Hoofdmenu openen

De inname van Amersfoort in 1629 was, gedurende de Tachtigjarige Oorlog de inname van de Staatse stad zonder slag of stoot door het keizerlijke leger onder leiding van Ernesto Montecuccoli op 14 augustus 1629. De inname was onderdeel van de Spaans-keizerlijke Inval van de Veluwe dat als afleiding moest dienen voor de het Staatse beleg van 's-Hertogenbosch.

Inname van Amersfoort in 1629
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Datum 14 augustus 1629
Locatie Heerlijkheid Utrecht
Resultaat Inname zonder slag of stoot
Strijdende partijen
Flag of Cross of Burgundy.svg Spaanse Rijk
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Keizerlijken
Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Leiders en commandanten
Ernesto Montecuccoli Tertulliaan van Dorp

AanloopBewerken

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was sinds 1568 in een oorlog verwikkeld met Spanje, de Tachtigjarige Oorlog. In het kader van die oorlog had de Republiek in 1629 een grote aanval ingezet in het zuiden, op 's-Hertogenbosch. Spanje ondervond financiële problemen dus dat gaf de Republiek de mogelijkheid een dergelijke sterke stad als Den Bosch te belegeren. Op 1 mei kwam Frederik Hendrik van Oranje aan bij de stad met een leger van 28 à 29.000 man. Spanje kon maar langzaam een leger op de been brengen om de belegeraars weg te halen bij Den Bosch. Toen er eenmaal een Spaans leger, dat stond onder leiding van Hendrik van den Bergh, gevormd was en in juli arriveerde bij Den Bosch was het al niet meer mogelijk de benarde stad te hulp te schieten. De belegeraars hadden voldoende tijd gehad om zich goed in te graven en iedere aanval af te slaan.

Het plan voor de Spanjaarden veranderde. In plaats van een aanval op de belegeraars wilde men de Republiek in het hart aanvallen waardoor Frederik Hendrik genoodzaakt zou zijn het beleg af te breken om de inval stop te zetten. Ook werd de hulp ingeroepen van de Spaanse bondgenoot, de Duitse keizer Keizer Ferdinand II. Die bood een leger aan van 18.000 a 20.000 man dat beschouwd werd als Spaans en ook betaald door Spanje zodat de keizer de neutraliteit behield tegenover de Republiek. De aanval zou plaatsvinden in het hart van de Republiek, de Veluwe. Van daar hadden de invallers de mogelijkheid Utrecht, Holland en het noorden te bedreigen.

InnameBewerken

Op 12 augustus verschenen de eerste keizerlijke ruiters bij Amersfoort. De rest van het leger onder leiding van Montecuccoli verscheen een dag later. Hij eiste de stad op in naam van Hendrik van den Bergh en de Infanta, maar het stadsbestuur ging hier in eerste instantie niet op in. Een dag later echter werd de stad zonder slag of stoot toch overgegeven. Het stadsbestuur zag in dat weerstand bieden geen zin had. Er was niet genoeg manschappen, kruit en geschut. Daarnaast was de wal in het zuidwesten deels verstuift. De bevolking was het niet eens met de overgave van de stad en kwam bijna in opstand. Zover kwam het niet en op 14 augustus werd de capitulatie getekend.

De situatie in Amersfoort na de inname was grillig. Montecuccoli hield zich al snel na de capitulatie niet aan de afspraken. Zo liet hij de magistraat vervangen door katholieken en de pastoor werd gedwongen de mis op te dragen in de Sint-Joriskerk. Daarnaast moesten de inwoners de graanvoorraad inleveren en de inkwartiering van soldaten toestaan in hun huizen. Vluchtelingen konden tegen betaling de stad verlaten en vee werd geroofd. Toen Hendrik van den Bergh hoorde over de misstanden zond hij twee vertegenwoordigers naar Montecuccoli om te vragen de afspraken te respecteren.

OntruimingBewerken

Het beschikbare voedsel voor de Spaans-keizerlijke troepen was schaars en moest aangevuld worden vanuit Wezel. Toen deze stad geheel onverwachts op 19 augustus werd ingenomen door het Staatse leger was het duidelijk dat de Spaans-keizerlijke troepen zich niet meer konden handhaven op de Veluwe. Het leger van Montecuccoli werd teruggeroepen en op 24 augustus werd ook het resterende garnizoen van Amersfoort teruggeroepen.

De inval op de Veluwe had niet het gewenste effect gehad. Het Staatse leger moest weliswaar sterk uitgebreid worden om opmars een halt toe te roepen, de belegeraars bleven rond 's-Hertogenbosch met de inname op 14 september.

BronnenBewerken

  • Cauwer, Peter de, Tranen van bloed: het beleg van 's-Hertogenbosch en de oorlog in de Nederlanden, 1629. Amsterdam University Press, Amsterdam, NL (2007), 414 p. ISBN 9789089640161.
  • Nimwegen, Olaf van, 'Deser landen crijchsvolck': het Staatse leger en de militaire revoluties (1588-1688). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, NL (2006), 551 p. ISBN 9035129415.