Hoofdmenu openen

LoopbaanBewerken

Serres werd vanaf 1949 opgeleid aan de École navale (de marine-academie) en daarna vanaf 1952 aan de prestigieuze École normale supérieure in Parijs. In 1955 studeerde hij af in de filosofie. Na enkele jaren als marineofficier promoveerde hij in 1968 op het werk van Leibniz. Onderwijl had hij een leeropdracht aan de Université Blaise Pascal (Clermont-Ferrand II) te Clermont-Ferrand, waar hij samenwerkte met Michel Foucault en diens leraar Jules Vuillemin. Na een kort verblijf aan de Johns Hopkins University in Baltimore verwierf hij op voorspraak van René Girard in 1969 de leerstoel 'Geschiedenis van de Wetenschap' aan de Universiteit Parijs 1 Panthéon-Sorbonne. In 1984 werd hij met dezelfde lesopdracht ook benoemd aan Stanford University in Californië.

WerkBewerken

Hij verwierf zich een reputatie als begenadigd docent en als auteur van proza dat opviel door zijn bijzondere stijl. Omdat hij al vroeg had kennisgemaakt met de verschrikkingen van oorlog en geweld meed hij consequent een wetenschapsopvatting die zich baseerde op modellen van oorlog, achterdocht en kritiek.

Zijn eerste werken focusten vooral op het probleem van de rationaliteit en vooruitgang in de wetenschappen en de gevolgen hiervan. Zijn vroege Hermès-reeks focuste vooral op de rol van communicatie, en kan in zekere zin geplaatst worden binnen het (wiskundig) structuralisme. Een centrale metafoor die hij hierin gebruikt is dat van de boodschapper, in de eerste plaats gesymboliseerd door Hermes, de Griekse god van handel en verkeer. In latere werken gebruikte hij ook de metafoor van de engelen.

Vanaf de jaren 80 was een verschuiving in het werk van Serres vast te stellen. Nadat hij in zijn vroegere werken voornamelijk een soort commentaar had ontwikkeld op andere auteurs, ontwikkelde hij van toen af eigen concepten. Hij beperkte zich daarbij niet tot wetenschappelijke theorieën, maar betrok ook literatuuranalyses en mythes in zijn werk.

Serres was ook een enthousiaste voorstander van de vrije verspreiding van kennis en heeft zich ook zeer positief uitgelaten over Wikipedia.[1]

DenkenBewerken

De dissertatie van Serres, Le Système de Leibniz et ses modèles mathématiques (1968), handelde over het werk van Gottfried Leibniz en valt nog te plaatsen binnen de filosofie van de wiskunde. Hij ging echter ook met name in op de rol van communicatie en linkte het werk met hedendaagse concepten van de informatietheorie. Deze thematiek bleef ook aanwezig in de Hermès-reeks. Volgens Serres dient men communicatie te begrijpen steeds in relatie tot de achtergrond van ruis. Communicatie bestaat dan voornamelijk uit het uitsluiten van deze ruis. Meer concreet is er dus een operatie nodig om het overbrengen van de boodschap te garanderen, een proces dat Serres typeerde als 'translatie'. Dit begrip is vooral ook invloedrijk geweest in het werk van auteurs als Michel Callon en Bruno Latour.

Het oeuvre van Serres ging verder dan conventionele wetenschapsgeschiedenis alleen, en zo heeft hij ook onder meer werken geschreven over de sciencefictionschrijver Jules Verne, over de betekenis van muziek en fabels van Jean de La Fontaine. Serres hield zich niet aan het klassieke onderscheid tussen wetenschap enerzijds en religie en mythe anderzijds. Zo stelde hij in het derde luik van Hermès: "er is geen grotere mythe dan de idee van een wetenschap vrij van alle mythe".[2] Hiermee zette hij zich dan ook af tegen de dominante invulling van wetenschapsfilosofie en -geschiedenis in Frankrijk, bij auteurs zoals Gaston Bachelard, die in de eerste plaats vertrekken van zo'n onderscheid. Serres verweet hen verder ook de relaties tussen wetenschap en andere fenomenen, zoals recht, geweld, muziek, te hebben verwaarloosd. Dit probeerde hij zelf in zijn werk steeds te doen.

Vanaf werken zoals Le Parasite (1980) en Genèse (1982) ziet men ook een overgang aan het werk van zuivere commentaar op andere auteurs, naar het ontwerpen van eigen concepten en tekstinterpretaties. Vele van zijn werken vertrekken dan ook van bepaalde concrete mythes, verhalen of metaforen die dan op een zeer beschrijvende wijze verder worden uitgewerkt. Serres zag echter af van het geven van een soort finale interpretatie van deze mythes, alsof er een soort metataal is waarin de betekenis ervan (definitief) kan uitgedrukt worden. Vaak combineerde hij hierin wetenschappelijke theorieën en literaire werken of mythes. Zo herinterpreteerde hij in La Naissance de la physique dans le texte de Lucrèce (1977) het werk van Lucretius via hedendaagse theorieën over vloeistofmechanica.

 
Michel Serres in 2011

BibliografieBewerken

  • 1968 : Le Système de Leibniz et ses modèles mathématiques
  • 1969 : Hermès I, la communication
  • 1972 : Hermès II, l'interférence
  • 1974 : Hermès III, la traduction
  • 1974 : Jouvences. Sur Jules Verne
  • 1975 : Auguste Comte. Leçons de philosophie positive (redactie)
  • 1975 : Esthétiques sur Carpaccio
  • 1975 : Feux et signaux de brume. Zola
  • 1977 : Hermès IV, La distribution
  • 1977 : La Naissance de la physique dans le texte de Lucrèce
  • 1980 : Hermès V, Le passage du Nord-ouest
  • 1980 : Le Parasite
  • 1982 : Genèse
  • 1983 : Détachement
  • 1983 : Rome. Le livre des fondations
  • 1985 : Les Cinq Sens
  • 1987 : L'Hermaphrodite
  • 1987 : Statues
  • 1989 : Éléments d'histoire des sciences
  • 1990 : Le Contrat naturel
  • 1991 : Le Tiers-instruit
  • 1991 : Discours de réception de Michel Serres à l'Académie française et réponse de Bertrand Poirot-Delpech
  • 1992 : Éclaircissements (gesprekken met Bruno Latour)
  • 1993 : La Légende des Anges
  • 1993 : Les Origines de la géométrie
  • 1994 : Atlas
  • 1995 : Éloge de la philosophie en langue française
  • 1997 : Nouvelles du monde
  • 1997 : Le trésor. Dictionnaire des sciences
  • 1997 : À visage différent
  • 1999 : Paysages des sciences
  • 2000 : Hergé, mon ami
  • 2001 : Hominescence
  • 2002 : Variations sur le corps
  • 2002 : Conversations, Jules Verne, la science et l'homme contemporain, Première version
  • 2003 : L'Incandescent
  • 2003 : Jules Verne, la science et l'homme contemporain
  • 2004 : Rameaux
  • 2006 : Récits d'humanisme
  • 2006 : L'Art des ponts
  • 2006 : Petites chroniques du dimanche soir
  • 2006 : L'Art des ponts : homo pontifex
  • 2007 : Le Tragique et la Pitié. Discours de réception de René Girard à l'Académie française et réponse de Michel Serres
  • 2007 : Petites chroniques du dimanche soir 2
  • 2007 : Carpaccio, les esclaves libérés
  • 2008 : Le Mal propre : polluer pour s'approprier ?
  • 2008 : La Guerre mondiale
  • 2009 : Écrivains, savants et philosophes font le tour du monde
  • 2009 : Temps des crises
  • 2009 : Van Cleef et Arpels, Le Temps poétique (met Franco Cologni en Jean-Claude Sabrier)
  • 2009 : Petites chroniques du dimanche soir 3
  • 2010 : Biogée
  • 2011 : Musique
  • 2012 : Petite Poucette
  • 2012 : Andromaque, veuve noire
  • 2013 : Jules Verne aujourd'hui - Conversations avec Jean-Paul Dekiss
  • 2013 : L'art des ponts : homo pontifex
  • 2013 : Variations sur le corps
  • 2013 : Les Temps nouveaux
  • 2014 : Pantopie, de Hermès à Petite Poucette (met Martin Legros en Sven Ortoli)
  • 2014 : Petites Chroniques du dimanche tome VI
  • 2014 : Yeux
  • 2015 : Le gaucher boiteux : puissance de la pensée

Nederlandse vertalingenBewerken

  • 1992 : Het contract met de natuur
  • 2012 : Muziek
  • 2014 : De Wereld Onder De Duim - Lofzang op de internetgeneratie