Leon Janssens de Bisthoven

Nederlands politicus (1859-1938)

Leon Édouard Ghislain Marie Janssens - toevoeging in 1885 van de Bisthoven - (Sint-Niklaas 3 februari 1859 - Brugge 27 april 1938) was een Belgisch magistraat en gouverneur.

LevensloopBewerken

Janssens de Bisthoven was de zoon van Ferdinand Janssens, raadsheer bij het hof van beroep in Gent en in 1871 in de erfelijke adelstand verheven. Hij ontving de titel van baron, overdraagbaar bij eerstgeboorte, in 1922.

Janssens de Bisthoven studeerde in het Sint-Barbaracollege in Gent waar hij onder meer Georges Rodenbach en Emile Verhaeren als medestudenten had. Vervolgens behaalde hij zijn kandidaatsdiploma in de wijsbegeerte en letteren aan de Facultés Notre Dame in Namen en zijn doctoraat in de rechten aan de Universiteit Gent (1882).

In 1886 verloofde hij zich en trouwde met Louise de Bie de Westvoorde (1859-1939), dochter van Jules de Bie de Westvoorde, burgemeester van Sint-Kruis. Ze kregen drie zoons en een dochter.

LetterkundigeBewerken

Bij de dood van zijn vader begon Leon Janssens aan het schrijven van een dagboek, onder de titel Agenda de familles. Tijdens zijn universitaire studies begon hij poëzie te bedrijven. Tussen 1879 en 1890 schreef hij 65 gedichten.

In 1884 stichtte hij met enkele vrienden, Magasin littéraire et scientifique, die werd uitgegeven tot in 1898. Hij behoorde tot de redactie en publiceerde er verschillende gedichten in. Hij publiceerde er ook dissertaties, reisverhalen en boekbesprekingen.

MagistraatBewerken

In 1885 werd hij substituut-procureur in Gent. Hij verwierf bekendheid doordat hij een proces aandeed aan de bestuurders van de Vooruit die loon van hun personeel achterhielden.

In 1897 werd hij procureur des Konings in Kortrijk en in 1898 in Brugge. Hij woonde toen opeenvolgend in Groeninge 37, in Predikherenstraat 25 en in Langestraat 21, het huis De Lombard, dat aan de Bie de Westvoorde toebehoorde. Vanuit die functie werd hij lid van het controlecomité over het Bedelaarswerkhuis in Brugge en het Verbeteringsgesticht in Ruiselede. In 1904 werd hij lid van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed en werd er in 1913 proost van. In 1905 werd hij regeerder van de watering Eyensluis Groot Reigaertsvliet.

Janssens de Bisthoven spande twee opzienbarende processen in. Het eerste was tegen Camille Lemonnier en Georges Eekhoud, die er van beschuldigd werden de goede zeden te hebben aangevallen. Het tweede was tegen Georges Marquet die een speelzaal openhield in Oostende. De kansspelen waren in België verboden maar de casino's werden oogluikend gedoogd. Janssens de Bisthoven zag het echter niet zo en ging uit van het principe 'de wet is de wet'. Men zag maar één middel om hem van dergelijke vervelende zaken af te houden en dat was door hem in 1910 advocaat-generaal bij het hof van beroep in Gent te benoemen. Dit verminderde echter zijn ijver niet om de wet toe te passen. Daarom vond men het beter hem gewoon af te voeren van het parket. In maart 1912 werd hij gouverneur van West-Vlaanderen.

GouverneurBewerken

Zodra gouverneur geworden, spande Janssens de Bisthoven zich in om zijn imago van strenge magistraat te verzachten en te vervangen door dat van de vaderlijke gouverneur.

De jaarlijkse opnening van de zitting van de provincieraad was voor hem een gelegenheid om telkens een gedocumenteerde openingsrede te houden. In 1912 sprak hij over de zeevisserij, in 1913 over de seizoenarbeiders en in 1914 over de landbouw.

In 1914, na eerst nog een paar weken onder het Duits bevel in Brugge te zijn gebleven, vluchtte de gouverneur met zijn gezin via Nederland, Engeland en Frankrijk, om zich te vestigen in Veurne en vanaf januari 1915 in De Panne om van daar het kleine stukje onbezet West-Vlaanderen te besturen.

Op 22 oktober 1918 was hij weer in Brugge en op de 25ste kon hij er de koning en de koningin ontvangen.

Hij had voortaan een belangrijke opdracht in het organiseren van allerhande activiteiten voor de wederopbouw van de 'verwoeste gewesten'. Hij huldigde ook vaak monumenten in ter nagedachtenis van de gesneuvelden.

In de loop van 1932 wilde de regering zijn ontslag bekomen. Janssens de Bisthoven verzette zich hiertegen en uiteindelijk was het in juni 1933 dat hij ontslag nam en opgevolgd werd door minister Hendrik Baels.

LiteratuurBewerken

  • Luc SCHEPENS, De provincieraad van West-Vlaanderen, 1836-1921, Tielt, 1976
  • B. JANSSENS DE BISTHOVEN, Le gouverneur Janssens de Bisthoven, Brugge, 1994
Voorganger:
Albéric Ruzette
Gouverneur van West-Vlaanderen
1912-1933
Opvolger:
Hendrik Baels