Midden-Europese Tijd

Midden-Europese Tijd (MET) (Engels: CET voor Central European Time)[1] is een tijdzone die één uur voorloopt op UTC (UTC+1), net als de West-Afrikaanse Tijd. Het grootste deel van de Europese landen valt in deze tijdzone. In de zomertijd gaat MET in deze landen over in MEZT, Midden-Europese Zomertijd (in het Engels CEST, Central European Summer Time). Deze is UTC+2, net als Oost-Europese Tijd, maar voor de duidelijkheid wordt een aparte naam gebruikt.

De tijdzone werd voor het eerst door het Koninkrijk Servië in 1884 ingesteld, gevolgd door Oostenrijk-Hongarije in 1891 en enkele Zuid-Duitse Bondslanden (Beieren, Baden en Württemberg) op 1 april 1892. De naamgeving is van Duitse oorsprong, aangezien men in Oostenrijk en de Zuid-Duitse Bondslanden over de naam mitteleuropäische Zeit sprak. Noord-Duitse Bondslanden en provincies voerden de tijdzone op 1 april 1893 in, waardoor de tijd in het Duitse Keizerrijk als geheel gold.[bron?]

De theoretische zone van de Midden-Europese Tijd loopt van 7,5° oosterlengte tot 22,5° oosterlengte.

De landen die MET/MEZT gebruiken zijn:

Landen buiten de geografische METBewerken

Europese landen die de Midden-Europese Tijd gebruiken, maar geografisch binnen de West-Europese Tijdzone liggen, zijn:

In Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk is de Midden-Europese Tijd in mei 1940 ingevoerd door de Duitse bezetter. Nederland had voordien de Amsterdamse Tijd, België en Frankrijk de West-Europese Tijd. Na de bezettingen werd de situatie gehandhaafd. Spanje gebruikt de MET sinds 1946.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken