Hoofdmenu openen

Lijst van onderscheidingen van Hermann Göring

Wikimedia-lijst

Hermann Göring heeft in de Eerste Wereldoorlog een aantal onderscheidingen verworven. Tijdens zijn ambtsperiode in het Derde Rijk verleenden de Duitse en tal van andere regeringen de ijdele premier van Pruisen en latere rijksmaarschalk hun ridderorden en andere decoraties. Vaak liet Göring om onderscheidingen "vragen", wanneer hij ze ontving negeerde hij de wettelijke regel dat iedere Duitser de Rijkskanselier om toestemming moest vragen alvorens decoraties van vreemde regeringen aan te nemen.[1]

Onderscheidingen uit de Eerste WereldoorlogBewerken

In de periode 1918 - 1933 mochten Duitse burgers geen ridderorden van vreemde staten aannemen. In Duitsland zelf waren er, afgezien van de Beierse Maximiliaansorde voor Kunst en Wetenschap en de vredesklasse van de orde Pour le Mérite, beiden waren nu verenigingen van kunstenaars en wetenschappers, geen onderscheidingen. De nazipartij verleende Göring haar "Bloedorde" of Blutorden", dat alle betrokkenen bij de mislukte Bierkellerputsch op 9 november 1923 mochten dragen.

In 1933 werd Göring Minister-president van Pruisen en lid van de regering van het Duitse Rijk. Twee Duitse vorsten die bij hem in het gevlij wilden komen verleenden hem in het voorjaar van 1933 een ridderorde. Hij ontving het grootkruis van de Saksisch-Ernestijnse Huisorde en de Ie Klasse of Grootkruis van de Huisorde van Hohenzollern van de vorsten van Saksen-Coburg-Gotha en Hohenzollern-Sigmaringen. Nadat hij het grootkruis had ontvangen verbood Göring de Groothertog van Saksen-Coburg-Gotha om nog verdere benoemingen te doen.[2]

In de jaren 1933 - 1945 toonde Göring zich in buitenlandse contacten vaak van zijn charmante zijde. Zo was hij verantwoordelijk voor de verkoop van Slot Biebrich bij Wiesbaden aan de Pruisische staat. De eigenares, groothertogin Charlotte van Luxemburg verleende hem het Grootkruis van de Orde van Verdienste van Adolf van Nassau.

In 1940 werd Hermann Göring niet alleen van veldmaarschalk tot rijksmaarschalk bevorderd, hij kreeg ook een bijzondere onderscheiding.

Hitlers "huisontwerper", Prof. Gerdy Troost ontwierp hiervoor een lederen cassette die met goudbeslag, briljanten en goudgele topazen was bezet. De ster van de Orde van het IJzeren Kruis was in 1940 in opdracht van de Rijkskanselarij aangemaakt maar werd nooit verleend. Deze gouden ster, de opvolger van de Blücherster uit de napoleontische- en de Hindenburgster uit de Eerste Wereldoorlog werd niet uitgereikt omdat Göring, voor wie ze was bedoeld, faalde in het leiden van de luchtmacht.

Op 12 januari 1943 werd Hermann Göring vijftig jaar oud. Hij kreeg van zijn relaties een tweeduizenddelig zilveren bestek met familiewapen en een kostbaar versierde palissanderhouten kast met 87 laden "voor zijn ridderorden, erezwaarden, eredolken en maarschalksstaven".[3]

Op veertig van de 87 laden waren op porselein geschilderde afbeeldingen van orden, insignes en maarschalksstaven geschilderd, de andere 47 plaquettes waren met eikenbladeren gedecoreerd. Deze laden waren, in afwachting van de overwinning van Duitsland, nog leeg.

Duitse onderscheidingen uit het Derde RijkBewerken

Onderscheidingen uit andere statenBewerken

De Rijksmaarschalk bezat ook de IIe en IIIe Klasse.

Hermann en Emmy Göring leefden in hun landhuis Karinhalle als vorsten. Zij stelden dan ook een "Huisorde" in. Het kostbare medaillon van ivoor, briljanten en toermalijn stelde een hertenkop met een swastika in het gewei, een verwijzing naar Sint-Hubertus, voor. Onder de kop staan de letters "D" en "J" wat voor "Deutsche Jagd" zal staan.[4] Het kleinood werd aan vrouwelijke bezoekers geschonken. Er werd op Karinhalle ook een gouden medaille voor trouwe dienst verleend. Op de geëmailleerde voorzijde staan drie wapenschilden, waaronder het sprekende wapen van de familie Göring onder een hakenkruis. De keerzijde biedt ruimte voor een inscriptie. Er is slechts één exemplaar bekend en daarvan ontbreekt het lint. Ook over het lint van de "huisorde" is niets bekend.

De kostbare kast werd, samen met de Karinhalle, door Göring zelf opgeblazen. De orden zijn bewaard gebleven. Een aantal is in Amerikaanse handen gevallen en wordt in een museum in West-Point bewaard. Andere orden werden geroofd. In 1948 zou, zo schrijft Neubecker, een set van 12 grootkruisen uit Görings bezit in Engeland zijn verkocht. Dochter Edda Göring bezit nog een huisorde.