Hoofdmenu openen

Mozes Brandon Bravo

Nederlands misdadiger (1906-1973)

Mozes Brandon Bravo (Amsterdam, 23 november 1906 - Amsterdam, 25 mei 1973) was een Joodse kleermaker die in de Tweede Wereldoorlog samenwerkte met de Duitse bezetter.[1] Hij woonde toen in een rijtjeshuis op Watersteeg 10 in Leiden en werkte in Den Haag.

Tweede WereldoorlogBewerken

In maart 1941 nam Brandon Bravo contact op met Louis d'Aulnis. Via zijn vriend Hans Fles kwam Brandon Bravo in contact met Bob Schreiner. Er werden plannen gemaakt om naar Engeland uit te wijken. Op Watersteeg 10 werden de plannen verder besproken. Er konden negen mensen mee en er waren wat helpers aanwezig. In de groep zaten ook Jacques van Dooremaalen (1915-1945[2]), Henk Kooistra, Lorent Meerman, Aäron Polak, een neef van Brandon Bravo. Jan de Jong had voor hen de motorsloep bij scheepswerf Kerkvliet in Warmond gekocht.

Op 3 april 1941 verzamelde de groep bij het huis van Brandon Bravo. De groep werd verraden door hun helpers, de 32-jarige Noordwijkse elektricien Piet Rothert en de Leidse koopman Jan de Jong van de Sicherheitsdienst. De Sicherheitsdienst deed er een inval, vond een pistool in het naaimandje van mevrouw Brandon Bravo en arresteerde Hans Fles, Polak en Brandon Bravo. De anderen waren er nog niet. Ook Schreiner was toevallig te laat. Op straat kwam hij Rothert tegen, die hem waarschuwde niet naar Brandon Bravo's huis te gaan. Schreiner en Kooistra doken onder. Hans Fles overleed in Oranienburg. Van Dooremaalen, Habernehl, Van Dalen en Meerman werden op 2 mei gearresteerd. Polak en Brandon Bravo werden naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Polak overleed in Buchenwald.

Na zijn arrestatie ging Mozes Brandon Bravo voor de Duitsers werken. Door zijn activiteit als V-Mann verloren, voorzover bekend, acht mensen het leven. Na de oorlog werd hij tot celstraf veroordeeld en kwam na acht jaar vrij. Jan de Jong werd tijdens de oorlog geliquideerd, Rothert kreeg na de oorlog levenslang.

FamilieBewerken

Mozes Brandon Bravo was een van de zes kinderen van David Brandon Bravo en Hanna de Vries, zijn tweede echtgenote. Na hun echtscheiding hertrouwde David in 1927 met Roosje de Abraham Stuiver, die al in 1932 overleed. In 1939 hertrouwde David met Helena Druijf. Mozes heeft dus verschillende stiefmoeders gehad. Drie broers van Mozes (Isaac, Salomon en David) overleden in Sobibor en Jacob overleed in Auschwitz. Hijzelf en zijn zuster overleefden de oorlog.

Mozes Brandon Bravo had zeven kinderen:

  • een zoon uit zijn huwelijk met Sara Spanjar; ze trouwden op 29 september 1927 in Amsterdam en op 18 juli 1930 vond hun echtscheiding plaats. Sara werkte sinds 30 december 1938 bij de textielfabriek Hollandia-Kattenburg in Amsterdam. De fabrieken werden op 11 november 1942 door de Sicherheitspolizei overvallen en de joodse medewerkers werden meegenomen. Ze overleed op 3 december 1942 in Auschwitz, tegelijk met haar inmiddels 14-jarige zoon.
  • een tweeling uit zijn verhouding met Christina Windloff.
  • vier dochters met Dora Edmondt; op 12 januari 1950 trouwde hij met Dora, in 1957 gingen ze weer uit elkaar. Dora overleed in 2011.

Zie ookBewerken