Latijnse muntunie

De Latijnse muntunie was een 19e-eeuwse poging om verscheidene Europese munten in één munteenheid, die in alle aangesloten landen kon worden gebruikt, overeen te brengen. Destijds werden vrijwel alle munten nog uit goud en zilver geslagen. Zij werd in 1865 door België, Frankrijk, Italië en Zwitserland overeengekomen en in 1927 officieel ontbonden.

GeschiedenisBewerken

Op 23 december 1865 sloten België, Frankrijk, Zwitserland en Italië een overeenkomst waarbij de munten van deze landen (Belgische frank, Franse frank, Zwitserse frank en Italiaanse lire) aan elkaar en aan 4,5 gram zilver dan wel 0,290322 gram goud (verhouding 15,5:1) gelijkgesteld en onderling uitwisselbaar werden. Deze overeenkomst werd op 1 augustus 1866 van kracht. Spanje en Griekenland voegden zich hier in 1868 bij en werden in 1889 gevolgd door Roemenië, Bulgarije, Servië, San Marino en Venezuela. Aanvankelijk ging de muntunie uit van de dubbele standaard (zowel goud als zilver), in 1873 ging zij over op de gouden standaard. In 1914 hield de muntunie, met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, feitelijk op te bestaan. Op 1 januari 1927 werd zij officieel ontbonden.
De geschiedenis van de Latijnse muntunie is van belang voor de vraag of landen samen één munt kunnen hebben zonder een gemeenschappelijke economische politiek te voeren.

MuntenBewerken

George I van Griekenland 5 Drachme 1876 Leopold II van België 5 Francs 1868
       
Napoleon III van Frankrijk 5 Francs 1868 Victor Emanuel II van Italië 5 lire 1874
       
 
Uitleg over verschillende munten in Baedeker reisgids 1905