Samenstelling Eerste Kamer 1948-1951

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1948-1951 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode na de Eerste Kamerverkiezingen van 8 juli 1948. De zittingsperiode ging in op 27 juli 1948 en liep af op 18 september 1951.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door vier kiesgroepen, samengesteld uit de leden van de Provinciale Staten van alle Nederlandse provincies. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van zes jaar, om de drie jaar werd de helft van de Eerste Kamer hernieuwd.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 8 juli 1948Bewerken

KVP (17 zetels)Bewerken

PvdA (14 zetels)Bewerken

ARP (7 zetels)Bewerken

CHU (5 zetels)Bewerken

CPN (4 zetels)Bewerken

VVD (3 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

Tussentijdse mutatiesBewerken

1948Bewerken

  • 7 augustus: Joris in 't Veld (PvdA) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting in het kabinet-Drees-Van Schaik. Op 25 augustus dat jaar werd Hugo Jozias de Dreu in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 9 augustus: Dirk Stikker (VVD) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Drees-Van Schaik. Op 25 augustus dat jaar werd Willem Carel Wendelaar in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 10 augustus: Piet Lieftinck (PvdA) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Financiën in het kabinet-Drees-Van Schaik. Op 25 augustus dat jaar werd Gerard van Walsum in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 12 augustus: Jan van den Brink (KVP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Economische Zaken in het kabinet-Drees-Van Schaik. Op 25 augustus dat jaar werd Leo Beaufort in de ontstane vacature geïnstalleerd.

1949Bewerken

1950Bewerken

1951Bewerken