Hoofdmenu openen

Pieter Jan Baptist Carel Robidé van der Aa

Nederlands geograaf (1832-1887)

Pierre Jean Baptiste Charles Robidé van der Aa (Oosterbeek, 23 mei 1832's-Gravenhage, 10 februari 1887) was een Nederlands Indonesiëkundige en geograaf.

P.J.B.C. Robidé van der Aa
Vergadering van de Nederlandsche Spectator. Robidé van der Aa uiterst rechts
Vergadering van de Nederlandsche Spectator.
Robidé van der Aa uiterst rechts
Algemene informatie
Volledige naam Pierre Jean Baptiste Charles Robidé van der Aa
Geboren 23 mei 1832
Geboorteplaats Oosterbeek
Overleden 10 februari 1887
Overlijdensplaats Den Haag
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep geograaf en Indonesiëkenner
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

LevenBewerken

Hij werd geboren op huize de Hemelsche Berg in Oosterbeek als zoon van de jurist en schrijver Christianus Petrus Eliza Robidé van der Aa en Lucia Maria de Jongh. Nadat zijn moeder in 1846 was overleden en zijn vader in 1848 onder curatele gesteld werd de echtgenoot van zijn halfzus, Anna Cornelia Robidé van der Aa, Mr. Gerrit David Jordens, zijn voogd. Hij genoot zijn eerste opleiding op de kostschool “Het Hemeldal” gelegen op het landgoed van zijn ouders onder leiding van de heer Roodhuyzen. In 1847, kort na het overlijden van zijn moeder, werd hij op het instituut van P. de Raadt op het Instituut Noorthey bij Voorschoten geplaatst, waar hij verbleef tot augustus 1850. Van der Aa die, evenals zijn ouders, tot de Evangelisch Lutherse gemeente behoorde wilde aanvankelijk tot predikant worden opgeleid aan het Atheneum en Evangelisch Luthers Seminarie te Amsterdam. In mei 1855 legde hij in Leiden zijn kandidaats-examen in de theologie af. Daarna zette hij die studie echter niet door maar wijdde zich aan geschiedkundige en vooral aardrijkskundige studiën. In 1856 gaf hij gedurende een korte tijd aardrijkskundige lessen op het Instituut Noorthey. Maar voldoende kapitaalkrachtig om niet te hoeven werken vestigde hij zich in 1857 in Den Haag eerst aan de Wagenstraat en later aan de Laan Copes van Cattenburch waar hij begon met de aanleg van een rijke bibliotheek en kaartenverzameling. Hij bleef ongehuwd.

WerkBewerken

Onder het pseudoniem Robrecht van Peene (naar grootmoeder van vaderskant F.A.B. van Peene) schreef hij veel artikelen in de NRC en in de Koloniale Jaarboeken (1860-64). Hij was verder medeoprichter en bestuurslid van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap en bestuurslid van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. Hij werkte, behalve aan de uitgaven van deze instellingen, aan verschillende tijdschriften mee, onder andere de Indische Gids en de Nederlandsche Spectator.

Enkele bekende geschriften geheel of ten dele door hem geschreven:

  • Afrika studiën; koloniaal bezit en particuliere handel op Afrika's Westkust (1871)
  • Reizen naar Nederlands Nieuw-Guinea op last van de regering van de Nederlands Indië ondernomen (1871-76)
  • De Geelvinksbaai op Nieuw-Guinea (1875)
  • Overzicht der reizen naar Nieuw-Guinea (1879-82).
  • Reizen van Van Braam Morris naar de Noordkust van Nederlands Nieuw-Guinea (1883-84).
  • Reis in Oost en Zuid Borneo (1881)
  • De groote Bantamsche opstand in het midden der vorige eeuw (1881)[1]

Hij overleed in 1887, slechts 54 jaar oud. Per testament had hij bepaald dat zijn verzameling van ruim 3500 boeken en andere documenten - waaronder Atlas Van der Hagen - aan de Koninklijke Bibliotheek zou worden aangeboden. Ook het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde kon toen een keuze maken uit publicaties gewijd aan de indologische en koloniale wetenschappen.