Hoofdmenu openen
Beeld van ordestichter Bruno van Keulen boven het poort van de priorwoning.

Het kartuizerklooster van Herne bevindt zich op het grondgebied van de huidige gemeente Herne in de provincie Vlaams-Brabant. Het werd gesticht in 1314 en is het oudste kartuizerklooster van de Nederlanden. In dit klooster kwam ook de Hernse Bijbel tot stand, de allereerste echte vertaling van Hiëronymus' Vulgaat. Het kloosterleven verdween er in 1783, toen onder keizer Jozef II de contemplatieve kloosterordes werden afgeschaft.

Hetgeen rest van het voormalige klooster is beschermd als monument en vormt samen met de omgeving een beschermd dorpsgezicht.

GeschiedenisBewerken

Eerste kartuizerklooster in de NederlandenBewerken

Drie eeuwen nadat de kartuizerorde gesticht werd door Bruno van Keulen (in 1084 nabij Grenoble) verspreidde de orde zich tot in de Nederlanden, met als eerste stichting het klooster te Herne. Vervolgens zal het kartuizerklooster van Herne op zijn beurt een uitvalsbasis zijn om andere stichtingen in de Lage Landen op te richten: Antwerpen (1324), Kartuizerpriorij Sint-Martens-Bos in Sint-Martens-Lierde (1328), Zelem bij Diest (1328), Gent (1328), Scheut (Anderlecht) (1455) en Delft (1470).

OprichtingBewerken

De oprichting van het Hernse kartuizerklooster wordt toegeschreven aan Wouter II van Edingen, die grond (15 bunder, gelegen in de huidige Kapellestraat en Oud Klooster) en baar geld (20 witte ponden en 100 gewone ponden) schonk, evenals het gebruik en de inkomsten van een nabijgelegen banmolen en vijver. De gegevens over de beginfase van het klooster zijn eerder vaag. De eerste monniken kwamen vermoedelijk uit naburige kloosters in Frans-Vlaanderen (de eerste prior, Robertus de Bray, zou een pater geweest zijn uit het kartuizerklooster Sint-Pietersdal bij Vervins; andere monniken waren afkomstig uit de kartuis van Onze-Lieve-Vrouw te Marcourt bij Valenciennes).

In 1148 werd de moederkerk van de parochie Herne, met haar hulpkerken, door Nicolaas, de bisschop van Kamerijk, geschonken aan de Sint-Aubertusabdij van Kamerijk. Als geestelijk "appenditium" wordt onder meer ook de capella Sancte-Marie vermeld. Dit was een bedevaartkapel ter ere van O.L.V.-van-Dierikshoven, genoemd naar een zekere legendarische Dierik die als heremiet een bevel van God ontvangen zou hebben om een klooster te doen stichten. In 1314 werd deze bidplaats de zetel van een kartuizerklooster.

Reeds in 1212 had Engelbert II van Edingen, een jaarlijkse rente van 40 stuivers geschonken voor het onderhoud van een eeuwigdurende lamp in de O.L.V.-kapel.

Uitstraling en aanzienBewerken

Het Hernse kartuizerklooster genoot aanzien in de wijde omgeving. Niet alleen de lokale heren van Edingen, ook hertogen van Bourgondië hadden aandacht voor de kartuizers van Herne. Hertogin Margaretha van York kwam samen met haar stiefdochter Maria van Bourgondië naar Herne om haar raadsman, prior Laurentius van Muschenzele te bezoeken. Bij haar dood in 1503 werd het lichaam van Margaretha van York in Mechelen bijgezet, maar haar hart werd in de Hernse kartuis begraven (haar ingewanden in het kartuizerklooster van Scheut).

Literair centrum in de Lage LandenBewerken

Zoals elk kartuizerklooster beschikte ook dat van Herne over een rijke bibliotheek. Zo waren er werken (gekopieerde handschriften) van de mysticus Jan van Ruusbroec, die het klooster bezocht in 1362 op vraag van de kartuizers om uitleg te geven bij zijn werken. Dat bezoek resulteerde in Dat Boecsken der verclaringhe en maakte van de Hernse kartuis niet alleen een verspreider van Ruusbroecs werk, maar ook een aanspreekpunt over de inhoud ervan.

Herne was een centrum van vertaal- en kopieerwerk van belangrijke handschriften. De monniken zorgden voor het kopiëren, het vertalen en de verspreiding van veelgevraagde Latijnse werken en zo ook voor het gebruik van het Middelnederlands als culturele voertaal.

De Hernse BijbelBewerken

Het zwaartepunt van de geestelijke uitstraling lag in het werk van de Bijbelvertaler van 1360 recent vereenzelvigd met Petrus Naghel, maar deze toewijzing is nog omstreden, die in het kartuizerklooster van Herne de eerste vertaling van de Bijbel in de volkstaal produceerde: de Hernse Bijbel. Af te leiden uit de bewaard gebleven handschriften kende deze Middelnederlandse Bijbel een buitengewone verspreiding. Deze vertaling werd zelfs als legger gebruikt voor de eerste gedrukte Bijbel in het Nederlands, de Delftse Bijbel uit 1477.

OverblijfselenBewerken

De meeste kloostergebouwen werden in het begin van de 19e eeuw afgebroken (cellenklooster, kerk, gastenkwartier, refter, kapittelzaal). De priorwoning uit 1716 en de bakstenen langschuur uit 1705 zijn als enige bewaard.

Externe linksBewerken