Hoofdmenu openen

Resolutie 244 Veiligheidsraad Verenigde Naties

resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

Resolutie 244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties was de laatste resolutie die door de leden van de VN-Veiligheidsraad unaniem werd aangenomen in 1967. Dat gebeurde op de 1386ste vergadering van de Raad op 22 december.

Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 244
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 22 december 1966
Nr. vergadering 1386
Code S/RES/244
Stemming
voor
11
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Conflict in Cyprus
Beslissing Verlenging mandaat vredesmacht met drie maanden
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1966
Permanente leden
Vlag van Taiwan Taiwan · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van de Sovjet-Unie Sovjet-Unie · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Bulgarije (1946-1947) Bulgarije · Vlag van Jordanië Jordanië · Vlag van Japan (1870–1999) Japan · Vlag van Mali Mali · Vlag van Nederland Nederland · Vlag van Nigeria Nigeria · Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland · Vlag van Oeganda Oeganda · Vlag van Uruguay Uruguay
Kaart Cyprus.jpg

AchtergrondBewerken

In 1964 hadden de VN de UNFICYP-vredesmacht op Cyprus gestationeerd na het geweld tussen de twee bevolkingsgroepen op het eiland. Deze was tien jaar later nog steeds aanwezig toen er opnieuw geweld uitbrak nadat Griekenland een staatsgreep probeerde te plegen en Turkije het noorden van het eiland bezette.

InhoudBewerken

De Veiligheidsraad:

  • merkt de oproep van de secretaris-generaal op aan de regeringen van Griekenland, Turkije en Cyprus;
  • merkt de antwoorden van de drie regeringen op;
  • merkt op dat de Secretaris-generaal in zijn rapport, een vredesmacht nog steeds noodzakelijk vindt;
  • merkt op dat de regering van Cyprus de VN-vredesmacht noodzakelijk vindt;
  1. Bevestigt resolutie 186 en bevestigt consensus uitgedrukt;
  2. Verlengt de aanwezigheid van VN vredestroepen in Cyprus met drie maanden, eindigend op 26 maart 1968;
  3. Roept de regeringen op in te stemmen met de voorstellen van de secretaris-generaal, en vraagt de secretaris-generaal rapport uit te brengen;
  4. Roept betrokken partijen op terughoudend te handelen, om verergering van de situatie te voorkomen;
  5. Verzoekt de partijen ernstig om actief mee te werken en om inzet;
  6. Besluit het vraagstuk open te houden en opnieuw te vergaderen zodra de omstandigheden erom vragen.

Verwante resolutiesBewerken