Hoofdmenu openen

Notre-Dame van Parijs

kathedraal in Frankrijk

De cathédrale Notre-Dame de Paris (Nederlands: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs) is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal op het Île de la Cité, in het centrum van Parijs.

Notre-Dame van Parijs
Westgevel bij nacht
Westgevel bij nacht
Plaats Parijs, Île de la Cité
Denominatie Rooms-katholiek
Coördinaten 48° 51′ NB, 2° 21′ OL
Gebouwd in 1163-1345
Restauratie(s) 1845
Gewijd aan Maria
Monumentale status Monument historique sinds 1862
Werelderfgoed sinds 1991[1]
Architectuur
Stijlperiode Vroeggotiek
Afmeting 130 m lang
69 m breed
35 m hoog (schip)
Toren 69 m hoog (westtorens)
Detailkaart
Notre-Dame van Parijs (Parijs (hoofdbetekenis))
Notre-Dame van Parijs
Portaal  Portaalicoon   Christendom
De Notre-Dame vanuit het zuidoosten in 2015
Drôlerie op de balustrade van de westgevel
Luchtbogen rond het koor
Koor

Inhoud

Geschiedenis

De bouwheer was Maurice de Sully, bisschop van Parijs. Hij had de steun van koning Lodewijk VII van Frankrijk en van het kapittel. Bisschop De Sully liet eerst de Sint-Stefanuskathedraal, gelegen vlak voor de latere Notre-Dame, tot de grond afbreken. De kathedraal was ontstaan in de 4e eeuw en in haar grootse dimensies uitgebouwd in de 6e[2][3] of 7e[4][5] eeuw, naargelang de bronnen. De eerste steen van de Notre-Dame werd in het voorjaar van 1163 (volgens het Memoriale Historiarum van kroniekeur Jean de Saint-Victor tussen 24 maart en 25 april) door paus Alexander III en Lodewijk VII van Frankrijk geplaatst.

Tegen 1177 was het koor voltooid en op 19 mei 1182 werd het nieuwe hoogaltaar ingewijd door kardinaal Henri de Château-Marçay, de pauselijke gezant in Parijs, en Maurice de Sully. Men bouwde destijds doorgaans eerst het koor, zodat de kerk al gebruikt kon worden terwijl er elders nog gebouwd moesten worden. Na de dood van bisschop Maurice de Sully in 1196, werd onder zijn opvolger Eudes de Sully begonnen met de bouw van het transept en het schip. Halverwege de 13e eeuw waren ook de westtorens voltooid, waarna tot 1345 nog gewerkt werd aan het interieur en de straalkapellen.

Franse Revolutie

In 1793, tijdens de Franse Revolutie, werd de kathedraal omgedoopt tot Tempel van de Rede. In deze periode werden talloze kunstwerken gestolen of vernield. De 28 beelden van de koningen van Juda op de westgevel werden onthoofd omdat men dacht dat het beelden van Franse koningen waren. Na de ondertekening van het Concordaat van 15 juli 1801 werd de Notre-Dame opnieuw gebruikt voor de Heilige Mis. De kerk werd op 27 februari 1805 als eerste in Frankrijk door paus Pius VII verheven tot basilica minor.

De kathedraal onderging vanaf 1845 een 23 jaar durende restauratie door Eugène Viollet-le-Duc, om de beschadigingen van de Franse Revolutie te herstellen. Viollet-le-Duc verving de deels vernielde koningsbeelden in het voorfront door zelfontworpen beelden. Hij plaatste ook een nieuwe vieringtoren of flèche op het dak van de kathedraal. Sinds 1991 is er een nieuw restauratieproject.

Brand

  Zie Brand in de Notre-Dame van Parijs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 15 april 2019 brak er in de avond tijdens restauratiewerkzaamheden een hevige brand uit, die zich vanuit het middenschip snel verspreidde.[6] Het dak en de centrale torenspits (vieringtoren) stortten in. De rest van het gebouw, alsook een aantal belangrijke kunstschatten, kon nog worden gered.

Dak

Het dak op de schepen bestaat uit stenen gewelven met daarboven, voor zover niet verwoest door de brand, een met lood beklede eikenhouten dakconstructie.

Exterieur

De kathedraal is in vroeggotische stijl opgetrokken.

Westgevel

De westgevel van de Notre-Dame, die uitkijkt op het plein Parvis Notre-Dame - place Jean-Paul-II, is rijkelijk versierd met beeldhouwwerk. De drie portalen - van links naar rechts: het Mariaportaal, het Portaal van het Laatste Oordeel en het Anneportaal - worden omzoomd door beelden van Bijbelse figuren en bisschoppen. Boven de portalen bevindt zich de zogeheten koningsgalerie met beelden van de koningen van Juda als verbintenis tussen de Franse monarchie en de Kerk. Een dergelijke decoratie was nog niet eerder aangebracht op een kathedraal. Het concept van de koningsgalerie werd overgenomen bij de kathedraal van Reims en de Notre-Dame van Amiens. De koningsfiguren die tegenwoordig zichtbaar zijn stammen echter allemaal uit de 19e eeuw.

Boven de westgevel torenen de twee niet-afgebouwde torens met een hoogte van 69 meter uit. Ze kunnen beklommen worden en bieden een uitzicht over de stad.

Waterspuwers en chimères

De waterspuwers van de Notre-Dame stammen uit de middeleeuwen. De als monsters vormgegeven spuwers zorgen ervoor dat het regenwater niet langs de gevel naar beneden stroomt.

Op de balustrade van de westgevel zitten de drôleries van de Galerie des chimères. Deze monsterlijke figuren werden door ambachtslieden aangebracht als vrolijke noot of dienden ter afschrikking van demonen. De originele figuren werden in de 18e eeuw verwijderd, omdat ze in de loop der eeuwen vervallen waren, waardoor er soms fragmenten naar beneden vielen. In de 19e eeuw bracht Viollet-le-Duc nieuwe figuren aan.

Luchtbogen

De kerk was een van de eerste gebouwen ter wereld waar de luchtbogen gebruikt werden. Het originele ontwerp bevat deze bouwkundige onderdelen echter niet. Toch zijn zij rond het koor en het schip toegepast. Tijdens de gotiek werden dunne muren erg populair. Deze zijn dan ook toegepast in de Notre-Dame, maar bij de bouw kwam men erachter dat deze dunne muren zonder externe steun niet overeind kunnen blijven staan; er kwamen scheuren in de muren en ze begonnen naar buiten te leunen door hun eigen gewicht. Als reactie begonnen de architecten steunen te bouwen rond de buitenmuren. Bij latere kerken bleven deze steunen terugkomen.

Interieur

De Notre-Dame is 130 meter lang en heeft vijf schepen. De kruisribgewelven van het middenschip bereiken een hoogte van 35 meter. Het middenschip is met een breedte van twaalf meter bijna dubbel zo breed als de zijbeuken. De kathedraal biedt plaats aan maximaal negenduizend personen.

Orgel

Het orgel van de kerk is gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll. Het bestaat uit meer dan 7000 pijpen, verdeeld over 111 registers. Het heeft 5 klavieren van 56 toetsen en een pedaalklavier van 32 pedalen. Het orgel is in de jaren 90 van de 20e eeuw compleet gerenoveerd. Van de 750 kilometer bekabeling die er werd gebruikt voor de voorheen elektro-pneumatische registratietechniek, is niets meer over. Er loopt 500 meter aan LAN-bekabeling door het orgel om de pijpen uiteindelijk van lucht te kunnen voorzien, wat het orgel onderscheidt van andere "computergestuurde" orgels. Verder zijn in de 20ste eeuw de horizontale pijpen (chamadewerk) toegevoegd. Dit gebeurde in de tijd van Pierre Cochereau (organist-titularis tot 1984). Dit zijn eigenlijk Spaanse trompetten die op veel Franse orgels terug te vinden zijn.

Overig

In 2012 werd een nieuwe klok genaamd Maria gegoten door Koninklijke Eijsbouts uit Asten.[7]

Bedevaartsoord

In de kathedraal worden drie relikwieën van Christus bewaard: de doornenkroon, een stuk uit het kruis en een van de nagels waarmee Christus gekruisigd zou zijn.

Bijzondere gebeurtenissen

Kroningen

  • Normaal gesproken werden de Franse koningen gekroond in de Kathedraal van Reims, maar in 1431, tijdens de Honderdjarige Oorlog, liet de Engelse koning Hendrik VI zich in de Notre-Dame kronen.
  • Napoleon Bonaparte kroonde zichzelf in 1804 tot keizer der Fransen in de Notre-Dame.

Staatsbegrafenissen

Staatsbegrafenissen (Funérailles nationales) van Fransen die vanuit de Notre-Dame zijn begraven (selectie):

Bibliografie

  • Pascal Tonazzi, Florilège de Notre-Dame de Paris (anthologie), Editions Arléa, Paris, 2007, ISBN 2-86959-795-9

Zie ook

Externe link