Nalatenschap

Geheel van bezittingen

Een nalatenschap, ook erfenis genoemd, is in het Nederlandse recht het geheel van bezittingen (zaken en vermogensrechten) en schulden die een overleden persoon achterlaat. Het erfrecht in Boek 4 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek regelt wat hiermee gebeurt. Een erfdeel is een bepaalde fractie (getal groter dan 0 en kleiner dan of gelijk aan 1) van de nalatenschap.

Verdeling van nalatenschappen volgens grootte en acties die ondernomen worden in Groot-Brittanië tussen 2008 en 2010.
Het aandeel van de 1% en 10% grootste erfenissen in het totaal van de nalatenschappen in Frankrijk (1919-1994). Gegevens van Thomas Piketty.
Het onderstaande betreft Nederland, tenzij anders aangegeven.

Het doorgeven van eigendom aan een volgende generatie bij overlijden is wereldwijd in verschillende rechtsculturen verschillend geregeld en is in de loop der tijden veranderd. Bij Germaanse stammen was bijvoorbeeld de regel dat alles gemeenschappelijk aan de stam of een familie behoorde, als een stam- of familielid overleed was geen overdracht nodig.[1] Onder de Romeinen was privé-eigendom bekend. Lange tijd werd in veel rechtssystemen met privé-eigendom de nalatenschap niet doorgegeven aan dochters of er werd alleen doorgegeven aan de oudste zoon. In Nederland erft volgens de wet de nog levende (huwelijks)partner, de kinderen krijgen een vorderingsrecht op de partner. De wettelijke hoofdregels kunnen opzij worden gezet met een testament.

De beginselen van het Nederlandse erfrecht stammen uit 1923, in 2003 is het nieuwe erfrecht in werking getreden, Boek 4 Burgerlijk Wetboek. In Nederland geldt de saisine wat betekent dat de nalatenschap zonder tussenstap direct van erflater overgaat op de langstlevende echtgenoot of de erfgenamen. Voor potentiële erfgenamen is daarom als eerste van belang na te gaan of er een testament is en per persoon te beslissen de erfenis te aanvaarden, te verwerpen, of te aanvaarden zonder persoonlijke aansprakelijkheid voor eventuele schulden (beneficiair aanvaarden). De beslissing te aanvaarden kan zowel formeel als informeel worden genomen. Wanneer iemand zich als erfgenaam gedraagt wordt er juridisch van uitgegaan dat deze persoon de nalatenschap heeft aanvaard, inclusief eventuele schulden die de erflater had en schulden die er door overlijden bijkomen, zoals de verplichting legaten uit te betalen, de kosten van de uitvaart of de erfbelasting.[2]

Het nalatenschapsvermogen vormt een gemeenschap in de zin van artikel 3:166 lid 1 BW, het is aan de erfgenamen gezamenlijk, de nalatenschap te beheren, af te wikkelen en te verdelen. Bij enkele stappen is een notaris nodig, bijvoorbeeld het opstellen van een Verklaring van erfrecht of een Akte van verdeling, deze notaris wordt betrokken notaris genoemd (art. 4:186 BW).[3] Een notaris die in opdracht van één of enkele erfgenamen werkt, wordt partijnotaris genoemd.

Is bij testament een executeur aangesteld, de testamentair executeur, of bij codicil van vóór 2003, heeft deze de bevoegdheid de erfenis te beheren en schulden te voldoen volgens de regels in testament en wet. Is bij testament (tevens) een afwikkelingsbewind ingesteld of is door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaard, liggen er bevoegdheden bij de afwikkelingsbewindvoerder respectievelijk vereffenaar.

Geen testament – wettelijke verdelingBewerken

Indien geen testament is opgesteld, wordt de nalatenschap verdeeld volgens de algemene wettelijke regels van erfopvolging bij versterf. Volgens de hoofdregel verkijgt de huidige huwelijkspartner en krijgen de kinderen uit een staand of vorig huwelijk een vorderingsrecht, daarna andere bloedverwanten van de overledenen, zoals ouders, broers en zussen.[4][5] Ook is bij wet geregeld hoe groot de erfdelen zijn. Partners waarmee geen geregistreerd partnerschap is aangegeaan en zogenaamde patchwork-kinderen zijn buitengesloten.

Notarieel testamentBewerken

De wettelijke standaardregeling kan deels opzij worden gezet door opstelling van een testament: een onderhandse akte in bewaring gegeven bij een notaris, of een notariële akte. Meestal wordt gekozen voor ondersteuning door een notaris. De testateur geeft aan een notaris zijn wensen te kennen omtrent zijn nalatenschap. De notaris adviseert, vertaalt de wensen naar juridische formuleringen en stelt een concepttestament op dat door de testateur wordt gecontroleerd en eventueel gewijzigd. Als de inhoud akkoord is bevonden, stelt de notaris de akte op die door de testateur wordt ondertekend in aanwezigheid van de notaris. Al deze handelingen dienen hoogstpersoonlijk en in Nederland onder vier ogen met de notaris te worden verricht, in België in aanwezigheid van twee getuigen of een tweede notaris. In Nederland zijn getuigen sinds 2003 niet meer vereist, maar de notaris of een ander kan de aanwezigheid van getuigen verlangen. Het origineel van de akte wordt door de notaris bewaard, de testateur ontvangt een afschrift (officiële kopie). De notaris deelt het Centraal Testamentenregister mee dat een akte is opgesteld, met datum en bewaarplaats. Zo kan een ieder nakijken óf een testament is opgesteld en zo ja wanneer en door wie. Alleen het laatst opgestelde testament heeft rechtskracht.

Geldigheid testamentBewerken

Testamenten mogen (in Nederland) niet worden gemaakt door personen jonger dan 16 jaar. Een testament kan ongeldig blijken als de erflater bij de opstelling niet handelingsbekwaam was, niet wilsbekwaam, bijvoorbeeld door dementie, of wanneer (een deel van) het testament tot stand is gekomen door beïnvloeding van derden. Een testament kan ook ongeldig zijn wanneer niet aan bepaalde vormvereisten is voldaan. Een notaris heeft de taak er op toe te zien dat alles volgens de regels verloopt. Als het testament door de rechter nietig wordt verklaard of wordt vernietigd, geldt het voorgaande testament en als dat er niet is, de wettelijke regeling. Mocht er onenigheid ontstaan over de bedoelingen van een erflater is het soms mogelijk dat een rechter een testament nader uitlegt, bijvoorbeeld aan de hand van algemene bepalingen in het testament of bij leven bestaande documenten (artikel 4:46 lid 1 Burgerlijk Wetboek).[6] Deze procedure moet worden begonnen bij de Rechtbank, waar vertegenwoordiging door een advocaat verplicht is. Als alle erfgenamen het erover eens zijn, kan gezamenlijk bij de Kantonrechter een verzoek tot uitleg worden ingediend (art. 96 Rechtsvordering).[7] Hier zijn advocaten niet verplicht zodat erfgenamen geen hoge kosten hebben.

Een testament kan de volgende wilsbeschikkingen bevatten:

  • Een erfstelling, het aanwijzen van erfgenamen (personen en/of instellingen), waarbij fracties vermeld moeten worden waarop elke erfgenaam recht heeft, die samen 1 zijn (de hele nalatenschap), of er wordt vermeld "voor gelijke delen". Er kan bijstaan "met inachtneming van plaatsvervulling, zoals geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf".
  • Een onterving, bij testament is aan een of meer personen minder toegekend dan deze op grond van de algemene wettelijke regeling zou(den) krijgen zonder testament. Er hoeft geen uitdrukkelijke bepaling over onterving te zijn opgenomen. De reden hoeft niet in de persoon van de onterfde te liggen, steeds vaker worden ook personen uit samengestelde families als erfgenaam gekozen die niet binnen de strikte bloedlijnen van de wet vallen, of worden Goede Doelen bedeeld. Het negatieve stempel onterving dekt de lading dus vaak niet. Eventuele kinderen van de onterfde erven door plaatsvervulling, tenzij die ook zijn onterfd. Als bijvoorbeeld A, B en C bij versterf elk een derde zouden erven, betekent onterven van A zonder plaatsvervulling dat B en C elk de helft erven. Ook een erfstelling kan materieel een gedeeltelijke onterving inhouden als iemand die volgens de wet recht zou hebben op een deel van de nalatenschap niet als erfgenaam wordt aangewezen, of voor een kleiner deel. Als een kind testamentair is onterfd heeft het volgens de wet recht op een minimumdeel van de nalatenschap, de legitieme portie. Daarop moet uitdrukkelijk aanspraak worden gemaakt.
  • Een legaat, een schenking in geld, zaken of goederen die bij overlijden wordt uitgekeerd. Juridisch is dit een vorderingsrecht van de legataris op de nalatenschap of op een bepaalde erfgenaam of erfgenamen, afhankelijk van het testament.
  • Oplegging van een testamentaire last
  • Oprichting van een stichting
  • Benoeming van executeurs
  • Instelling van een testamentair bewind

De verschillende soorten wilsbeschikkingen kunnen worden gecombineerd.

Ook boedeltoedelingen kunnen in het testament staan.

Handgeschreven akte – depot-testamentBewerken

Er kan ook een handgeschreven akte zijn opgesteld, waarbij de vorm onbelangrijk is en waarin een datum en handtekening volstaan om de wilsbeschikking authentiek te maken. Deze moet in Nederland bij een notaris in bewaring zijn gegeven om rechtskracht te hebben; in België is dat niet nodig.

Openen testamentBewerken

In Nederland zijn testamenten niet openbaar. De notaris heeft een beroepsgeheim en het Centraal Testamentenregister slaat alleen op bij welke notaris, op welke datum, een testament is gemaakt. Na overlijden hebben de wettelijke en testamentaire erfgenamen recht op inzage, andere belanghebbenden hebben recht op deel-inzage. Er is geen officiële manier om een testament te openen. Iemand die denkt erfgenaam te zijn, kan na overlijden een willekeurige notaris vragen na te kijken of er een testament is gemaakt. Heeft de notaris het overlijden vastgesteld en is degeen als erfgenaam in het laatst opgemaakte testament genoemd, kan een notaris na officiële identificatie kopie van dat testament bij de notaris opvragen die de akte heeft gepasseerd en aan de erfgenaam geven of per post sturen. Voor legatarissen geldt hetzelfde, maar zij krijgen een verkort afschrift van het testament: alleen de passages waar hun legaat is geregeld. De notaris kan de erfgenamen ook uitnodigen voor een bespreking op kantoor; dit is gebruikelijk wanneer de notaris langjarig voor de erflater heeft gewerkt. Dit gebeurt niet automatisch: een notaris moet op de hoogte worden gesteld van overlijden en van de erfgenamen opdracht krijgen aan het werk te gaan, of van een executeur of bewindvoerder namens hen. Een executeur of afwikkelingsbewindvoerder vertegenwoordigt niet de legatarissen, alleen de erfgenamen. Een notaris mag volgens de beroepsregels aan het werk gaan en rekeningen schrijven, zodra opdrachtgever zich in persoon heeft geïdentificeerd, deze op de hoogte is gesteld van de tarieven en de notaris opdracht tot het werk heeft gegeven.

CodicilBewerken

Voor het vermaken van bepaalde roerende zaken kan de erflater ook zelf een codicil hebben opgesteld waarin door erflater is geschreven dat een bepaald sieraad, kleding of inboedelzaken aan bepaalde personen of organisaties worden nagelaten. Dit document is vaak in bewaring gegeven bij de notaris. Ook kunnen wensen omtrent de uitvaart in een codicil zijn vastgehouden. Tot 2003 kon bij codicil ook een persoon worden aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen (executeur onder huidig recht), benoemingen in een codicil ouder dan 2003 blijven geldig.

Persoonlijk memorandumBewerken

In een testament wordt de bestemming van de nalatenschap in hoofdlijnen geregeld. Praktische, alledaagse zaken worden er meestal niet in genoemd. Vaak heeft een erflater een persoonlijk memorandum (ook wel regifest) opgesteld waarin punten worden beschreven en uitgelegd als:

Levenstestament, onherroepelijke volmachtBewerken

Als een levenstestament is opgesteld geldt dat in de regel niet meer na overlijden. Een volmachtgever mag echter bepalen dat een volmacht na overlijden doorloopt in het belang van volmachtgever of een derde, de onherroepelijke volmacht (art. 3:74 BW). Daarbij kunnen nadere voorwaarden zijn gesteld. De houder van een onherroepelijke volmacht mag na overlijden handelen binnen de gegeven bevoegdheden.

Lichaam overledene, uitvaart, asbestemmingBewerken

Het lichaam van de overledene, of de as na crematie, hoort niet tot de nalatenschap. De kosten van lichaamsverzorging, opbaren en uitvaart moeten wel bij voorrang uit de nalatenschap worden voldaan (art. 4:7 lid 1 B.W.).[8] De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat een begraving of crematie overeenkomstig de wens of vermoedelijke wens van de overledene moet plaatsvinden, niet eerder dan 36 uur en uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden.[9] De opdrachtgever voor de uitvaart draagt de eerste verantwoordelijkheid en is tegenover de uitvaartondernemer aansprakelijk voor de kosten; is bij testament of codicil een persoon aangewezen om de uitvaart te regelen, dan geeft deze opdracht.

Afwikkeling en verdelingBewerken

Bij overlijden krijgen de erfgenamen de volledige beschikkingsmacht over de goederen van de nalatenschap, deze moet worden afgewikkeld en verdeeld om ieder dat te doen toekomen waarop deze recht heeft. Dat is ook het geval wanneer de huwelijkspartner erft. De wet bepaalt de verdeling als er geen testament is, art. 4:13 BW, is er wel een testament moeten erfgenamen onderling tot overeenkomst van verdeling zien te komen.[10] Het woord “afwikkeling” heeft geen specifieke juridische betekenis en rechtsgeleerden zijn het oneens over de strekking van wettelijke bepalingen over verdeling.[11][12] In vakliteratuur of rechtsspraak zijn geen richtlijnen ontwikkeld. De nalatenschap is een juridische gemeenschap in de zin van art. 3:166 e.v. BW, daar zijn wettelijke regels voor de nalatenschap als bijzondere gemeenschap (art. 3:189 e.v. BW). Niet alle mensen die in een testament zijn genoemd maken deel uit van de gemeenschap, dat zijn alleen de erfgenamen, zij hebben als deelgenoten zeggenschap bij de afwikkeling. Om besluiten te kunnen nemen moet eenstemmigheid bestaan, schuldeisers kunnen alleen uitwinnen wanneer alle erfgenamen toestemming geven (art. 3:190 lid 1 BW). Er kan ook gezamenlijk een volmacht worden gegeven aan één persoon om namens alle erfgenamen te handelen, de volmacht-executeur, als dat een notaris is wordt deze 'boedelnotaris' genoemd. Wanneer enkele erfgenamen een volmacht afgeven, moet deze gevolmachtigde overeenstemming bereiken met de overige erfgenamen.

In de wet of in het testament staat tot welk deel uit de nalatenschap iedere erfgenaam gerechtigd is. Hoofdregel is erven in gelijke delen, maar daar kan bij testament van zijn afgeweken. In de eerste fase van de afwikkeing is er veel praktisch regelwerk. Erfgenamen en legatarissen moeten worden gezocht, deze moeten beslissen over de aanvaarding (bij erfgenamen zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding of verwerping), de nalatenschap moet worden geïnventariseerd, mensen, banken, bedrijven en instanties moeten worden geïnformeerd, vorderingen en uitkeringen geind, schulden voldaan, legaten uitgekeerd, abonnementen opgezegd, bankrekeningen op naam van de erven gezet, aangifte erfbelasting gedaan, goederen, zaken, tegoeden, effecten, zakelijke deelnemingen e.d. worden getaxeerd, verkocht of toebedeeld aan een of meerdere erfgenamen, onder verrekening van de eventuele overwaarde aan de anderen.

Als bij testament een executeur is benoemd, of een testamentair bewind is ingesteld met een bewindvoerder, mogen erfgenamen alles doen wat onder het normale dagelijkse beheer valt tot onderhoud en behoud van de goederen, of dat wat dringend moet worden gedaan. Voor beschikkingshandelingen is in de regel medewerking of toestemming van executeur of bewindvoerder nodig. Bij totstandkoming van de overeenkomst van verdeling kan het recht van erfgenamen om vrij over hun eigendom te beschikken niet met bepalingen in het testament opzij worden geschoven.

Als de huwelijkspartner erft, er voornamelijk vermogen is in de vorm van onroerend goed en de erfbelasting de (hoge) belastingvrije voet overstijgt, moet onder omstandigheden het huis worden verkocht of een een (hypothecaire lening worden afgesloten. Voor betaling erfbelasting kan uitstel worden gevraagd.[13]

Als sprake is van internationale aspecten kan ander recht van toepassing zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als (een deel van) de nalatenschap zich in het buitenland bevindt, als zich vermogen in Nederland bevindt en de overledene een buitenlandse nationaliteit heeft, of als erfgenamen in het buitenland wonen.

Beneficiaire aanvaardingBewerken

Als beneficiair is aanvaard door een of meer erfgenamen, kunnen deze erfgenamen door schuldeisers niet gehouden worden schulden van overledene of nalatenschap uit het eigen vermogen te betalen. Er gelden dan bijzondere regels die de erfgenamen verplichten de erfenis te vereffenen via een procedure die wordt gecoördineerd door de Rechtbank. Als er een executeur is kan een vereffeningsprocedure worden voorkomen wanneer de executeur de nalatenschap onderzoekt en kan verklaren dat er voldoende middelen zijn om alle schulden uit de nalatenschap te voldoen.

ExecuteurBewerken

Bij testament kunnen een of meer executeurs zijn benoemd met de opdracht vanaf overlijden bepaalde taken in het beheer en de afwikkeling van de nalatenschap uit te voeren. Deze taken moeten steeds zo worden uitgevoerd dat de nalatenschap zoveel mogelijk in stand wordt gehouden en/of inkomsten genereert en de belangen van alle erfgenamen evenwichtig worden meegewogen. De hoofdregels voor een executeur staan in de wet, bij testament kan de functie nader zijn ingevuld. Als een executeur is benoemd hebben de erfgenamen in de regel niet de bevoegdheid zonder zijn toestemming nalatenschapsgoederen te vervreemden of te bezwaren. Achtergrondgedachte is de nalatenschap zowel intern (deelgenoten) als extern (schuldeisers) te beschermen totdat er een boedelbeschrijving is en de schulden zijn voldaan. Erfgenamen kunnen wel alles doen wat nodig is voor het normale onderhoud en behoud van nalatenschapsgoederen of als iets dringend moet worden gedaan. De executeur kan volgens de wet met uitsluiting van de erfgenamen over nalatenschapsgoederen beschikken (verkopen, belenen etc.) wanneer dat nodig is voor een goed beheer of om goederen te gelde te maken om schulden te voldoen, hier kan bij testament de toestemming van erfgenamen aan worden verbonden. De executeur met beheersbevoegdheid vertegenwoordigt de erfgenamen in en buiten rechte. Een executeur heeft niet de bevoegdheid zelfstandig in de fase van de verdeling te werken en mag evenmin zelfstandig beschikkingshandelingen in juridische zin verrichten die buiten zijn takenpakket vallen. Als alle erfgenamen er mee akkoord zijn, kan een executeur ook andere stappen zetten, maar deze vallen niet onder de wettelijke of testamentaire taken en bevoegdheden van een executeur.

AfwikkelingsbewindvoerderBewerken

Als er een testament is met een zogenaamd afwikkelingsbewind en een afwikkelingsbewindvoerder, gelden de wettelijke regels voor het zogenaamde gemeenschappelijk belang bewind gegeven in de artikelen 4:153 - 181 BW. Erfgenamen kunnen dan in de regel niet zonder medewerking of toestemming van de bewindvoerder beschikken, behalve wanneer het nodig is voor gewoon onderhoud of als iets dringend moet worden geregeld (art. 4:166 en 4:167 lid 3 BW). De afwikkelingsbewindvoerder heeft voor veel werk toestemming van de erfgenamen nodig, deze kan worden vervangen door een machtiging van de Kantonrechter (art. 4:169 BW). De rechten en plichten van de afwikkelingsbewindvoerder kunnen bij testament worden uitgebreid, maar de (eigendoms-)rechten van erfgenamen kunnen niet bij testament worden ingeperkt (art. 4:171 BW). Onder rechtsgeleerden bestaat verdeeldheid wat precies bij testament kan worden uitgebreid of ingeperkt, er is geen rechtsspraak.[14] Afwikkelingsbewindvoerder, erfgenamen en derden bevinden zich dus in een onzekere rechtspositie wanneer een testamentair bewindvoerder zijn wettelijke bevoegdheden te buiten gaat, ook als daarover iets is opgenomen in het testament. Geeft het testament geen nadere regels, geldt in ieder geval alleen de wet.

Testamentair bewindBewerken

Bij testament kan zijn bepaald dat een erfdeel of goederen bestemd voor een bepaalde erfgenaam of legataris onder testamentair bewind wordt gesteld, geregeld in Afdeling 7 van boek 4 BW. Omvang, duur en regels voor het bewind staan in het testament. Bij verdeling wordt dit erfdeel uitgekeerd aan de bewindvoerder.

BoedelnotarisBewerken

Als een notaris met de afwikkeling van een opengevallen erfenis wordt belast noemt men deze vaak de boedelnotaris. Dat is juridisch niet altijd de juiste term. In art. 4:197 e.v. BW wordt met boedelnotaris de notaris bedoeld die belast is met de vereffening van een nalatenschap nadat beneficiair is aanvaard. Deze moet zich inschrijven in het boedelregister. Meestal werkt een notaris echter aan een boedel in opdracht van erfgenamen of executeur en voert de opgegeven werkzaamheden uit. Gebruikelijk is advisering en begeleiding bij de verdeling, het opstellen van de uitdelingslijst en het opstellen en passeren van akten, waaronder de verklaring van erfrecht en de akte van verdeling/vaststelling van de erfdelen. Het regelwerk in een boedel wordt niet door de notaris zelf gedaan maar door boedelmedewerkers.

BoedelregisterBewerken

Informatie over de rechtstoestand van een opengevallen nalatenschap in Nederland die vereffend moet worden, wordt verzameld in het openbare boedelregister dat zich bevindt bij de rechtbank van de laatste woonplaats van de erflater. Hierin staat bijvoorbeeld wie de boedelnotaris is en bevat verklaringen van erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard. Zuivere aanvaarding en verwerping worden niet ingeschreven. De griffier van de rechtbank is verplicht om een ieder die dat wenst inzage in het register te geven en een uittreksel daaruit te verstrekken.

ConflictenBewerken

Na overlijden van een langstlevende ouder komt vaak conflictpotentiaal binnen de familie hoog met de verdeling van de nalatenschap als aanleiding. Het gaat vaak om verschil van inzicht over de waarde van goederen of zaken. Hier kan een gang naar de rechter zinvol zijn wanneer objectief onderbouwd kan worden waarom meerdere taxaties onjuist zouden zijn en een eventueel waardeverschil opweegt tegen de kosten.[15] Verder bevredigt de verdeling in een testament niet altijd alle erfgenamen of onterfde kinderen en legt niet iedereen zich daarbij neer. In juridisch opzicht heeft het aanvechten van een testament alleen kans van slagen bij vormfouten of met tastbare bewijzen. Er zijn meerdere uitspraken waarbij een (deels) onterfd kind recht kon halen door bewijs te leveren dat sprake is geweest van beïnvloeding of gebruikmaking van (beginnende) dementie (wilsonbekaamheid).[16][17][18][19][20] Ten slotte zijn er regelmatig problemen met de manier waarop een executeur of afwikkelingbewindvoerder zijn werk doet, deels terug te voeren op onwetendheid aan beide kanten over taken en bevoegdheden, deels op te rigoreus handelende executeurs. Een verzoek bij de kantonrechter tot ontslag executeur heeft zin als objectief aantoonbaar dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag: hij heeft zich niet als 'goed executeur' gedragen, schiet ernstig tekort in de uitvoering van taken of de vertrouwensband is ernstig verstoord.[21][22]

Met het "uitvechten" van een erfeniskwestie kunnen vele jaren en veel geld verloren gaan. Een executeur of afwikkelingsbewindvoerder ziet het meestal niet als zijn taak, of bezit niet de vaardigheid, de-escalerend te werken. Vaak is het mogelijk een oplossing te vinden met behulp van een onafhankelijke derde (mediation).

Nalatenschapsbegeleiding – estate planningBewerken

Als vorm van zakelijke dienstverlening wordt ook buiten het notariaat 'nalatenschapsbegeleiding' bij leven aangeboden ook 'estate planning' genoemd, het gestructureerd regelen van de overgang van vermogen naar de volgende generatie met een focus op fiscale aspecten. In landen met een angelsaksisch rechtssysteem is estate planning een juridisch begrip waarvoor jurisprudentie, wetten en regelgeving bestaan.[23][24][25] Advisering is hier het domein van advocaten en notarissen en men mag zich alleen 'financieel adviseur' noemen als onafhankelijkheid juridisch is geborgd.[26][27]

In Nederland is het begrip in de 1990er jaren zonder deze juridische achtergrond in de bankenwereld geïntroduceerd als nieuwe vorm van dienstverlening. In Nederland bestaat voor estate planning geen wettelijk kader, voor estate planner als beroepsgroep bestaat geen wet- of regelgeving, er zijn geen kwaliteitseisen en er is geen wettelijk toezicht. Een hoogleraar Succesierecht typeerde de beroepsgroep in een vaktijdschrift als volgt: "Mensen die in de regel werken met zeer creatieve oplossingen".[28] Verschillende stichtingen en bedrijven bieden opleidingen van enkele dagen aan waarna men zich tegen betaling kan aanmelden.[29][30] Mensen noemen zich 'register estate-planner (REP)' maar in tegenstelling tot registeraccountant heeft de aanduiding bij een estate planner geen wettelijk beschermde inhoudelijke betekenis.[31] Hetzelfde geldt voor aanduidingen als 'keurmerk', 'gecertificeerd' of 'benoemd'. Vaak hoort een estate planner tot een beroepsgroep waarvoor wel gedragsregels gelden, zoals registeraccountant of notaris maar dat beschermt de consument niet altijd. Een grote beroepsvereniging, de Federatie Financieel Planners (FFP), kent bijvoorbeeld een gedragscode maar deze bevat geen clausule over onafhankelijkheid of objectiviteit.[32]

Zie ookBewerken

  • Vermogenstoets - over mogelijke gevolgen van de verandering in het vermogen door het ontvangen van een erfenis

Externe linksBewerken