Samenstelling Eerste Kamer 1830-1849

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1830-1849 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de Belgische onafhankelijkheid van 1830 en de verkiezingen van 1848.

De Eerste Kamerleden werden tot 1848 benoemd door de koning en dus niet verkozen. Er was ook geen vast aantal leden, maar er mochten niet meer dan 30 en niet minder dan 20 Eerste Kamerleden zijn. Het mandaat van de door de koning benoemde Eerste Kamerleden liep af tot 13 februari 1849.

Samenstelling Eerste Kamer na het ontslag van de Zuid-Nederlandse Eerste Kamerleden op 18 en 20 oktober 1830Bewerken

Regeringsgezinden (21 zetels)Bewerken

Onafhankelijken (1 zetel)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Na het ontslag van de Zuid-Nederlandse Eerste Kamerleden ten gevolge van de Belgische Revolutie bleven er 22 Eerste Kamerleden over.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1831Bewerken

1833Bewerken

1834Bewerken

1835Bewerken

1836Bewerken

1837Bewerken

1838Bewerken

1839Bewerken

1840Bewerken

1841Bewerken

1842Bewerken

  • 15 mei: Johan Weerts (regeringsgezinden) overleed. Het aantal Eerste Kamerleden daalde hierdoor naar 27.
  • 1 juli: Hendrik Merkus de Kock (regeringsgezinden) werd benoemd tot Eerste Kamerlid.
  • 21 oktober: Maurits Cornelis van Hall (regeringsgezinden) werd benoemd tot Eerste Kamerlid. Vanaf dan waren er 29 Eerste Kamerleden.
  • 12 november: Tammo Sypkens (regeringsgezinden) overleed.

1843Bewerken

1844Bewerken

1845Bewerken

1846Bewerken

1847Bewerken

1848Bewerken

1849Bewerken