Hoofdmenu openen

Morgen (Ronnie Tober)

single van Ronnie Tober

Morgen is een single van Ronnie Tober. Het is een vastlegging van de Nederlandse inzending voor het Eurovisiesongfestival 1968, dat in Londen werd gehouden. Tober had er al vijftien singles op zitten, toen hij meedeed aan het Nationaal Songfestival 1968 en daar als winnaar uit tevoorschijn kwam.

Morgen
Single van:
Ronnie Tober
Van het album:
Ronnies Songparade
B-kant(en) Die oude pianola
Uitgebracht maart 1968
Genre Nederlandse muziek
Label Philips Records
Schrijver(s) Joop Stokkermans, Theo Strengers
Ronnie Tober
1967
Alleluja no. 1
  1968
Morgen
  1968
Mexico
Volgorde op Ronnies Songparade
  1
Morgen
  2
Zij draagt mijn naam
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Morgen is geschreven door Joop Stokkermans (al eerder te bewonderen in de reeks songfestivals) en Theo Strengers. Morgen is voor zover bekend het enige liedje waarvoor Strengers de tekst schreef. Hij was van origine reclameman van onder meer Douwe Egberts. De slogan En dan is er koffie (uit de reclame) is van hem afkomstig. Later was hij betrokken bij Het Parool. Het arrangement was dit keer van Jack Bulterman, gespeeld door zijn eigen orkest. Zoals destijds gebruikelijk gaf Dolf van der Linden leiding aan het orkest van/tijdens het Eurovisiesongfestival.

Opnieuw werd het Nederlandse optreden tijdens het festival geen succes. Tober werd zestiende in een veld van zeventien deelnemers. Het Spaanse La, la la van Massiel won. De tweede plaats was weggelegd voor Cliff Richards Congratulations. Morgen werd dan ook geen hit in Nederland. Het lag kennelijk aan het nummer, want van de elpee Ronnies Songparade waar het op verscheen moesten twee persingen aangemaakt worden.

De B-kant Die ouwe pianola is een lied geschreven door Ad van der Gein en Wim van Dam, beiden van het Cocktail Trio.

Morgen verscheen even later ook als Someday via Decca Records op de Engelse markt, aangevuld met B-kant I feel like crying van Tonny Eyk en Gerrit den Braber alias Lodewijk Post. Beide nummers waren vertaald door M. Stellman.