Samenstelling Eerste Kamer 1815-1830

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1815-1830 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen 1815 en de Belgische onafhankelijkheid in 1830. De leden van de Eerste Kamer kwamen voor het eerst bijeen op 21 september 1815.

De Eerste Kamerleden werden tot 1848 benoemd door de koning en dus niet verkozen. Er was geen vast aantal leden, maar er mochten niet meer dan 60 en niet minder dan 40 Eerste Kamerleden zijn.

Benoemd op 21 september 1815Bewerken

Regeringsgezinden (33 zetels)Bewerken

Onafhankelijken (2 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Op 21 september 1815 werden 35 Eerste Kamerleden geïnstalleerd.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1815Bewerken

1816Bewerken

1817Bewerken

1818Bewerken

1819Bewerken

  • 4 mei: Charles-Albert van der Burch (regeringsgezinden) werd benoemd tot Eerste Kamerlid. Vanaf dan zetelden er 51 leden in de Eerste Kamer.
  • 15 juni: Philippe de Lens (regeringsgezinden) nam ontslag als Eerste Kamerlid vanwege zijn benoeming tot gouverneur van Oost-Vlaanderen.

1820Bewerken

1821Bewerken

1822Bewerken

1823Bewerken

1824Bewerken

1825Bewerken

1826Bewerken

1827Bewerken

1828Bewerken

1829Bewerken

1830Bewerken