Maarten Lem

politicus

Maarten Lem (onbekend - Leuven, 27 maart 1485) was een internationaal handelaar, een Vlaams burgemeester van Brugge en een raadsman van de hertogen van Bourgondië.

Internationale handelaarBewerken

Lem behoorde tot een familie van Brugse poorters. Over zijn afkomst is alleen bekend dat zijn vader ook Maertin heette, zijn moeder werd in latere bronnen vermeld als Jeanne de Portugal. Hij zou geboren zijn rond 1425. Vóór 1450 zijn er geen vermeldingen van Maertin te vinden. In 1450 werd Maertin Lem door Rombout de Wachtere naar Portugal gestuurd om twee van Rombouts facteurs, die juwelen moesten verkopen, te controleren. Om de problemen met deze facteurs op te kunnen lossen vroeg Martin aan Rombout om aanbevelingsbrieven van Isabella van Portugal, die gehuwd was met Filips de Goede, graaf van Vlaanderen, voor haar broer don Alfonso V, koning van Portugal. Maertin loste de problemen met de facteurs op en bleef in Lissabon waar hij zijn fortuin maakte.

Maertin dreef handel tussen Vlaanderen en Portugal. Een belangrijk product hierbij was suiker uit Madeira. In 1456 sloot hij met de koning van Portugal D. Afonso V een contract af, waarbij hij het monopolie voor de handel in kurk verwierf. In 1463 werd Maertin vanwege zijn bijdrage aan de strijd tegen de Moren door Don Alfonso V benoemd tot escudeiro waarbij hij zijn eigen wapen kreeg (drie zwarte merletten op een zilveren veld). Dit wapen is opgenomen in diverse Portugese wapenboeken.

Maertin werd in Portugal vermeld als Maertin Lem o’Velho (de Oude). Maertin had er een relatie met Leonor Rodrigues waaruit zeven kinderen werden geboren, waaronder een Martim die o’Moco (de Jonge) werd genoemd en een Antonio. Op verzoek van Maertin werden deze 7 natuurlijke kinderen in september 1464 door Don Alfonso V gelegitimeerd. Deze kinderen wijzigden hun familienaam van Lem naar Leme en verschillende onder hen vestigden zich op de Quinta dos Lemes op Madeira en later in S. Vicente bij S. Paolo in Brazilie. Na 1464 keerde Maertin terug naar Brugge waar hij in 1466 en '67 met Rombout de Wachtere in een proces verwikkeld was over de juwelenzaak uit 1450. In augustus 1467 werd de - gedeeltelijk verloren gegane - uitspraak van dit proces gedaan. In 1467 werd Maertin in Brugge benoemd tot burgemeester van de Corpse.

Maertin voerde in Brugge een gevierendeeld wapen met in de kwartieren 1 en 4 zijn Portugees wapen en in de kwartieren 2 en 3, vijf gouden schelpen op een rood veld. De herkomst van deze kwartieren 2 en 3 is onbekend. Volgens een theorie zouden deze afkomstig zijn van de Portugese familie Velho. Maar er is geen enkel verband gevonden, noch in Brugge noch in Portugal tussen de families Lem en Velho.

In 1467 huwde burgemeester Maertin Lem met Adrienne van Nieuwenhove (*1448), dochter van Nicolaas van Nieuwenhove en Adriana Metteneye. Het paar kreeg vier zoons en vijf dochters.

Bij zijn komst naar Brugge had Maertin in ieder geval zijn Portugese zoon Antonio Leme (de Portugese vorm van Lem) meegebracht. In 1471 werd deze Antonio op een schip met gewapende soldaten naar Portugal gestuurd om deel te nemen aan het beleg van Arzila. Vanwege zijn heldhaftig gedrag werd Antonio door don Alfonso V geridderd en kreeg hij een eigen wapen (5 zwarte merletten op een gouden veld), een variant op zijn vaders Portugese wapen. Antonio bleef enkele jaren aan het Portugese hof verbonden maar vestigde zich later in Funchal (Madeira). Zijn broer Maertin, o'Moco dreef handel in Funchal maar overleed in 1485.

Brugs bestuurderBewerken

Opnieuw in Brugge gevestigd, vervulde Lem een belangrijke reeks publieke functies. Zo was hij:

  • 1467-1468: burgemeester van de raadsleden,
  • 1472-1473: burgemeester van de schepenen,
  • 1477-1478: burgemeester van de schepenen,
  • 1478-1479: hoofdman van het St.-Janszestendeel,
  • 1478: voogd van het hospitaal van de Potterie,
  • 1479-1480: superintendant financiën van Maximiliaan van Oostenrijk (samen met Willem Moreel).
  • 1480-1481: burgemeester van de schepenen,
  • algemeen bewaarder van de Duinen

Hij nam het initiatief voor het graven van een kanaal van Brugge naar Sluis en financierde het werk gedeeltelijk met eigen middelen.

Vertrouwensman van de hertogenBewerken

Hij werd een belangrijk raadsheer, kamerheer en hofmeester van aartshertogin Maria van Bourgondië en vooral, na haar dood, van aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk.

Tijdens het burgemeesterschap van zijn familielid Jan van Nieuwenhove, 1476-77, waren er een aantal problemen in de stad. De dood van Karel de Stoute en de aanstelling van Maria van Bourgondië gaven aanleiding tot problemen en discussies. De ambachten en neringen wilden van de gelegenheid gebruikmaken om de Brugse privilegies bevestigd te zien. Ze wilden tevens de afschaffing van het Brugse Vrije als vierde lid van de Staten van Vlaanderen. Burgemeester van Nieuwenhove was het daar niet mee eens en vluchtte naar Gent. De anarchie was niet ver af en volksmenners zorgden ervoor dat zestien vroegere stadsbestuurders werden gevangengenomen, om zich te verantwoorden over hun vroeger bestuur. Maarten Lem was een van hen. Het Brugse volk ergerde zich aan hem. Hij kreeg spotnamen als 'tcleen graefkin van Vlaenderen' of 'den graeve Maertin zonder landt'.

Na de onderhandelingen die met de aartshertogin werden gevoerd, werd in april een nieuw stadsbestuur aangesteld, waar Lem geen deel van uitmaakte. Tijdens het jaar 1477 werden enkele luisterrijke feesten gehouden in het Prinsenhof en in het natiehuis der Oosterlingen, naar aanleiding van het huwelijk van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk. Zelf gaf Lem, om zijn vrijlating te vieren, een groot feest in zijn woning Rijkenburg.

Toen de stad Ieper in mei 1477 bedreigd werd door Franse troepen, aangevoerd door koning Lodewijk XI, werden vanuit Brugge en het Brugse Vrije versterkingen gestuurd. Maarten Lem financierde voor één maand 50 Spanjaarden en trok mee op met Maximiliaan van Oostenrijk. Toen het stadsbestuur op 2 september 1477 opnieuw werd vernieuwd, kwam Lem nu weer helemaal op het voorplan en werd, met de steun van de aartshertogin, tot burgemeester van de schepenen gepromoveerd. Toen zijn termijn in september 1478 voorbij was, bekleedde hij een meer bescheiden ambt, dat van hoofdman voor het Sint-Janssestendeel.

In september 1480 werd hij opnieuw burgemeester van de schepenen. Tegen het einde van zijn mandaat, het jaar daarop, waren de hoge graanprijzen oorzaak van armoede en hongeroproer. Maarten Lem en andere bestuurders durfden niet meer in het openbaar te verschijnen.

Op 17 februari 1482 hield hij in zijn woning 'Rijkenburg', gelegen aan de voet van de Koningsbrug, een feestelijk banket dat werd bijgewoond door aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, Maria van Bourgondië, haar stiefmoeder Margareta van York en vele edelen. Een maand later overleed Maria van Bourgondië.

Schout van Brugge en het Brugse VrijeBewerken

Op 17 april van hetzelfde jaar werd Maertern Lem door Maximiliaan tot schout van Brugge en het Brugse Vrije benoemd. Dit was een functie die de controle van de lagere besturen inhield en normaal niet aan een poorter van de stad werd toevertrouwd. Het was het begin van een decennium dat gekenmerkt zou worden door opstandige bewegingen, voornamelijk gericht tegen Maximiliaan. Dit gaf tevens regelmatig aanleiding tot bloedige afrekeningen tussen de stadsbestuurders, die voor of tegen Maximiliaan waren maar die meteen ook onderling politieke of familiale veten uitvochten.

Lem kwam in zijn functie in het brandpunt van de problemen van de tijd en vreesde stilaan voor zijn leven. Hij trok zich in september 1483 in Leuven terug, waar hij in maart 1485 overleed. Pas toen de onrust was verminderd, kon zijn stoffelijk overschot overgebracht worden en werd hij begraven in zijn kapel in de Brugse Sint-Donaaskerk.

Zijn weduwe behield goede contacten met het Hof. Op 24 januari 1488 ontving ze Maximiliaan voor een avondmaal bij haar thuis. Enkele dagen later werd hij door de Bruggelingen gevangengenomen en werd jacht gezet op zijn raadslieden en medestanders. Zij bleef buiten schot.

NazatenBewerken

De relatieve ongenade die Maarten Lem trof en zijn vlucht naar Leuven, betekenden niet het einde van de familiale invloed en activiteit in Brugge. Zijn zoons bekleedden, naast andere ambten, die van schepen van Brugge:

  • in 1495 Jan Lem (1469- ), getrouwd met Josine Van Wulfsberghe
  • in 1501 Adriaan Lem (1470- ) getrouwd met Margriette Ritsaert
  • in 1504 Karel Lem (1468- ), getrouwd met Cornelia Veyse
  • tussen 1513 en 1538 Maarten Lem (ca. 1470), getrouwd met Catherine D'Hamere en in tweede huwelijk met Jeanne Van Eeghem. Hij werd raadslid van Brugge in 1505 en was herhaaldelijk schepen tussen 1513 en 1538.

De dochters gingen vleiende huwelijken aan, onder meer:

  • Martine Lem trouwde met Roeland van Moerkerke, die voorzitter werd van de Raad van Vlaanderen.
  • Maria Lem trouwde met Willem Hugonet (1472-1537), de zoon van de Willem Hugonet die een van de voornaamste medewerkers was van Karel de Stoute en in 1477 zijn trouw in Gent met zijn leven bekocht.
  • Catharina Lem trouwde met Pieter van der Burgh, schepen van het Brugse Vrije.
  • Eleonore Lem trouwde met ridder Charles de Clercq, heer van Bovenkerke.

Onder de kinderen uit het huwelijk Lem - Van Eeghem was er opnieuw een Maarten Lem (Brugge 1515 - 13 juli 1597), die gedurende meer dan een halve eeuw een carrière doorliep in het Brugse stadsbestuur, als volgt:

  • 1545-1546: schepen
  • 1550-1551: schepen
  • 1557-1559: tresaurier
  • 1559-1560: schepen
  • 1560-1562: burgemeester van de raadsleden
  • 1562-1563: schepen
  • 1563-1564: eerste schepen
  • 1564-1565: raadslid en voogd van het hospitaal van de Potterie
  • 1565-1566: eerste schepen
  • 1567-1570: burgemeester van de raadsleden
  • 1570-1571: eerste schepen.

Tijdens het calvinistisch bewind (1576-1584) ontvluchtte Lem de stad. Na zijn terugkeer kon hij, toen al vooraan de zeventig, de kroon plaatsen op zijn ambtelijke loopbaan, als burgemeester van de schepenen in:

  • 1586-1588,
  • 1590-1591,
  • 1595-1597, tot aan zijn dood.

Confrerie van het Heilig BloedBewerken

De volgende familieleden waren lid van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed:

  • In 1486: Karel Lem († 1500), werd proost van de Confrérie in 1489. In 1491 werd hij lid van de Confrérie van Onze-Lieve-Vrouw van den Drogen-Boom.
  • In 1496: Adriaan Lem († 1502), werd proost in 1500. Zoon van Maarten Lem en Adriana Van Nieuwenhove, trouwde met Margriette Ritsaert.
  • In 1507: Maarten Lem, werd proost in 1531. Zoon van Maarten Lem en Adriana Van Nieuwenhove, trouwde hij met Catharina d'Hamere en met Johanna Van Eeghem.
  • In 1550: Maarten Lem, werd proost in 1559. Zoon van Maarten Lem en Catharina d'Hamere, trouwde hij met Catharina Van Hecke en met Barbara De Boodt.

PortrettenBewerken

  • Geschilderd portret Maarten Lem de Burgemeester, Schout etc. paneel olieverf, 48 x 39 cm, verzameling E. Rapaert de Grass, waarvan geschilderde kopie uit de 17de eeuw in het Museum van de Potterie, Brugge (afgebeeld in A. VANDEWALLE (ed.) Hanzekooplui …, 2002, p. 49).
  • Geschilderd portret van Adriana van Nieuwenhove (Copyright, Bureau voor Iconografie (V.A.K.B.), nr. 3199.
  • Maarten Lem (1476-1558) komt voor op het schilderij van Pieter Pourbus met de leden van de Confrérie van het Heilig Bloed (1556).
  • Geschilderd portret van Maarten Lem (1517-1597), paneel, olieverf, 62 x 51 cm, Museum van de Potterie, Brugge.

LiteratuurBewerken

  • Charles CUSTIS, Jaerboecken der stad Brugge, Tweede deel, Brugge, 1765.
  • J. DE JONGHE (ed.), Nicolaas DESPARS, Cronycke van den Lande ende Graefscepe van Vlaenderen, Brugge, 1837-1840 (4 delen), IV, pp. 126, 170, 177, 178-179, 202, 207, 211, 212, 219, 220, 233, 235, 245.
  • Charles CARTON (ed.), [anoniem], Het boeck van al 't gene datter geschiedt is binnen Brugghe, C. Annoot-Braeckman, Gent, blz. 103, 175.
  • J. GAILLIARD, Recherches historiques de la chapelle du Saint-Sang à Bruges, Brugge, 1846.
  • F. VAN DYCKE, Recueil héraldique de familles nobles et patriciennes, Brugge, 1851.
  • J.-J. GAILLIARD, Bruges et le Franc, Brugge, 1857-1864, Deel I, pp. 319 (genealogie Lem), IV, p. 89 (genealogie van Nieuwenhove).
  • J.-J. GAILLIARD, Inscriptions funéraires …. Eglise de St.-Donat, Eglise de St.-Walburge, Brugge 1861, pp. 173-174.
  • Edgard BAES, Martin Lem, in: Biographie Nationale de Belgique, Tome XI, kol. 758-759.
  • Albert DE SCHIETERE DE LOPHEM, Iconographie Brugeoise. II. L'Hôpital de la Potterie, in: Tablettes des Flandres, Tome 7, Brugge, 1957, blz. 268-299.
  • Valentin VERMEERSCH, Grafmonumenten te Brugge voor 1578, Deel 2, Brugge, 1976.
  • Alfons DEWITTE & Antoon VIAENE (ed.), De Lamentatie van Zeghere van Male, Brugge, 1977.
  • J. EVERAERT, Les Lem, alias Leme, Une dynastie marchande d'origine flmande au service de l'expansion portugaise, in: Actas III colloquio internacinal de historia da Madeira, Madeira, 1993.
  • André VANDEWALLE (ed.), Hanzekooplui en Medicibankiers. Brugge, wisselmarkt van Europese culturen, Brugge, 2002, blz. 46.
  • Tim SOENS, Waterbeheer en rurale samenleving in de Vlaamse kustvlakte (1250-1580), Gent, 2009.
  • Frederik BUYLAERT, Repertorium van de Vlaamse adel (1350-1500), Gent, Academia Press, 2011.
  • Pieter A. DONCHE, Edelen, Leenmannen en Vorstelijke Ambtenaren van Vlaanderen, 1464-1481-1495, Antwerpen, 2012.
  • Jelle HAEMERS, "For the common good", Turnhout, 2009.
  • Jelle Haemers, De strijd om het regentschap over Filips de Schone, Gent, 2014.
  • Willy van Ryckeghem : Bound for Sugar, Flemish Traders on Madeira. in: The Low Countries, 13/5/2019.