Hoofdmenu openen

De Kraanlei is een straat in het centrum van de Belgische stad Gent. De straat ligt langs de Leie en vormt de zuidelijke begrenzing van het Patershol. Ze is genoemd naar de houten kraan die daar vanaf de 16e eeuw zou gestaan hebben.

Kraanlei
De Kraanlei met de Gentse barge tijdens de Gentse Feesten
De Kraanlei met de Gentse barge tijdens de Gentse Feesten
Geografische informatie
Locatie       Gent
Begin Sint-Veerleplein
Eind Oudburg

Zware stukgoederen, zoals vaten wijn en diverse andere goederen, werden hier gelost. De kraankinderen beschikten over een zeer stevige houten kraan, deze had één verdieping. Deze verdieping werd gebruikt voor het bijhouden van de boekhouding. Aan beide zijden van de kraan werd er een traprad geïnstalleerd waardoor de kraankinderen de kraan in beweging konden stellen.

GebouwenBewerken

Op de hoek van de Kraanlei staat het barokhuis "de fluitspeler", met een rijk versierde geveltop daterend van 1669. Naast dit huis vindt men het huis de Zeven werken van barmhartigheid. Toch staan er slechts zes werken uitgebeeld op de voorgevel: Vaak wordt er verteld dat, aangezien dit oorspronkelijk een herberg was, het vierde werk (de vreemdelingen herbergen) in het gebouw zelf gebeurde. In werkelijkheid werd 'de doden begraven' niet afgebeeld (zie afbeeldingen). Verder staat er het "Alijn hospitaal", het museum van volkskunde, nu het Huis van Alijn.[1]

Manneken PisBewerken

Op het einde van de Kraanlei, richting Gravensteen, staat er nog een belangrijke gevel met hierop een standbeeldje, het "Gents manneke pis". Dit beeldje zou veel ouder zijn dan het bekende Manneken Pis van Brussel. Het oude beeldje van gebakken aarde zou stukgevallen zijn tijdens een storm. Blijkbaar wilde men het beeldje beschermen en gaven hem een paraplu. Dit had juist het tegenovergestelde effect. Later is het beeldje vervangen door een bronzen standbeeld. Aan dit beeldje zijn ook vele legendes verbonden. Dit komt door de mysterieuze oorsprong van het beeldje. De bekendste legende is die van de graaf van Vlaanderen. Wanneer de graaf van Vlaanderen terugkeerde van een kruistocht had hij een klein kind meegenomen, zijn bastaardkind. Maar de graaf zelf was zeker en vast geen makkelijke persoon. Op een dag had hij een geestelijke mishandeld. Dit had hij gedaan omdat deze geestelijke hem had tegengesproken. Hierop werd de graaf door een vloek getroffen. Hij zou geraakt worden in het wezen waar hij het meest van hield op de wereld. En later tijdens een officiële defilé moest het kind nodig urineren. Hij deed dit dan tegen een gevel maar werd gestraft voor deze misdaad. Hij transformeerde in steen.[2]