Samenstelling Eerste Kamer 1887-1888

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1887-1888 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1887 en de verkiezingen van 1888. De zittingsperiode ging in op 19 september 1887 en liep af op 26 maart 1888.

Er waren toen 39 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1887Bewerken

Liberalen (26 zetels)Bewerken

Katholieken (9 zetels)Bewerken

Conservatieven (2 zetels)Bewerken

Gematigde liberalen (1 zetel)Bewerken

Antirevolutionairen (1 zetel)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1887 werd de gehele Eerste Kamer hernieuwd.
  • Menso Johannes Pijnappel (conservatief-liberalen) nam zijn herkiezing tot Eerste Kamerlid niet aan. Vervolgens dienden de Provinciale Staten van Noord-Holland over te gaan tot een nieuwe verkiezing, waarbij Cornelis Donker Tzn. (liberalen) werd verkozen, die op 31 oktober dat jaar werd geïnstalleerd.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1887Bewerken