Louise van België

Belgische prinses (1858-1924)
Zie artikel Voor de Belgische koningin, zie Louise Marie van Orléans. Voor de Belgische prinses, zie Louise van België

Louise Marie Amélie (Laken, 18 februari 1858 - Wiesbaden, 1 maart 1924), kortweg prinses Louise, was het eerste kind van de latere koning Leopold II der Belgen en koningin Marie Henriëtte. Ze was prinses van België en van Saksen-Coburg en Gotha. De Louizalaan, één van de duurste winkelstraten, in Brussel werd naar haar vernoemd. Het is een prestigieuze stadsboulevard die het Louizaplein over een afstand van bijna 3 kilometer met het Ter Kamerenbos in het zuiden van de stad verbindt. Naast winkels van luxe kledingmerken telt de laan tal van buitenlandse ambassades en historische monumenten.

Louise Marie Amélie
1858 - 1924
Louise van België
Geboren 18 februari 1858
Laken, België
Overleden 1 maart 1924
Wiesbaden, Duitsland
Vader Leopold II van België
Moeder Marie Henriëtte van Oostenrijk
Dynastie Saksen-Coburg en Gotha
Partner Filips van Saksen-Coburg en Gotha
Kinderen Dorothea
Leopold

BiografieBewerken

 
Prinses Louise van België en prins Filips van Saksen-Coburg en Gotha. Gravure nadat een fotografie genomen op het moment van hun huwelijk in Brussel, 4 februari 1875.
 
Louise met haar kinderen Leopold en Dorothea

JeugdBewerken

Louise Marie Amélie werd geboren in 1858 als eerste kind en dochter van de latere koning Leopold II der Belgen en koningin Marie Henriëtte. Haar ouders hadden echter gehoopt op een troonopvolger, toen een zoon, en waren dus enigszins teleurgesteld dat ze een meisje bleek. De prinses groeide op aan het Hof van Laken en kreeg een Spartaanse opvoeding, inclusief lijfstraffen. Haar opvoedingwas dus zonder liefde of genegenheid. Deze werden enigszins getemperd door plezierige momenten die ze deelde met haar jongere broer prins Leopold en haar zusjes prinses Stefanie en prinses Clementine. Vooral haar vader kijkt niet naar haar om, zeker niet na de geboorte van zijn tweede kind, prins Leopold, in 1859. Dat was wel een jongen en hij kreeg alle aandacht als toekomstige troonopvolger. In 1864 volgt nog een dochter, prinses Stefanie. Groot is het drama wanneer in 1869 prins Leopold plots sterft. De koning is zijn enige zoon kwijt. De geboorte van alweer een dochter, prinses Clementine, in 1872 brengt geen soelas.

HuwelijkBewerken

Leopold II keert zich steeds meer van zijn gezin af. Zijn dochters ziet hij louter als nuttige pionnen in het spel van de internationale huwelijkspolitiek. Louise zet hij als eerste in. Op 4 februari 1875 trouwde prinses Louise met haar achterneef prins Filips van Saksen-Coburg en Gotha in Brussel. Ze waren dubbel verwant, zijn moeder was een zus van haar grootmoeder koningin Louise Marie en zijn grootvader was een broer van haar grootvader koning Leopold I. Filips behoorde tot de rijke Hongaarse tak van de Coburgfamilie en was veertien jaar ouder dan zijn bruid. Leopold II was trots op zijn huwelijksstrategie, die erop neerkwam dat hij dit huwelijk arrangeerde met het oog op internationale politieke belangen. Het huwelijk, gezegend met twee kinderen (prinses Dorothea en prins Leopold), was geen succes. Al tijdens de eerste huwelijksnacht liep het mis en ontvluchtte ze hem naar de serres van Laken.[1] De onervaren prinses gruwelde van de seksuele wensen van haar kersverse echtgenoot. Ze leerde al snel dat Filips van pornografische literatuur en afbeeldingen houdt, een voorkeur die hij graag met haar deelde. Beide echtgenoten gingen een liederlijk leven leiden waarbij de huwelijkstrouw niet werd gerespecteerd.

Het paar verhuisde naar het verre Wenen, waar ze terechtkwamen aan het Habsburgse Hof, dat haar moeder uit haar jeugd kende. Ze werden er opgenomen in de selecte kring rondom keizer Frans Jozef I. Het prinselijk paar genoot het voorrecht aan de keizerlijke tafel plaats te nemen en kregen een prominent eerbetoon. De prinses, die financieel afhankelijk was van haar echtgenoot, amuseerde zich in bourgondische stijl van haar nieuwe leven. Haar glamoureuze levensstijl viel niet goed bij de keizer en evenmin bij haar moeder. Ze kreeg het advies soberder te gaan leven, maar dat advies sloeg ze in de wind. Haar reputatie ging van kwaad naar erger, tot ongenoegen van keizer Frans Jozef. Toch wist ze hem in 1880 te overtuigen zijn zoon en kroonprins Rudolf met haar jongere zus prinses Stefanie te laten trouwen.

Kort voor de eeuwwisseling ontmoette Louise de Kroatische graaf Géza Mattacic, met wie ze een affaire begon. Hierdoor viel ze uit de gratie bij de keizer en draaide haar echtgenoot de geldkraan dicht. In geen tijd verzoop de prinses in de schulden. Om de schande te vermijden, kocht haar man bijna alles op. Toch bleven er schuldeisers haar achtervolgen. Ze begon de handtekening van haar zus Stefanie te vervalsen om geld los te krijgen.

Op steun uit Brussel hoefde ze niet te rekenen. Leopold II weigerde haar schulden te betalen en wilde evenmin instemmen met een scheiding van Filips. Voor hem was Louise dood. Ook haar kinderen keerden zich van haar af, onder meer uit angst dat de reputatie van hun moeder hun eigen kansen in het leven zouden schaden. Enkel haar zus Stefanie bleef haar trouw. Omdat voor de keizer het schandaal te groot werd, liet hij de graaf arresteren op verdenking van fraude en stelde hij Louise voor de keuze: ofwel terugkeren naar haar echtgenoot ofwel zich laten opnemen in een psychiatrische instelling. De prinses koos voor de laatste optie. Na enkele jaren kwam de Kroatische graaf vrij en hielp hij haar te vluchten uit de instelling. In de jaren die volgden waren ze voortdurend op de vlucht. ze verbleven o.a. in Berlijn, Parijs en Boedapest.

Later levenBewerken

In 1907 ging een rechter in Gotha eindelijk in op de vraag van Louise om te kunnen scheiden van haar man. Voor haar vader, koning Leopold II, was dit de perfecte reden om haar dochter uit zijn testament te schrappen. Bij het overlijden van haar vader in 1909 ontdekte ze dat hij alles had nagelaten aan zijn maîtresse Blanche Delacroix en aan de Koninklijke Schenking. Samen met haar zus prinses Stefanie, die ook uit het testament was geschrapt, begon zij een rechtszaak tegen de Belgische staat. Louise zat financieel volledig aan de grond. Helaas voor haar verloor ze die juridische strijd. Toch kende de Belgische staat haar een mooie geldsom toe, die ze door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog pas vele jaren later zou krijgen.

Na de oorlog trokken Louise en graaf Mattacic opnieuw naar Parijs waar ze haar memoires schreef. In Autour des trônes que j'ai vu tomber ("Rondom de tronen die ik zag vallen") rekende ze af met verschillende mensen in haar leven, onder wie Leopold II. Na het overlijden van Mattacic in 1923 verhuisde ze nog een laatse keer naar Wiesbaden in Duitsland. Op 1 maart 1924 overleed ze eenzaam, alleen en armoedig. Het verhaal wil dat ze een foto van Mattacic tegen haar borst gedrukt hield.

VooroudersBewerken

Voorouders van Louise van België
Overgrootouders Frans van Saksen-Coburg-Saalfeld (1750-1806)
∞ 1777
Augusta van Reuss-Ebersdorf en Lobenstein (1757-1831)
Lodewijk Filips I van Frankrijk (1773-1850)
∞ 1809
Marie Amélie van Bourbon-Sicilië (1782-1866)
Keizer Leopold II (1747-1792)
∞ 1764
Marie Louise van Bourbon (1745–1792)
Lodewijk van Württemberg (1756-1817)
∞ 1754
Henriëtte van Nassau-Weilburg (1780-1857)
Grootouders Leopold I van België (1790-1865)
∞ 1832
Louise Marie van Orléans (1818-1850)
Jozef Anton Johan van Oostenrijk (1776-1847)

Maria Dorothea van Württemberg (1757-1831)
Ouders Leopold II van België (1835-1909)

Marie Henriëtte van Oostenrijk (1836-1902)
Louise van België (1858-1924)

PublicatieBewerken

In fictieBewerken

LiteratuurBewerken

  • Louise et Stephanie de Belgique, 2003, ISBN 2-87106-324-9
  • Olivier Defrance, Louise de Saxe-Cobourg. Amours, argent, procès, 2000, ISBN 2-87386-230-0
  • Comte Geza Mattachich, Folle par raison d'État. La princesse Louise de Belgique. Mémoires inédits du comte Mattachich, 1904

VoetnotenBewerken

  Zie de categorie Princess Louise of Belgium (1858–1924) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.