Hoofdmenu openen

La Fronde (Frans voor de slinger) was een opstand in koninkrijk Frankrijk die zich afspeelde tussen 1648 en 1653.

Fronde
Deel van Frans-Spaanse Oorlog (1635-1659)
Periode van 1648 tot 1653
Partijen Royal Standard of the King of France.svg Koninkrijk Frankrijk  Parlementen (1648-1649)
Prinsen van den bloede (1650-1653)
Leiders Blason France moderne.svg Lodewijk XIV
COA french queen Anne d'Autriche.svg Anna van Oostenrijk
Blason Jules Mazarini (alias Mazarin) (1602-1661).svg Kardinaal Mazarin
Armoiries de la Tour d'Auvergne.png Burggraaf van Turenne (vanaf 1651) 
Blason duche fr Orleans (moderne).svg Gaston van Orléans
Image-Blason duche fr Bourbon (moderne 2).svg De Grote Condé (vanaf 1651)
Blason Armand, prince de Conti (1626 † 1666).svg De prins van Conti (vanaf 1651)
Uitkomst Onderdrukking van de opstand
Episode van de Fronde bij de Rue Faubourg-Saint-Antoine dicht bij de Bastille
Episode van de Fronde bij de Rue Faubourg-Saint-Antoine dicht bij de Bastille

De opstand kende twee fasen:

  1. La Fronde parlementaire; de leden van de 'parlementen' (oftewel: rechtbanken) en andere belangrijke bestuursinstellingen ageerden tegen de fiscale lasten die hen de voorgaande jaren waren opgelegd door kardinaal Mazarin en regentes Anna van Oostenrijk en tegen de beknotting van hun bevoegdheden.
  2. La Fronde des princes (begon in 1649); opstand van enkele van Frankrijks meest vooraanstaande edelen tegen Mazarin en diens beleid.

Er waren echter onderlinge twisten tussen de Frondeurs. Enkele belangrijke rebellerende Franse edelen liepen over naar het Spaanse kamp (Frankrijk had na de Dertigjarige Oorlog nog steeds conflicten met Spanje; deze eindigden pas met de Vrede van de Pyreneeën in 1659). De militaire repressie door de koninklijke troepen deed de Fronde in 1653 doodbloeden.

La Fronde parlementaireBewerken

Om de oorlog tegen Spanje (Dertigjarige Oorlog) te bekostigen, zag kardinaal Mazarin zich genoodzaakt de belastingen te verhogen. Zo was er de Affaire de la paulette, een conflict over de paulette, een jaarlijkse belasting die magistraten moesten betalen om hun ambt te mogen uitoefenen. En Mazarin kondigde nieuwe belastingen af. Het Parlement van Parijs en de soevereine hoven (Chambre des comptes, Cour des Aides, Grand Conseil) verenigd in de Chambre Saint-Louis, schaarden zich achter het morrende volk en ze weigerden de nieuwe belastingen van Mazarin en zijn intendant Michel Particelli d'Emery te registreren. Zij eisten dat de controle over de financiën bij het parlement kwam te liggen en legden een eisenbundel op tafel. Koningin Anna van Oostenrijk dreigde met gevangenisstraffen of verbanning voor de leiders van de opstandige afgevaardigden. Uiteindelijk deed de regering enkele kleinere concessies, die echter niet volstonden. Integendeel, dit leidde ertoe dat de geldschieters van de staat weigerden nog nieuwe leningen toe te staan en een staatsbankroet dreigde.

Kardinaal Mazarin nam toen het heft in handen om de opstand van het parlement te onderdrukken. Tijdens het Te Deum in de Notre-Dame van Parijs, om de overwinning van Condé in Lens te vieren, liet Mazarin de leiders van de opstand arresteren, waaronder de populaire Pierre Broussel, de deken van de raadsleden van het Parlement. Zijn arrestatie was aanleiding tot la journée des Barricades (de dag van de barricaden) op 26 augustus 1648. Het volk, opgehitst door Paul de Gondi, wierp meer dan duizend barricaden op in de straten van Parijs. De koningin beloofde daarna de vrijlating van Broussel aan De Gondi, maar kwam haar belofte niet na. De gematigden in het parlement waren in de minderheid en Mazarin en het hof achtten het wijzer Parijs te verlaten en trokken naar Rueil. De ministers de Chavigny en de Châteauneuf werden verantwoordelijk gehouden voor het slagen van de opstand en heengezonden.

De eerste president van het parlement, Mathieu Molé, ging daarop naar Rueil en bepleitte daar bij Anna van Oostenrijk de vrijlating van de gevangenen. Ook vroeg Molé dat het hof zou terugkeren naar Parijs. De Condé, Gaston d'Orléans en Paul de Gondi drongen aan op toegevingen en de koningin stemde toe met onderhandelingen. Dit leidde tot de goedkeuring van een ordonnantie op 22 oktober 1648 van het Parlement over de financiële en gerechtelijke organisatie van het koninkrijk. Aan bijna alle eisen van het Parlement werd tegemoet gekomen. Hierna keerde het hof op 30 oktober terug naar Parijs. Maar wanneer de ordonnantie niet werd nageleefd, kwam het volk van Parijs opnieuw in opstand. Kardinaal Mazarin en het hof verscholen zich in Saint-Germain en de Condé trok met het leger op naar Parijs. Op 6 januari 1649 stelde hij een blokkade in om het opstandige volk uit te hongeren. Het Parlement reageerde dezelfde dag met besluiten tegen Mazarin. De Hertog de Beaufort voegde zich bij het Parijse volk waardoor hij van de Parijzenaars de bijnaam le Roi des Halles kreeg. Maar het leger van de Condé was te sterk en kon Parijs binnentrekken. De gematigden in het Parlement kregen opnieuw de bovenhand en trokken de besluiten van 6 januari in.

De eerste opstand van de Fronde eindigde met het Verdrag van Rueil van 11 maart 1649 en het Verdrag van Saint-Germain van 1 april 1649. Het Parlement nodigde het hof uit om terug te keren naar Parijs. Dit gebeurde ook op 18 augustus 1649. Van dan af was de rol van het parlement in de opstand uitgeteld en traden verschillende edelen op het voortoneel.

WetenswaardighedenBewerken

  • De Franse, geheel door vrouwen gemaakte krant La Fronde, die met onderbrekingen verscheen tussen 1897 en 1928, is genoemd naar deze opstand.