Nederlandse Spreekwoorden

werk van Pieter Bruegel de Oude
Zie artikel Dit artikel gaat over het schilderij van Pieter Bruegel de Oude. Voor een overzicht van spreekwoorden en gezegden in de Nederlandse taal, zie Lijst van Nederlandse spreekwoorden.

Nederlandse Spreekwoorden is een olieverfschilderij uit 1559, geschilderd door Pieter Bruegel de Oude. Het schilderij toont ten minste 125 Nederlandstalige spreekwoorden en gezegdes die destijds gangbaar waren. Sommige worden nog altijd gebruikt.

Nederlandse Spreekwoorden
Nederlandse Spreekwoorden
Kunstenaar Pieter Bruegel de Oude
Jaar 1559
Techniek Olieverfschilderij
Afmetingen 117 × 163 cm
Museum Staatliche Museen
Locatie Gemäldegalerie (Berlijn)
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

AchtergrondBewerken

Schilderijen over spreekwoorden waren in Bruegels tijd populair. Zo maakte Frans Hogenberg rond 1558 reeds een gravure waarin 40 spreekwoorden werden uitgebeeld. Bruegel maakte eerder al schilderijen van 12 spreekwoorden op individuele panelen. Nederlandse Spreekwoorden is echter voor zover bekend het eerste grote werk gericht op het uitbeelden van spreekwoorden.

Bruegels schilderijen vertonen vaak thema's als absurditeit en dwaasheid van de mens. Nederlandse Spreekwoorden is daarop geen uitzondering. De originele titel van het werk was “De dwaasheid van de wereld”, wat suggereert dat Bruegel het schilderij niet bedoelde als simpelweg een verzameling spreekwoorden maar als beeld van de dwaasheid van mensen. Veel mensen op het schilderij vertonen karakteristieke kenmerken waarmee Bruegel in zijn werken dwaasheid benadrukt.

De spreekwoordenBewerken

 
Locatie van de spreekwoorden
Locatie Spreekwoord Betekenis Locatie
1 De duivel op het kussen binden Met iedereen raad weten  
2 Een pilaarbijter Een zeer schijnheilig / hypocriet persoon  
3 Geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt Wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard  
4 Met het hoofd tegen de muur lopen Het onmogelijke proberen  
5 Aan de ene voet een schoen, de ander blootvoets Evenwicht is voornaamst  
5 Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben Niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven  
5 Men moet de schapen scheren maar niet villen Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst  
5-6 De een scheert schapen, de ander varkens Het is ongelijk verdeeld in de wereld  
7 Zo mak als een lammetje Heel gedwee zijn  
8 Zij hangt haar man de blauwe huik om Zij bedriegt haar man  
9 Als het kalf verdronken is dempt men de put Pas na een ramp wordt actie ondernomen  
10 Rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen Geld of moeite verspillen aan iets nutteloos  
11 Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen Men moet er wat voor over hebben om iets te bereiken  
12 Hij laat de wereld op zijn duim draaien Men doet alles wat hij wil  
13 Ze trekken om het langst Ze willen beide winnen  
14 Een stok in het wiel steken Iets of iemand tegenwerken  
14 Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen Schade kan nooit geheel worden goedgemaakt  
15 Liefde is waar de geldbuidel hangt Liefde is te koop  
16 Een hark zonder steel Iets waardeloos  
17 Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken Niet rond kunnen komen  
18 Het bijltje zoeken Een excuus of uitweg verzinnen  
18 Zijn licht ergens op laten schijnen Iets duidelijk maken  
18 Een grote lantaarn maar een klein licht Veel praten maar er weinig verstand van hebben  
18 Met een lantaarn te zoeken Moeilijk te vinden  
18 De bijl naar de steel werpen Iets geheel opgeven  
19 De haring braadt hier niet Het gaat niet zoals het zou moeten  
19 De haring braden om de hom of kuit Iets opofferen om een kleinigheid  
19 Een deksel op de kop hebben De verantwoordelijkheid voor iets nemen  
19 De haring hangt aan zijn eigen kieuwen Men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden  
19 De rook kan het hangerijzer niet deren Het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen  
19 Daar steekt meer in dan een enkele panharing Daar zit meer achter  
20 De zeug loopt met de tap weg Nalatigheid is hier troef  
21 De kat de bel aanbinden Iets al te publiekelijk ondernemen  
22 Tot de tanden bewapend Zwaar bewapend  
22 In het harnas steken Woedend zijn  
23 Zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt Pas op dat het niet misgaat  
23 De een rokkent wat de ander spint Roddelen  
24 Het varken is door de buik gestoken 1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd
2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld
 
25 Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene Verbitterd om iets vechten  
26 Voor God een baard van vlas maken Schijnheilig zijn  
26 Ze staat in haar eigen licht Ze is trots op zichzelf  
26 Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen  
27 Het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen Een verkeerde keuze maken  
28 Tegen een oven gapen Proberen iets onmogelijks te doen  
29 Door de mand vallen Doorzien worden  
29 Tussen hemel en aarde hangen In een lastige situatie verkeren  
30 De hond in de pot vinden Te laat zijn voor het eten  
30 Tussen twee stoelen in de as zitten Niks uitvoeren / besluiteloos zijn  
31 Daar hangt de schaar uit Men is daar niet te vertrouwen  
31 Aan een been knagen Langdurig vergeefs bezig zijn  
32 Een hennentaster Iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren  
33 De dag met manden uitdragen Tijd verdoen  
34 Een kaars voor de duivel branden Bij iedereen slijmen  
35 Bij de duivel te biecht gaan Geheimen onthullen aan de vijand  
35 Een oorblazer Een kwaadspreker  
36 De haan en de vos hebben elkaar te gast Twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit  
36 Wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? Lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke  
36 Bij iemand in het krijt staan Iemand iets verschuldigd zijn  
36 Een schuimspaan zijn Een zuiplap of niksnut zijn  
37 Het is gezond om in het vuur te pissen Het is goed om hevigheid te kalmeren  
37 Hij vangt vissen met zijn handen Hij profiteert van andermans werk  
37 Met hem kan men geen spies draaien Met hem valt niet samen te werken  
38 Op hete kolen zitten Ongeduldig zijn  
39 De omgekeerde wereld Het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is  
40 Op de wereld schijten Overal maling aan hebben  
41 Elkaar bij de neus nemen Elkaar voor de gek houden  
41 De teerling is geworpen De beslissing is genomen  
41 De gekken krijgen de beste kaarten Het geluk is met de dommen  
42 De kaarten vallen op tafel Het hangt van het lot af  
42 Iets door het oog van de schaar halen Materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toeëigenen  
43 Daar hangt de po uit Het is niet zoals het zou moeten zijn  
43 Tegen de maan pissen Iets onmogelijks proberen  
43 Een ei in het nest laten Iets op voorraad hebben  
43 Lachen als een boer die kiespijn heeft Gedwongen / geforceerd lachen  
44 Ergens de gek mee scheren Iets of iemand bespotten  
45 Achter het net vissen Een kans missen  
46 De grote vissen eten de kleine De machtigen verrijken zich ten koste van de armen  
47 De zon niet in het water kunnen zien schijnen Afgunst hebben (jaloers zijn) op een ander  
48 Tegen de stroom is het kwaad roeien / zwemmen Tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten  
49 De kruik gaat zolang te water tot zij barst 1: Alles heeft zijn beperkingen
2: De onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen
 
49 De breedste riemen worden uit andermans leer gesneden Het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort  
49 Een aal bij de staart hebben Een lastige taak ondernemen  
50 Iets door de vingers zien Iets oogluikend toestaan  
51 Daar hangt het mes uit Men durft daar een grote uitdaging aan te gaan  
52 Daar staan klompen Tevergeefs wachten  
53 Een gat in het dak krijgen Niet erg slim zijn  
53 Aan een oud dak moet je veel herstellen Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud  
53 Men heeft daar latten op het dak Daar wordt afgeluisterd  
54 De ene pijl de andere nazenden Een dwaze of nutteloze daad herhalen  
54 Zijn pijlen verschieten Te snel handelen  
55 Twee zotten onder één kaproen Een gek is zelden alleen  
55 Dat groeit uit het raam Dat kan men niet geheim houden  
56 Hij speelt op de kaak Hij stelt zich aan  
57 Van de os op de ezel springen 1: Slechte zaken doen
2: Tegenspoed kennen
 
58 Zijn gat aan de poort vegen Zich nergens zorgen om maken  
58 Iedereen moet zijn last dragen Ieder heeft zijn problemen  
58 De schouders eronder zetten Zich inspannen  
58 De ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan Men is bang voor concurrentie  
59 Dat hangt als een schijthuis boven de gracht Dat is overduidelijk  
59 Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit Hij is niet zo bijzonder als hij zich voordoet  
59 Uit hetzelfde gat schijten 1: Onafscheidelijke kameraden zijn
2: Het met elkaar eens zijn
 
60 Geld in het water gooien Geld verspillen  
60 Een morse muur is snel afgebroken 1: Een slechte zaak gaat niet lang mee
2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot
 
61 De kap aan de haag hangen 1: Een beroep beëindigen
2: Het voor gezien houden
 
62 De beren zien dansen Honger hebben  
62 Wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten Soort zoekt soort  
63 De bezem uitsteken Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is  
63 Onder de bezem getrouwd zijn Ongetrouwd samenwonen  
64 Daar zijn de daken met vlaaien bedekt Daar is men rijk / Daar heeft men overvloed  
65 Zodra het hek van de dam is lopen de varkens in het koren Een ramp komt voort uit roekeloosheid / Als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band  
65 Wat de boer aan het koren verliest zal hij aan het spek wel terugvinden Waar iemand iets verliest zal iemand (anders) iets winnen  
66 Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft Hij loopt heel hard  
66 Wie vuur eet schijt vonken Als men iets gevaarlijks onderneemt krijgt men nare gevolgen  
67 Zijn huik naar de wind hangen Zijn mening aanpassen naargelang de situatie  
68 Het ringetje van de deur kussen Onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid  
69 De ooievaar nakijken Tijd verdoen  
69 Aan de veren kent men de vogel 1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden
2: Kinderen lijken vaak op hun ouders
 
70 Pluimen in de wind waaien Iets doen zonder na te denken  
71 Twee vliegen in één klap slaan Efficiënt bezig zijn  
72 Hij geeft er niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen Hij doet overal voordeel mee, ongeacht de gevolgen voor anderen  
73 De bok slepen Uitsloven om niks  
73 Nood doet zelfs oude vrouwen rennen Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met "angst geeft vleugels")  
74 Paardenkeutels zijn geen vijgen Uiterlijk kan bedriegen / laat je niks wijsmaken  
75 Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout  
76 De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent Geef niet op voor het doel geheel is bereikt  
76 Niemand zo fijn iets spon of het kwam aan het licht der zon Niets kan eeuwig verborgen blijven  
77 Een oogje in het zeil houden Alert zijn  
77 Voor de wind is het goed zeilen Onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben  
78 Wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? Alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk  
78 Als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn Ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft  
79 Waar aas is vliegen kraaien Als er iets te halen valt staat iedereen vooraan  
80 Op de galg schijten Nergens bang voor zijn  

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • G. SEEGERS, Pieter Bruegel de Oudere. De Nederlandse Spreekwoorden, Amersfoort/Brugge, 2007.

Externe linkBewerken

  Zie de categorie Netherlandish Proverbs (Bruegel the Elder) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.