Samenstelling Eerste Kamer 1896-1899

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1896-1899 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1896 en de verkiezingen van 1899. De zittingsperiode ging in op 15 september 1896 en liep af op 18 september 1899.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 1896Bewerken

Liberalen (27 zetels)Bewerken

Katholieken (13 zetels)Bewerken

Vrije liberalen (4 zetels)Bewerken

Antirevolutionairen (3 zetels)Bewerken

Vrij-antirevolutionairen (2 zetels)Bewerken

Conservatieven (1 zetel)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1896 werden 16 Eerste Kamerleden verkozen.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1896Bewerken

  • 19 september: Petrus Johannes Antonius Smitz (katholieken) overleed. De Provinciale Staten van Noord-Brabant kozen Jacob Willem van den Biesen als zijn opvolger, hij werd op 1 december dat jaar geïnstalleerd.
  • 27 oktober: Eppo Cremers (liberalen), die door de Provinciale Staten van Zuid-Holland was herkozen als Eerste Kamerlid, maar nog niet was geïnstalleerd, overleed. Cornelis Jacob Sickesz werd gekozen als zijn opvolger en op 1 december dat jaar geïnstalleerd.

1897Bewerken

  • 13 januari: Derck Engelberts (antirevolutionairen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot substituut-griffier bij de Arrondissementsrechtbank van Roermond. De Provinciale Staten van Gelderland kozen Willem Gerard Brantsen van de Zijp (vrij-antirevolutionairen) als zijn opvolger, hij werd op 5 april dat jaar geïnstalleerd.
  • 27 januari: Gijsbert van Tienhoven (liberalen) vertrok uit de Eerste Kamer vanwege zijn benoeming tot Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. De Provinciale Staten van Noord-Holland kozen Dirk Laan als zijn opvolger, hij werd op 5 april dat jaar geïnstalleerd.
  • 30 november: Abraham Carel Wertheim (liberalen) overleed. De Provinciale Staten van Noord-Holland kozen Jan Willem Hendrik Rutgers van Rozenburg (vrije liberalen) als zijn opvolger, hij werd op 5 januari 1898 geïnstalleerd.

1898Bewerken

1899Bewerken