
  • 18 oktober: Hendrik Adams (Boerenpartij) verliet de Eerste Kamer nadat er ophef was ontstaan over zijn omstreden houding tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Op 8 november dat jaar werd Jan de Groote in de ontstane vacature geïnstalleerd. Dezelfde dag werd Adams als fractievoorzitter van de Boerenpartij opgevolgd door Aart Snoek.
  • 22 november: Jan de Quay (KVP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Zijlstra. Op 29 november dat jaar werd Piet Coppes in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 22 november: Jelle Zijlstra (ARP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister-president in het kabinet-Zijlstra. Op 27 december dat jaar werd Jacob de Jong Czn. in de ontstane vacature geïnstalleerd.

1967Bewerken

  • 10 februari: Nancy Zeelenberg (PvdA) nam ontslag vanwege haar benoeming tot lid van de Raad van State. Op 14 maart dat jaar werd Fien de Leeuw-Mertens in de ontstane vacature benoemd. Vanwege gezondheidsredenen werd ze echter niet formeel geïnstalleerd.
  • 23 februari: Fred van der Spek (PSP) vertrok uit de Eerste Kamer vanwege zijn verkiezing tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Op 28 februari dat jaar werd Otto Boetes in de ontstane vacature geïnstalleerd. Op 2 maart 1967 werd van der Spek als fractievoorzitter van de PSP opgevolgd door Max van Pelt.
  • 2 maart: Kees IJmkers (CPN) verliet de Eerste Kamer. Op 7 maart dat jaar werd Annie van Ommeren-Averink in de ontstane vacature geïnstalleerd en dezelfde dag volgde ze IJmkers op als fractievoorzitter van de CPN.
  • 10 april: Jacob de Jong Czn. (ARP) verliet de Eerste Kamer. Op 23 mei dat jaar werd Koos Verdam in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 3 mei: Flip van Campen (KVP) verliet de Eerste Kamer vanwege zijn benoeming tot curator van de Technische Hogeschool in Eindhoven. Op 13 juni dat jaar werd Jan de Quay in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 27 september: Max van Pelt (PSP) nam ontslag als fractievoorzitter van zijn partij. Hij werd dezelfde dag nog opgevolgd door Hein van Wijk.
  • 1 december: Willem Ewald Siegmann (KVP) verliet de Eerste Kamer uit onvrede met de koers van zijn partij. Op 9 januari 1968 werd Henk Letschert in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 18 december: Marien Geuze (CHU) vertrok uit de Eerste Kamer. Op 16 januari 1968 werd Jan Heij in de ontstane vacature geïnstalleerd.

1968Bewerken

1969Bewerken

  • 25 juni: Chris Matser (KVP) nam ontslag omdat hij problemen had met zijn gezondheid. Vanwege de korte resterende duur van de zittingsperiode werd er deze zittingsperiode niet meer in vervanging van de ontstane vacature voorzien.