Pavel Soechoj

ruimteingenieur uit Keizerrijk Rusland (1895-1975)
1995. Stamp of Belarus 0114.jpg

Pavel Osipovitsj Soechoj (Wit-Russisch: Павел Восіпавіч Сухі; Russisch: Павел Осипович Сухой) (Hlybokaye, in de buurt van Vitebsk, 22 juli 1895 - Moskou, 15 september 1975) was een Wit-Russische vliegtuigbouwer en -ontwerper. Hij was de oprichter en hoofdontwerper van het gelijknamige ontwerpbureau.

Uit de debatten over de rakettechnologie bleek dat minder belang werd gehecht aan de wendbaarheid van vliegtuigen. Men wilde vliegtuigen in bestuurde raketten veranderen. Pavel Sukhoi bestreed deze opvattingen met succes.

LevenBewerken

In 1900 verhuisde deze zoon van een lerarenechtpaar met zijn ouders naar Gomel, waar hij in 1914 cum laude slaagde. In datzelfde jaar slaagde hij voor zijn toelatingsexamen tot de Keizerlijke Technische School in Moskou, maar in 1916 werd hij onder de wapenen geroepen. In 1918 keerde hij uit de oorlog terug en begon hij zijn eerste baan, hij werd docent wiskunde in Luminc.

Met het geld dat hij verdiende, kon hij zijn studie in Moskou vervolgen. Daar ontmoette hij de aantrekkelijke en pientere Sophie Tetschynska, een lerares Frans. Ze werden verliefd en trouwden. Twee jaar later verdedigde hij zijn proefschrift onder supervisie van Andrei Tupolev. Naar aanleiding daarvan kreeg hij een baan bij TSAGI (Centraal Instituut voor Aëro- en Hydrodynamica). Nadat hij in 1925 afstudeerde aan de universiteit van Moskou was hij een tijd werkzaam voor Andrej Toepolev. In oktober 1930 kreeg hij de leiding over Team 4 van het Centraal Aerodynamica Instituut.[1] Twee belangrijke gebeurtenissen markeerden voor Sukhoi het jaar 1932: zijn zoon Dimitri werd geboren en later dat jaar kreeg hij zijn eigen ontwerpafdeling. Het resultaat van de grote inspanningen van zijn team, dat hoofdzakelijk uit jonge constructeurs bestond, was de ANT-31 (J-14). Sukhoi ontving voor het toestel de Gouden Ster. In 1933, na voltooiing van het testprogramma van het langeafstandstoestel Tupolev ANT-25, vierde hij deze gebeurtenis samen met zijn voltallige team. Op 25 juli 1937 rolde de multifunctionele Su-2, geheel door hemzelf ontworpen, uit de fabriek. Voor de productie van de BB-1 (later Soe-2) werd hij op 29 juli 1939 hoofdontwerper van het team gemaakt en kreeg het team een autonome status als ontwerpbureau. Hiervoor werd het team naar Charkov verhuisd en OKB-51 genoemd.[2]

In 1940 schreef Pavel Sukhoi een proefschrift over een vernieuwend onderzoeksproject op het gebied van hogesnelheidsaërodynamica, waarmee hij een doctoraat technische wetenschappen verdiende. Hij besloot tot een nieuwe aanpak van de ontwerpprocedure. Tot dan toe ontwierp een constructeur het gehele toestel alleen, om vervolgens bepaalde delen ervan door de verschillende medewerkers te laten uitwerken. Maar Sukhoi besloot met deze traditie te breken. Hij gaf slechts een algemene visie op het nieuw te bouwen ontwerp, stelde daarbij een aantal criteria op, en gaf verschillende groepen medewerkers de taak om elementen van het toestel uit te werken, die uiteindelijk werden samangevoegd. In 1943 ontwierp Sukhoi de experimentele jagers Su-5 en Su-7, en twee grondaanvalsvliegtuigen, de Su-6 en de Su-8. Deze ontwerpen werden echter niet in serieproductie genomen vanwege het naderende tijdperk van vliegtuigen met straalaandrijving. Op 22 mei 1944 werd een project voor een dergelijk toestel ingediend en goedgekeurd.

Kort na de oorlog, in 1946, tekende zijn ontwerpbureau een straaljager met twee straalmotoren, de Su-9. Sukhoi bleef zich bezighouden met experimentele vliegtuigen en wilde de Russische luchmacht voorzien van een serie moderne gevechtsvliegtuigen, geschikt voor massaproductie. Het grootste obstakel hiervoor was de stand van de techniek. Er bestonden op dat moment nog geen metaallegeringen die langdurig bestand waren tegen temperaturen van 700-900 °C, en het niveau van de metaalbewerking was nog onvoldoende om duurzame turbinedelen te maken. Daarnaast was het ook niet gemakkelijk de terughoudendheid in de samenleving ten opzichte van dit soort projecten weg te nemen. Vluchten met hogere snelheden werden uitgesteld vanwege talloze kleine aanpassingen, en er ging veel tijd verloren met het oplossen van trillingsproblemen aan de achterzijde van de toestellen.

Vanaf 1948 begon Sukhois ontwerpbureau de mogelijkheden van de deltavleugel te onderzoeken. Hoewel er luide protesten klonken, besloot Sukhoi, na een groot aantal argumenten te hebben overwogen, zich te concentreren op de meest uitdagende gebieden in de luchtvaart en aërodynamica. De koppigheid die hij daarbij toonde, was een van de beslissende factoren die ten grondslag liggen aan het opheffen van zijn ontwerpbureau in 1949. Sukhoi moest sindsdien genoegen nemen met de rol van tweede man naast A.N. Tupolev in diens ontwerpbureau. Hij voelde zich diep gekwetst, maar bleef non-stop werken aan hogesnelheidsaërodynamica.

Het grootste probleem voor Pavel Sukhoi vormde de aërodynamische verhitting. Bij lage snelheden was verhitting als gevolg van wrijving te verwaarlozen, maar bij snelheden boven Mach 2.5 werd het een gevaarlijke factor. Naar zijn mening heeft dit fenomeen twee oorzaken: brekende luchtmoleculen door de luchtdichtheid in de grenslagen vlak bij het oppervlak van de vliegtuighuid, en, nog belangrijker, de compressie van de lucht op de frontale oppervlakken, zoals neus, luchtinlaatranden, vleugelranden en besturingsvlakken. Sukhoi bewees dat bij snelheden rond 3.000 km/u de temperatuur van sommige vliegtuigcomponenten oploopt tot 300 °C, zelfs op grote hoogte, terwijl duraluminium, het in de vliegtuigbouw meest gebruikte materiaal, zijn weerstand al verliest bij 130 °C. Ook organisch glas wordt zacht, en de doelmatigheid van brandstof-, lucht- en hydraulische systemen loopt sterk terug. Er moesten hittebestendige staallegeringen worden gebruikt, zoals titanium of andere zeer dure materialen. Voor zijn onderzoek op dit gebied ontving Sukhoi in 1955 de Lenin-penning. In de handen van de ervaren testpiloot W. Korawushkin haalde twee later Sukhois nieuwste ontwerp met pijlvleugels, de Su-7, op een hoogte van 19.000 meter een snelheid van 2.070 km/u.

In maart 1977 werd de OKB postuum naar hem genoemd. Soechoj was drager van het Ereteken van de Sovjet-Unie.

De Su-7 diende als uitgangspunt voor de ontwikkeling van vliegtuigen met variabele vleugelgeometrie, zoals de Su-17 en Su-22.

Op een plein in Gomel staat een bescheiden monument, omringd door groen. De achteloze voorbijganger moet echt moeite doen om te achterhalen voor wie het is bestemd. Alleen de oudste inwoners weten dat het monument werd opgericht voor hun plaatsgenoot Pavel Osipovich Sukhoi.