Hoofdmenu openen

Franciscus Johanna (Frank) Baur (Vilvoorde, 20 april 1887 - Waasmunster, 9 januari 1969) was een Belgisch senator en hoogleraar.

Frank Baur
FrankBaur.jpg
Algemene informatie
Geboren 20 april 1887
Geboorteplaats Vilvoorde
Overleden 9 januari 1969
Overlijdensplaats Waasmunster
Land Vlag van België België
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Politiek

Inhoud

LevensloopBewerken

Franciscus Johanna Baur was de zoon van Jozef Baur (1856-1936) en Joanna Van Rompay (1858-1894). Jozef Baur hertrouwde met Emilia Holm (1861-1950). Uit het eerste huwelijk sproten twee kinderen, uit het tweede vijf. Frank Baur bleef vrijgezel.

Hij volgde lager gemeentelijk onderwijs in Mechelen, Vilvoorde en Oostende, waar hij de moderne sectie van het atheneum doorliep en op 20 juli 1904 het humanioradiploma haalde. In zijn middelbare schooltijd publiceerde hij gedichten die invloeden bevatten van Pol de Mont en Guido Gezelle. In oktober 1901 was hij medestichter van het Vlaamsgezind studiegenootschap De Frederichszonen. Na zijn atheneumtijd in Oostende kwam hij terecht in de katholieke journalistiek als parlementair redacteur van Het Nieuws van den Dag.[1]

Van mei 1905 tot juli 1906 werkte hij in Leuven bij de Boerenbond. Ook publiceerde hij gedichten in onder meer het culturele tijdschrift Jong Dietschland en in augustus 1906 sprak hij op het 29ste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres. Na het vereiste diploma Oude Humaniora te hebben behaald voor de Centrale Examencommissie in Brussel, legde Baur in oktober 1912 het examen van de eerste kandidatuur Germaanse filologie af aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1913 trad hij toe tot het Theologisch Seminarie van Mechelen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Frank Baur in Nederland totdat hij als brancardier werd opgeroepen voor militaire dienst aan het IJzerfront. Aan het front evolueerde zijn Vlaamsgezindheid nooit in een anti-Belgische richting en later zou hij zich in Gent resoluut keren tegen Vlaams-nationalisten zoals Frans Daels en pater Jules Callewaert.

Na de Eerste Wereldoorlog hernam Baur zijn studies Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1920 promoveerde hij aan deze universiteit tot doctor in de wijsbegeerte en letteren met een proefschrift onder de titel Letterkundige geschiedschrijving als wetenschap. Eind 1920 werd hij tewerkgesteld in het Gentse atheneum en in 1923 vervulde hij een opdracht aan de Gentse Rijksnormaalschool. In 1927 werd hij aan de Universiteit Gent benoemd tot docent aan de faculteit letteren en wijsbegeerte en aan het Hoger Instituut voor Opvoedkunde.

Na het overlijden van Jules Persyn werd hij in 1933 hoogleraar Nederlandse literatuurgeschiedenis. In 1938 werd hij van zijn pedagogische opdrachten ontlast en werd hij als hoogleraar toevertrouwd met het hele domein van de Nederlandse literatuurstudie. Als hoogleraar kreeg Baur vooral bekendheid als kenner van Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach. Hij publiceerde uitgebreid over beiden, was uitgever van hun verzamelde werken en gaf talloze voordrachten over hen. Ook publiceerde hij over moedertaaldidactiek, letterkundig comparatisme en algemene literatuurwetenschap. In mei 1940 was hij waarnemend rector aan de Gentse Universiteit. In 1957 ging hij op emeritaat als hoogleraar, waarna hij een breed opgezette biografie over Albrecht Rodenbach schreef.

Naar aanleiding van de Koningskwestie werd Baur in 1946 verkozen tot CVP-senator voor het arrondissement Gent-Eeklo, wat hij bleef tot in 1954. Hij was een vurig verdediger van koning Leopold III van België en in de Senaat trad hij ook op als verslaggever in de commissie Openbaar Onderwijs. Hij kwam tussen bij de begrotingsdiscussies over dit departement, interpelleerde in oktober 1946 over partijdige benoemingen en in juni 1948 drong hij aan op een verzachting van de repressiemaatregelen.

Baur was eerst briefwisselend lid, vervolgens in 1937 werkend lid en tussen juni en december 1940 waarnemend secretaris van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij schreef talrijke artikelen in Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.

PublicatiesBewerken

  • René De Clercq. Een letterkundige studie, Brussel, 1908
  • Berten Rodenbach, Brussel, 1909
  • Onze dichters der Heimat. Proeve van een dichterstudie, Den Haag - Brussel, 1909
  • Uit Gezelle's Leven en Werk, Leuven, Davidsfonds, 1931
  • Jubileumuitgave van Gezelle's Verzamelde werken, 1930-1939
  • Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden, 1939-1983
  • De Nederlandse letterkunde in honderd schrijvers, 1952
  • Bij de honderdste verjaring der geboorte van Mac Leod en Vercoullie, 1957
  • Albrecht Rodenbach. Verzamelde Werken
    • Deel I. Het leven - De persoonlijkheid, Tielt, 1960
    • Deel II. Al de gedichten, Tielt, 1956
    • Deel III. Gudrun en dramatische fragmenten, Tielt, 1957
  • Hollands-Belgische verhoudingen voor en na, 1969

LiteratuurBewerken

  • Album Prof. Dr. Frank Baur, den jubilaris, bij zijn zestigsten verjaardag als huldeblijk aangeboden door collega's, vakgenoten en oud-leerlingen, 2 delen, Brussel, 1948
  • Jozef VAN MIERLO, Prof. Dr. Fr. Baur zeventig, toespraak , in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, 1957
  • Robert FONCKE, Herinneringen aan Prof. emeritus Dr. Frank Baur, in: De Brug, 1957 nr. 4 p. 214-220, 1957
  • A. VAN ELSLANDER, Rouwhulde Prof. Em. Dr. Frank Baur, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1968
  • Marcel JANSSENS, Afscheid van Prof. Frank Baur (1887-1969), in: Ons Erfdeel. Jaargang 12, 1968-1969
  • Rudolf VAN DE PERRE, In Memoriam Prof. Dr. Frank Baur 1887-1969, in: Vlaanderen. Jaargang 18, 1969
  • Bernard KEMP, In Memoriam Prof. Dr. Frank Baur Frank Baur en Guido Gezelle, in: Gezellekroniek, Jaargang 6, 1970
  • Paul VANMOLLE, Het Belgisch parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972.

Externe linkBewerken