Hoofdmenu openen

Liederik van de Vlaanderengouw (overl. mogelijk te Harelbeke, 836) zou de eerste forestier van de Vlaanderengouw (pagus flandrensis) zijn geweest en graaf van Harelbeke. Zijn historiciteit staat niet vast. Hij wordt niet in contemporaine documenten vermeld. In de latere middeleeuwen beschouwde men hem als directe voorouder in mannelijke lijn van Boudewijn I van Vlaanderen.

Liederik van de Vlaanderengouw
? - 817
Liederik II afgebeeld in de Flandria illustrata uit 1641
Liederik II afgebeeld in de Flandria illustrata uit 1641
Forestier van de Vlaanderengouw
Periode 792 - 836
Opvolger Ingelram
Graaf van Harelbeke
Periode ? - 836
Opvolger Ingelram

De oudste bron waarin Liederik voorkomt is de Genealogia comitum Flandrensium, vermoedelijk teruggaand tot circa 1067. Deze genealogie werd overgenomen door Lambert van Sint-Omaars in zijn Liber floridus. Hij vermeldde 'Lidricus Harlebeccensis' als een graaf die in 792 onder Karel de Grote een leeg en onbebouwd Vlaanderen in bezit had genomen. Hij zou zijn opgevolgd door zijn zoon Ingelram en zijn kleinzoon Odoaker.

In de loop der eeuwen werd Liederiks "biografie" met steeds meer details opgetuigd. Hij was volgens deze overlevering gehuwd met Rithilde, de zuster van de Frankische koning Dagobert, koning van 711-715. Liederik zou geboren zijn in een heerlijkheid in de buurt van Laon en tijdens de Saksenoorlogen geestdriftig gestreden hebben in het leger van Karel de Grote en er een bloedige zege behaald tegen de krijgers van Wittekind van Saksen. Als beloning kreeg hij van zijn vorst het bestuur toegewezen over Kortrijk en de Mepsegouw. Karel de Grote hechtte bovendien aan dit bestuur het bezit van het grote woudgebied dat weldra het Harelbeekse leengewest zou worden. Hij vertrouwde aan het beleid van zijn leenman een schare krijgsgevangen Saksen toe, om ze in te burgeren in hun nieuwe vaderland langs de boorden van de Leie. Deze verwikkelingen legden de basis voor het toekomstige graafschap Vlaanderen.

Liederik werd begraven in Harelbeke, waar zich nu de sacristieruimte van de Sint-Salvatorkerk bevindt. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ingelram.

Liederik I en IIBewerken

Hoewel Liederik eerst als de eerste woudgraaf van Vlaanderen bekendstond, werd de lijst van forestiers later met 4 nog vroegere personen uitgebreid. Daarin kwam nog een Liederik voor die ten tijde van Chlotarius II geleefd zou hebben en de eerste forestier zou zijn geweest.

Op deze Liederik werd de legende van Liederik en Phinaert gebaseerd, zie De legende van Liederik en Phinaert (fr) .

LiteratuurBewerken

  • V. Lambert, Oorsprongsmythen en nationale identiteit. De Forestiers van Vlaanderen, in: De Leiegouw, 2006, p. 189-246; 2007, 97 e.v ; 163 e.v.