Hammudiden

De Hammudiden waren een Arabische dynastie in Al-Andalus. De Hammudiden waren afstammelingen van de Arabische Banu Hammud waarvan meer dan helft verberberiseerd was Zij zijn vernoemd naar Hammud, een afstammeling van de stichter van de dynastie der Idrisiden, wiens voorouders zich gevestigd had in het westelijke Rifgebergte.[1][2]

De dynastie is genoemd naar hun voorvader, Hammud, een afstammeling van Idris ibn Abdallah, stichter van de Idrisidische dynastie en achterkleinkind van Hasan, zoon van Fatimah en Ali en kleinzoon van de islamitische profeet Mohammed. Toen Sulayman ibn al-Hakam Andalusisch land voor zijn Berberse bondgenoten uitdeelde, kregen twee leden van de Hammudidische familie het gouverneurschap over Algeciras, Ceuta en Tanger. De Hammudiden kregen zo de controle over het verkeer door de Straat van Gibraltar en werden plotseling een machtige macht. De Hammudidische gouverneur van Ceuta Ali ibn Hammud al-Nasir, die beweerde op te treden namens de onttroonde Hicham II, trok in 1016 op naar Córdoba, waar hij tot kalief werd gekroond.

In 1056 werd de laatste Hammudidische kalief onttroond en verloor hij Málaga aan de Ziriden van Granada, die tot dan toe de belangrijkste aanhangers van de Hammudiden waren geweest. De Hammudidische familie werd toen gedwongen zich in Ceuta te vestigen. Tegenwoordig staan zij bekend als de Amara Hammou en wonen zij voornamelijk in Noord-Marokko en de regio van Rabat

Zij heersten in de 11e eeuw over verschillende koninkrijkjes in islamitisch Spanje en regeerden voor een korte periode het kalifaat Córdoba.

  • Córdoba (1016-1018: Ali ibn Hammud, 1018-1021: al-Qasim, 1021-1022: Yahya al-Mutali, 1022-1023: al-Qasim)
  • Sevilla (1016, al-Qasim)
  • Algeciras (1039–58: al-Qasim en erfgenamen)
  • Málaga (1022-1057:Yahya al-Mutali en erfgenamen)
  • Melilla

ReferentiesBewerken

  1. The Fall of the Caliphate of Cordoba (pagina 94)
  2. (en) University of Glasgow Oriental Society, Transactions (1955).