Samenstelling Eerste Kamer 1946-1948

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1946-1948 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode na de Eerste Kamerverkiezingen van 12 juli 1946. De zittingsperiode ging in op 23 juli 1946 en liep af op 27 juli 1948.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door vier kiesgroepen, samengesteld uit de leden van de Provinciale Staten van alle Nederlandse provincies. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van zes jaar, om de drie jaar werd de helft van de Eerste Kamer hernieuwd.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 12 juli 1946Bewerken

KVP (17 zetels)Bewerken

PvdA (14 zetels)Bewerken

ARP (7 zetels)Bewerken

CHU (5 zetels)Bewerken

CPN (4 zetels)Bewerken

PvdV (3 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 12 juli 1946 werd de volledige Eerste Kamer hernieuwd.
  • Gerardus Huysmans (KVP) nam zijn benoeming tot Eerste Kamerlid niet aan omdat hij op 3 juli 1946 benoemd was tot minister van Economische Zaken in het kabinet-Beel I. Op 6 augustus dat jaar werd Harry van Lieshout in de ontstane vacature geïnstalleerd.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1946Bewerken

1947Bewerken

1948Bewerken