Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden

De Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden is een vereniging die zich ten doel stelt "geldelijke bijstand te verlenen aan steunbehoevende deelgenoten der Nederlandse Ridderorden en hun nagelaten betrekkingen". In de eerste plaats wordt deze steun verleend aan armlastige leden van de vereniging maar ook hun nagelaten betrekkingen zoals weduwen van "leden van de Vereniging wier lidmaatschap door overlijden is beëindigd" komen voor ondersteuning in aanmerking. Verder worden "het bevorderen van het saamhorigheidsgevoel onder de deelgenoten der Orden", "het waar mogelijk mede behartigen van de belangen der Nederlandse Ridderorden, onder meer door het meehelpen hooghouden van het aanzien van deze Orden", "het laten horen van de stem van de Vereniging indien dit wenselijk wordt geoordeeld en het steunen – eventueel geldelijk - van activiteiten ten doel hebbende het aanzien der Orden te bevorderen, een en ander in de ruimste zin" en ten slotte het "Het geven van donaties aan Nederlandse goede doelen van nationaal belang op sociaal en/of cultureel-historisch terrein" genoemd.

Bij de oprichting was het doel om het door de koningin-moeder gestichte Oranje Nassau’s Oord met geld te ondersteunen. De vereniging moest ook een fonds vormen waaruit weduwen en kinderen van de dragers van de Nederlandse Orden – zoo nodig- geldelijk konden worden geassisteerd. De doelstelling was van 1902 tot 1967 tweeledig, fondsvorming ten behoeve van weduwen en kinderen van dragers van een Nederlandse Orde en het verlenen van steun aan de Vereeniging Koningin Emmafonds dat aan tuberculosebestrijding deed.

In 1968 was het gevaar van tuberculose in Nederland door betere hygiëne, inenting en betere huisvesting zozeer geweken dat de vereniging de statuten wijzigde. In het vervolg zou behalve de steun aan de verarmde leden en hun betrekkingen steunverlening aan instellingen op medisch, maatschappelijk en cultureel terrein het doel van de vereniging zijn.

Omdat bleek dat aan steun aan medische instellingen niet veel behoefte was werd in 2010 gekozen voor het verlenen van "geldelijke bijstand aan steunbehoevende deelgenoten der Nederlandse ridderorden en hun nagelaten, minderjarige, betrekkingen". In de statuten werd een passage toegevoegd over "het geven van donaties aan Nederlandse goede doelen van nationaal belang op sociaal en/of cultureel-historisch terrein".

GeschiedenisBewerken

In 1902 kwam in Amsterdam op verzoek van de luitenant-generaal b.d. jonkheer G.M. Verspyck, kanselier der Nederlandse Orden een aantal vooraanstaande dragers van Nederlandse Ridderorden bijeen. Alle aanwezigen waren ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw of de Orde van Oranje-Nassau. De kanselier sprak over de noodzaak om de tuberculosebestrijding geldelijk te ondersteunen. De Militaire Willems-Orde had meerdere eigen verenigingen van ridders. Uiteraard kon en kan een Ridder in de Militaire Willems-Orde lid van de Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden worden. Ridders in de Huisorde van Oranje kunnen dat niet.

Broeders van de Orde van de Nederlandse Leeuw en dragers van de Ere-Medaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau werden geen "lid" van deze orden en konden geen lid van de Koninklijke Vereniging van Leden der Nederlandse Ridderorden worden.

Alleen dragers van een Nederlandse ridderorde kunnen lid worden. Bij opgave moeten de Koninklijke Onderscheidingen van het kandidaat-lid worden vermeld.

De vereniging heeft geen directe band met de Kanselarij van de Militaire Willems-Orde, de Kanselarij der Nederlandse Orden of het Museum van de Kanselarij in Apeldoorn. Ze is zelfstandig maar de samenwerking met de Kanselarij der Nederlandse Orden resulteerde in het medegebruik van de website van dit instituut.

Externe linkBewerken