Hoofdmenu openen

Resolutie 271 Veiligheidsraad Verenigde Naties

resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

Resolutie 271 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd met elf tegen nul stemmen en vier onthoudingen aangenomen door de VN-Veiligheidsraad op 15 september 1969. De onthoudingen kwamen van Colombia, Finland, Paraguay en de Verenigde Staten.

Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 271
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 15 september 1969
Nr. vergadering 1512
Code S/RES/271
Stemming
voor
11
onth.
4
tegen
0
Onderwerp Brandstichting Al-Aqsamoskee
Beslissing Wijzen op gevolgen van de brandstichting in de Al-Aqsamoskee; nieuwe oproep aan Israël om de status van Jeruzalem niet te wijzigen.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1969
Permanente leden
Vlag van Taiwan Taiwan · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van de Sovjet-Unie Sovjet-Unie · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Algerije Algerije · Vlag van Colombia Colombia · Vlag van Spanje (1945-1977) Spanje · Vlag van Finland (1918-1978) Finland · Vlag van Hongarije Hongarije · Vlag van Nepal Nepal · Vlag van Pakistan Pakistan · Vlag van Paraguay Paraguay · Vlag van Senegal Senegal · Vlag van Zambia Zambia
De Al-Aqsamoskee anno 2010.
De Al-Aqsamoskee anno 2010.

AchtergrondBewerken

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 had Israël het oude oostelijke deel van Jeruzalem opnieuw bezet. Op 21 augustus 1969 werd de Al-Aqsamoskee er in brand gestoken, wat de spanningen deed toenemen. De daad bleek uiteindelijk gesteld door een gestoorde Australische christenfundamentalist.

InhoudBewerken

De Veiligheidsraad:

  • Is ontstemd door de grote schade veroorzaakt door brandstichting bij de Al-Aqsamoskee in het door Israël bezette Jeruzalem op 21 augustus.
  • Denkt aan het verlies voor de menselijke cultuur.
  • Heeft de verklaringen gehoord die de universele verontwaardiging weergeeft over het heiligschennis in een van de meest vereerde heiligdommen van de mensheid.
  • Herinnert aan zijn resoluties 252 en 267 en de resoluties 2253 (ES-V) en 2254 (ES-V) over handelingen van Israël die de status van Jeruzalem aangaan.
  • Bevestigt dat de uitbreiding van grondgebied door verovering ontoelaatbaar is.
  1. Bevestigt de resoluties 252 en 267.
  2. Erkent dat het vernielien van heilige plaatsen in Jeruzalem of aanzetten hiertoe de internationale vrede en veiligheid ernstig in gevaar kan brengen.
  3. Bepaalt dat daad tegen de Al-Aqsamoskee duidelijk maakt dat Israël haar maatregelen die de status van Jeruzalem wijzigen zo snel mogelijk moet intrekken.
  4. Roept Israël op om de Geneefse Conventies en de internationale wetten inzake militaire bezetting te raadplegen en de Hoge Moslimraad in Jeruzalem niet te hinderen in het onderhoud en herstel van islamitische heilige plaatsen, ook niet als de Moslimraad hiervoor hulp vraagt aan andere moslimlanden en -gemeenschappen.
  5. Veroordeelt de Israëlische weigering om aan de vorige resoluties te voldoen en roept Israëlisch op om dat alsnog te doen.
  6. Herhaalt paragraaf °7 van resolutie 267 dat nieuwe maatregelen zullen worden overwogen als Israël niet of enkel negatief antwoordt.
  7. Vraagt de secretaris-generaal nauwgezet toe te zien op de uitvoering van deze resolutie en hierover zo snel mogelijk te rapporteren.

Verwante resolutiesBewerken