Hoofdmenu openen

Het helse paradijs

werk van Thea Beckman

Het helse paradijs is het tweede deel van een jeugdboekentrilogie van Thea Beckman, uitgegeven in 1987. Het is een toekomstroman over de Aarde zes eeuwen na de Derde Wereldoorlog. Het boek speelt ongeveer drie jaar na de gebeurtenissen in Kinderen van Moeder Aarde.

Het helse paradijs
Auteur(s) Thea Beckman
Land Nederland
Taal Nederlands
Genre jeugdboek
Uitgever Lemniscaat
Uitgegeven 1987
ISBN-code 9789056379636
ISSN-code 9056379631
Voorloper Kinderen van Moeder Aarde
Vervolg Het Gulden Vlies van Thule
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het verhaalBewerken

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Kilian Werfel is een jonge taalgeleerde die wordt uitgenodigd voor een gesprek met de Egon (erfelijke heerser) van het Badense Rijk, de regeringscommissaris Kwatschi, admiraal Cranach en doctor Mannix. Zij bereiden een expeditie voor naar Thule. Het Badense Rijk heeft zelf namelijk een steeds nijpender gebrek aan grondstoffen en landbouwgebieden. Ze willen Kilian erbij hebben, die goede cijfers heeft gehaald en wellicht behulpzaam kan zijn in de ontcijfering van de vreemde talen die in Groenland door de inheemsen gesproken worden.

Men pakt het groots aan: vijf oorlogsschepen worden naar Groenland gestuurd. Daar wacht hun al de eerste tegenslag: het vlaggenschip loopt op de rotsen en zinkt. Overal hangen opvallende vlaggen; later blijkt dit een optische telegraaf die het land op de hoogte stelt van de komst van de Badeners. In de stad die ze bereiken en die later Kulus blijkt te heten, worden ze door alle bewoners straal genegeerd: men doet alsof ze niet bestaan. Toch weet Kilian hun taal enigszins te ontcijferen, en ontdekt dat de Thulenen (het land heet Thule en de bewoners dus Thulenen) hen niet negeren maar waarschuwen: ga weg nu het nog kan...

De hoge omes, Cranach, Berger en Kwatschi, denken daar niet aan. Sterker nog, de houding van de Thulenen wekt hun irritatie op. Bovendien zien ze de Thulenen als wilden, die absoluut minderwaardig zijn aan Badeners. Na een incident waarbij een aantal mariniers bedwelmd wordt, bezetten de Badeners de hele stad. In een cycloon vergaan hierop nog drie schepen en raakt het laatste zwaar beschadigd. De Thulenen waarschuwen niet meer en besluiten dat de Badeners niet meer terug mogen. Maar ze zijn nog lang niet verslagen.

De Badeners besluiten nu het gros van hun strijdmacht, nog altijd 800 tot de tanden bewapende mariniers, te laten opmarcheren tegen de hoofdstad Gothab, die aan de andere kant van het land in het westen ligt. Het laatste schip zal ondertussen opgekalefaterd worden en om Zuid-Thule heenvaren om Gothab vanuit zee te kunnen bedreigen. De locatie kennen ze van buitgemaakte kaarten, en, wanneer Gothab bezet is, volgt de rest vanzelf. De Badeners menen deze stunt met hun technologisch overwicht makkelijk te kunnen klaarspelen. Tenminste, dit denken commandant Berger en regeringscommissaris Kwatschi. Het loopt echter anders.

De Thulenen hebben alle wegen geblokkeerd, waardoor de Badeners door de wildernis moeten oprukken. Ziekten en honger dunnen hun gelederen uit. De regeringscommissaris zoekt een zondebok en vindt die in Kilian. De geleerde, toch al niet populair onder de mariniers, wordt van verraad beschuldigd, en ter dood veroordeeld. Hij weet te ontsnappen en komt uiteindelijk in een Thuleens ziekenhuis terecht, waarna de Konegazoon Christian zich over hem ontfermt. Thura, diens slimme verloofde, blijkt het verzet tegen de Badeners gepland en geleid te hebben. Tijdens deze gebeurtenis wordt het Badense leger getroffen door een bosbrand en valt het uiteen. De uitgeputte overlevenden worden gevangen genomen en in groepen verspreid over het land te werk gezet. De hoge omes worden apart gehouden en naar afgelegen gebieden gestuurd; commandant Berger en RC Kwatschi worden naar het onherbergzame Noord-Thule gestuurd.

Uiteindelijk leert Kilian in de Thuleense maatschappij aarden. De Konega benadert hem met een opdracht met de mariniers te praten, omdat de gefrustreerde mannen voortdurend problemen veroorzaken met hun gedrag. Kilian is aanvankelijk terughoudend omdat hij immers door Kwatschi als zondebok was aangewezen en veel mariniers hem als verrader zien. Toch weet hij de mariniers met hun lot te verzoenen.

Uiteindelijk geven ook de mariniers die Kulus bezet houden, effectief belegerd worden, en eveneens honger lijden zich over. Admiraal Cranach kan de nederlaag niet verkroppen en blaast zichzelf met het laatste schip op, nadat hij de bemanning heeft weggestuurd. Thule is voor de tweede keer gered van de hebzucht van de Europese grootmacht. Maar het is slechts een kwestie van tijd voor ze weer proberen terug te komen.

Zie ookBewerken