Guido Gezelle

dichter uit België (1830-1899)

Guido Pieter Theodorus Josephus Gezelle (Brugge, 1 mei 1830 – aldaar, 27 november 1899) was een Vlaamse rooms-katholieke priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper, leraar, journalist en vertaler. Hij is bekend om zijn fijnzinnige gedichten over de natuur, zijn beeldend taalgebruik en zijn virtuoos taalkunstenaarschap. O 't ruischen van het ranke riet en Het Schrijverke uit de dichtbundel Vlaamsche Dichtoefeningen (1858) zijn slechts twee van zijn bekendste werken.

Guido Gezelle
Guido Gezelle
Algemene informatie
Volledige naam Guido Pieter Theodorus Josephus Gezelle
Geboren 1 mei 1830
Geboorteplaats Brugge
Overleden 27 november 1899
Overlijdensplaats Brugge
Land Vlag van België België
Werk
Bekende werken Het Schrijverke (1857)
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Standbeeld van Guido Gezelle op het naar hem vernoemde plein in Brugge
Gezelle in 1860
Schilderij van Guido Gezelle in olieverf door Hendrik De Graer (1905) - Gezellehuis te Brugge
Guido Gezelle - kasteel van Loppem
Borstbeeld Guido Gezelle Kortrijk
Gedenksteen van Guido Gezelle Aan vader en moeder in Heule (Kortrijk)

De thematiek van zijn gedichten is typisch romantisch, met onderwerpen als natuur, vriendschap, religie en de dood.

LevensloopBewerken

Jeugd (1830-1850)Bewerken

Hij is geboren als oudste kind van Monica Devrieze (1804-1875) en Pieter Jan Gezelle (1791-1871), een Vlaamse hovenier in een eerder landelijk gebleven deel van een volksbuurt aan de rand van Brugge, binnen de historische stad. Gezelle droeg in zich de tegenstrijdige trekken van zijn opgeruimde, welbespraakte vader en van zijn introverte, hypergevoelige en godvruchtige moeder. Hij was de oom van de beroemde Vlaamse schrijver Stijn Streuvels (Frank Lateur) en van de priester-dichter Caesar Gezelle.

Hij liep lagere school bij de Hollandse schoolmeester Jan Brans en daarna bij meester Reynaert. Hij kon vervolgens studeren eerst aan het Sint-Lodewijkscollege en daarna aan het kleinseminarie in Roeselare, waar hij als half-betalend leerling, belast was met portierdienst en boodschappen. Hij doorliep er de hogere humanioraklassen (1846–1849) en koesterde er de (nooit vervulde) droom missionaris in Groot-Brittannië te worden.

Vanaf zijn zestien jaar of zelfs vroeger gaf Gezelle er zich rekenschap van dat hij een bijzondere gave bezat voor het schrijven van gedichten, voor het op rijm zetten en voor het vinden en aanwenden van een uitgebreide woordenschat. Ook zijn omgeving en zijn oversten werden zich hiervan bewust en begonnen beroep te doen op deze vaardigheid van hem. Hij was nog humanioraleerling toen zijn eerste verzen al in druk verschenen. Een paar van zijn langere gedichten verschenen in plaquettevorm en zijn gedicht over België in het revolutiejaar 1848 werd opgenomen in de veelgelezen Standaard van Vlaanderen. Zijn naam als begaafde dichter werd binnen de kleine wereld van het kleinseminarie en van de stad Roeselare ruim bekend.

Brugge (1850-1854)Bewerken

Van 1850 tot 1854 was Gezelle weer terug in Brugge, waar hij op het grootseminarie zijn laatste voorbereiding kreeg op het priesterschap.

Hij was niet zonder moeite aanvaard, omdat hij in Roeselare geen einddiploma verwierf. Bisschop Malou besliste echter, op het zicht van zijn gedichten, dat hij de kennis en de maturiteit had om seminariestudies aan te vatten. In 1854 werd hij tot priester gewijd.

Roeselare (1854-1860)Bewerken

Hij werd leraar aan het Klein Seminarie van Roeselare, waar hij vroeger gestudeerd had. Aanvankelijk gaf hij de lessen boekhouding en natuurlijke historie, maar later werd hem ook het taalonderwijs opgedragen. Hij bekommerde zich ook speciaal over de jonge Engelse leerlingn die zich in ht internaat bevonden.

In de schooljaren 1857-1858 en 1858-1859 werd hij titularis van de poësisklas. Hij onderhield goede vriendschapsrelaties met zijn leerlingen, vooral met hen die literaire ambities koesterden. Onder hen bevond zich Eugène Van Oye, voor wie hij Dien Avond en die Rooze schreef.

De jonge priester-leraar was toen voldoende bewust geworden van de waarde van zijn pennenvruchten om er kort op elkaar twee drukwerken aan te wijden: Kerkhofblommen (bedoeld voor zijn leerlingen) en Vlaemsche dichtoefeningen (die bisschoppelijke goedkeuring kreeg en waar de drukker met een prospectus reclame voor maakte bij een ruim publiek).

De dichtbundel Vlaamsche Dichtoefeningen (1858) bestond uit, voor die tijd onorthodoxe, in niet-verheven taal geschreven gedichten, ver verwijderd van de gezwollen rederijkersstijl. Buiten West-Vlaanderen werd dit aanvankelijk niet bijster gewaardeerd. In het noorden van Nederland vond men hem veel te Vlaams in zijn taalgebruik. Veel recensenten waardeerden ook zijn experimentele vormen niet, zoals in een bonke keerzen kind. Ook werd hij, vooral van antiklerikale liberale zijde, hevig aangevallen om het godsdienstige vroom karakter van veel van zijn gedichten. Een van de weinigen in Nederland die wel aandacht aan Gezelles dichtkunst besteedde was de katholieke intellectueel Joseph Alberdingk Thijm, de vader van Lodewijk van Deyssel. Deze dichter streefde net als Gezelle naar een herwaardering en heropleving van de middeleeuws-christelijke kunst en cultuur, zoals in de architectuur binnen de neogotiek.

Er rezen stilaan moeilijkheden rond zijn persoon, zowel door zijn eigenzinnige wijze van lesgeven, die niet altijd rekening hield met lesroosters, exameneisen en het langzamer tempo nodig voor de zwakke leerlingen, als door zijn manier van omgang met de leerlingen, tegenover wie hij soms al te goed van vertrouwen was. Jaloersheid tegenover de begaafde dichter speelde ongetwijfeld ook een rol. De toestand werd onhoudbaar: er ontstond een gespannen sfeer. Zowel docenten als leerlingen kozen al gauw voor of tegen Gezelle en in 1860 werd hem daarom de poësisklas ontnomen. Kort daarna werd hij overgeplaatst naar Brugge, waar hij co-rector werd van een nieuw Engels College, dat slechts korte tijd bestond (1860–1861).

Brugge (1860-1872)Bewerken

Na de opheffing van het Engels College werd hij leraar in de wijsbegeerte en onderrector aan het Seminarium Anglo-Belgicum (1861–1865). Zijn bundel Gedichten, Gezangen en Gebeden werd uitgegeven en Kerkhofblommen werd heruitgegeven tijdens zijn leraarstijd in Brugge.

In 1865 werd hij benoemd tot onderpastoor (Noord-Nederlands: kapelaan) van de Sint-Walburgakerk in Brugge. Hij ontpopte zich toen als hekeldichter. Onder de schuilnaam Spoker betrad hij, in opdracht van zijn overheid, met zijn satires het politieke toneel.

Als onderpastoor en priester zette hij ook zijn literaire gaven in om de gelovigen christelijke deugden bij te brengen. Hij richtte het gezinsblad Rond den Heerd op, waarin hij schreef over heiligen, liturgische onderwerpen, flora, fauna en oude volksgezegden. Het volschrijven van het blad en toenemende financiële moeilijkheden en rompslomp eisten echter zoveel van hem, dat hij ziek werd. Toen hij bovendien hoorde dat er allerlei beschuldigingen en roddels over hem de ronde deden, vluchtte hij uit Brugge weg naar Kortrijk, naar de bevriende deken Ferdinand Van de Putte.

Kortrijk (1872-1899)Bewerken

Die deken van Kortrijk bezorgde hem in 1872 een aanstelling als kapelaan in de O.L.Vrouwekerk, wat hij tot 1889 zou blijven. De leiding van Rond den Heerd werd in 1871 overgenomen door Adolf Duclos. Gezelle werd inspirator en medestichter in 1890 van een nieuw tijdschrift onder de naam Biekorf.

Na enige tijd hervatte hij het dichten. Een van de uitgaven uit die tijd is de populaire bundel Zielegedichtjes. Langzamerhand steeg hij als dichter in aanzien, hoewel zijn werk buiten West-Vlaanderen nog altijd weinig aandacht kreeg. In 1880 verscheen Liederen, Eerdichten et Reliqua, een bundel met schoonheidsgedichten, humoristische vertellinkjes en vertaalde gedichten.

Gezelle is altijd blijven doorstuderen, voornamelijk literatuur. Vooral de 'Vlaamse taal' ging hem aan het hart. In Kortrijk begon hij een nieuw blad, getiteld Loquela en met een kring getrouwen legde hij een enorme verzameling woorden aan, verrijkt door zijn filologische en historische bemerkingen en beschouwingen. Na zijn dood werden 150.000 'papierlingskes' met woordverklaringen gevonden.

Hij bleef ook vertaalwerk doen, waaronder een bekend werk van Longfellow, The Song of Hiawatha. Het werd hem, ondanks zijn kapelaanswerk toch mogelijk gemaakt relatief veel tijd aan zijn literaire werkzaamheden te besteden. Geleidelijk aan kwam hij zijn inzinking te boven en ook buiten West-Vlaanderen begon de waardering voor zijn werk toe te nemen. Het lukte hem zijn lyrische dichtkunst weer te hervatten, waarmee zijn dichterschap een tweede, meer doorleefde en gerijpte bloeitijd beleefde. De gedichten van de periode werden in 1893 gebundeld in Tijdkrans.

Kritiek op zijn taalgebruik was er nog altijd, maar hij kreeg een pleitbezorger in de figuur van August Vermeylen, die Gezelle de grootmeester van de Vlaamse poëzie noemde. Naast Alberdingk Thijm gaf nu ook Pol De Mont aan de gedichten van Gezelle meer bekendheid in de noordelijke Nederlanden. Nadat in Vlaanderen de vernieuwingsbeweging in de poëzie Van Nu en Straks en in Nederland De Nieuwe Gids voor een frisse wind in het literaire landschap zorgden kwam er meer algemeen waardering voor de gedichten van Gezelle.

De waardering voor Gezelle nam toe. In 1886 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, een officiële instelling waarin hij het kruim van de Vlaamse literatoren ontmoette. Hij nam geregeld aan de maandelijkse bijeenkomsten deel. In 1889 verleende de Katholieke Universiteit Leuven hem de titel van eredoctor. In 1890 werd hij lid van de prestigieuze Nederlandsche Maatschappij van Letterkunde in Leiden en in 1891 erelid van het 'Comité Flamand de France'. Op de Gentse Floraliën van die tijd was een chrysantvariëteit te bewonderen die de naam Guido Gezelle droeg. De vereniging Davidsfonds werd een van de belangrijkste gangmakers om de bekendheid en de roem van de 'Heer ende Meester' te doen toenemen.

In het bisdom begon men er zich zorgen over te maken dat die beroemde priester-dichter nog altijd 'maar' een bescheiden onderpastoorstaak had vervuld en zijn laatste jaren ambteloos doorbracht. In 1889 was hem immers door de bisschop ontslag verleend van zijn parochiebediening en werd hem een 'sinecure' opgedragen, als biechtvader van enkele Franse kloosterzusters. In 1893 werd hij ook van deze opdracht ontlast. Hij kon voortaan vrij van verplichtingen en zonder financiële zorgen, zijn vele literaire bezigheden verder benaarstigen.

In 1896 schreef hij op 66-jarige leeftijd in totaal 87 gedichten, de meeste door middel van een langdurig geworstel met woorden. In 1897 verscheen de bundel Rijmsnoer om en om het jaar, waarin gedichten over de schepping staan, of liever gezegd: de scheppingsorde, door de seizoenen via de opeenvolgende maanden beschreven werd. Ook Tijdkrans toonde al zijn behoefte aan weergave van deze ordening die hij om zich heen bespeurde. Beide bundels tonen onder meer aan hoe intens Gezelle kon genieten van allerlei details en gebeurtenissen in de natuur en hoe hij in virtuoos woordspel wist te vangen wat hij met zijn zintuigen waarnam.

Gezelles laatste jarenBewerken

 
Het geboortehuis van Guido Gezelle aan de Rolweg te Brugge, nu het Gezellehuis

De laatste paar jaar van zijn leven trok Gezelle zich steeds meer uit het openbare leven terug. Hij concentreerde zich onder meer op het werk van de 14e-eeuwse mysticus Jan van Ruusbroec. Geleidelijk aan namen zijn krachten af en het voltooien van een grote vertaalopdracht van een theologisch werk, waartoe hij van zijn bisschop de eervolle opdracht kreeg, vergde veel van hem.

Hij kreeg nog een aanstelling als geestelijk raadsman of 'rector' in het klooster van Engelse kanunnikessen in Brugge, dat hem terugbracht naar zijn geboorteplek. Hij accepteerde en verhuisde in april 1899, hoewel hij er eigenlijk niet meer de kracht voor had. Hij nam weer een pastorale taak op als geestelijk raadsman van de kloosterzusters en als godsdienstleraar in hun meisjesschool. Hij ging in september nog een laatste maal op reis naar Engeland, als begeleider van zijn bisschop. Korte tijd later werd hij ziek.

Op 27 november 1899 stierf hij, ziek en verzwakt, 69 jaar oud. Tot enkele dagen voordien had hij nog gevolg gegeven aan de aanhoudende vragen voor gelegenheidsgedichten. Zijn laatste woorden werden opgetekend door zijn neef, de priester Caesar Gezelle, die bij zijn sterfbed aanwezig was:

" 'k Geloof dat ik altijd geleefd hebbe in eenvoud en oprechtheid des harten."
En: " 'k Hoorde zo geerne de veugelkens schufelen!"

Laatste verzenBewerken

Postuum werden in 1901 de gedichten uitgegeven die men vond na zijn overlijden. Deze bundel heet Laatste verzen. Hij bevat onder meer gedichten over zijn waarneming van de schoonheid van de Schepping, vormgegeven met Gezelles karakteristieke fijngevoeligheid en beeldende kracht, en geïnspireerd door zijn diepe ontroering en religieuze verwondering over de schoonheid in alles wat leeft, wat hij zag als eerbetoon aan God, die dat alles geschapen heeft. Die visie op het leven spreekt echter ook al zijn vroegere gedichten.

In de latere uitgaven, zoals de Jubileumuitgave van de Verzamelde werken (1930-1939) en het Verzameld dichtwerk (1980-1991) werden nog honderden gedichten opgenomen die ongepubliceerd waren gebleven en in de loop van de jaren waren bijeengebracht.

PublicatiesBewerken

Door Gezelle of tijdens zijn levenBewerken

  • De Belg in 1848, afdruk, Sint-Niklaas, 1848.
  • Welkomwensch door het Broederschap van het Allerheiligste Sakrament, opgedragen aan den heer Boone (...) den 4 Januari 1855, plaket, Roeselare, Stock-Werbroeck en zoon, januari 1855.
  • Eergedicht ter blijde geheugenis van de vijftigjarige jubelfeeste gevierd te Brugge den 25 Juni 1855 door den weledelen heer Philippe Verhulst (...), plaket, Brugge, De Schijver-Van Haecke, juni 1855.
  • Boodschap van vogels en andere opgezette dieren (...), plaket, Roeselare, David Van Hee, 1855.
  • Kerkhofblommen, plaket, Roeselare, Stock-Werbrouck, juni 1858 - tweede druk, Roeselare, D.Goethals-Priem, 1860 - derde druk, Leuven, Davidsfonds, Karel Peeters, 1876 - vierde druk, Leuven, Karel Fonteyn, 1878 - vijfde druk, Gent, Leliaert en Siffer, 1888 - zesde druk, Roeselare, Jules De Meester, 1892.
  • Vlaamsche dichtoefeningen, dichtbundel, Roeselare, Stock-Werbrouck, juli 1858 - tweede druk, Leuven, Karel Fonteyn, 1878 - derde druk, Roeselare, Jules De Meester, 1892.
  • Kleengedichtjes, Roeselare, Stock-Werbrouck, 1860 - tweede druk, Brugge, Aimé Dezuttere, 1872 - derde druk, als Driemaal XXXIII klengedichtjes, Roeselare, Jules De Meester, 1881.
  • Alcuni poesi de poeti celeti, 1860.
  • Gedichten, Gezangen en Gebeden, dichtbundel, Brugge, Edw. Gailliard, 1862 - tweede druk, Leuven, Karel Fonteyn, 1879 - derde druk, Roeselare, Jules De Meester, 1893.
  • Liederen, eerdichten et reliqua, dichtbundel, Leuven, Karel Fonteyn, 1880 - tweede druk, Roeselare, Jules De Meester, 1893.
  • Song of Hiawatha, Leuven, Davidsfonds, druk Kortrijk, Eugène Beyaert, 1886.
  • Tijdkrans, Roeselare, Jules De Meester, 1893.
  • Rijmsnoer om en om het jaar, Roeselare, Jules De Meester, 1896.

Latere publicatiesBewerken

  • Laatste verzen, postuum, Amsterdam, L. J. Veen, 1901.
  • De Jubileumuitgave (1930-1939) van het volledige proza- en dichtwerk in 18 boekdelen.
  Zie Guido Gezelle: Verzamelde Werken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • De uitgave van het volledige dichtwerk (1980-1991) in 8 boekdelen.
  Zie Guido Gezelle: Verzameld dichtwerk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Verzamelde werken, in 10 delen, uitgegeven door L. J. Veen, Amsterdam, met een Belgische editie door De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, begin 20ste eeuw.
  • Guido Gezelles Dichtwerken, dundrukuitgave, onder redactie van Frank Baur, Amsterdam, L. J. Veen, 1946.
  • Rijmreken, Nageldeuntjes, Sparkelingen, enz, Amsterdam, L. J. Veen, 1950.
  • 100 gedichten, ingeleid door Karel De Busschere, met een essay door Henriette Roland Holst - Van der Schalk, Brugge, uitg. Desclée de Brouwer, 1967.
  • Poems - Gedichten, gedichten van Guido Gezelle, met vertaling in het Engels door Christine D'haen, Uitg. Colibrant, 1971.
  • Volledige dichtwerken door K. De Busscher en Benard van Vlierden, Antwerpen/Utrecht, 1971.
  • Gezelles Cortracena door J. Boets, Antwerpen-Utrecht, De Nederlandsche Boekhandel, 1972.
  • Gezelles Leermaren. Journalistiekwerk uit 1881, door J. Boets, Antwerpen-Utrecht, De Nederlandsche Boekhandel, 1975.
  • B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, onder leiding van A. Deprez (ed.), De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 1991, 3 delen.
  • Spreuken en gezegden, samenstelling J. Boets, Antwerpen, Coda, 1993.
  • Hoger dan de sterren, bloemlezing door Matthijs de Ridder, Polis, 2018.

Gezelles invloed en nawerkingBewerken

InspiratieBewerken

Gezelle beschikte over een ongebreidelde inspiratie die hij zowel in zijn gedichten als in zijn proza de vrije loop liet.

  • Over de jaren heen is het leven en werk van Gezelle het voorwerp geworden van talrijke studies door wetenschappers, academici, filologen, dichters, psychologen, romanciers enz.
  • Vele andere dichters hebben inspiratie geput uit de bronnen die Gezelle voor hen aanboorde in de taal, zoals Felix Timmermans al in december 1908 in de Dietsche Warande & Belfort schreef:

'Voor Guido Gezelle

Zooals een koning zijt gij langs het land gegaan,
gekroond met 't blauw der lucht, gemanteld met het groen
der boomen en beladen met het lied der vooglen,
- omwierookt van den geur der nooit getelde bloemen.
Beglansd van zon en maneschijn en sterrenlicht,
die aureolen kringden rond uw peinzend hoofd.
- Bemind van al wat roert in kruid en lucht en water...
En in die weelde droegt ge uw koningsstaf, uw ziele,
het beeld van God, den Schepper van uw rijk, zoo vroom
en heerlik dat ge een bloem in 's Heeren handen wierd !

Gezelle en muziekBewerken

  Zie Guido Gezelle en muziek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Leerlingen van Guido GezelleBewerken

Tot de kring van leerlingen van Guido Gezelle, die hem onder meer op het literaire pad volgden, worden gerekend: Hugo Verriest, Gustaaf Verriest, Karel De Gheldere, Karel Callebert, Hendrik Karel Van Doorne en Eugeen Van Oye.

EerbetoonBewerken

  • Guido Gezelle werd op 20 september 1859 benoemd tot erekanunnik van Jeruzalem.
  • In 1886 werd Gezelle lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
  • De Katholieke Universiteit Leuven verleende hem in 1887 een eredoctoraat.
  • Hij kreeg de kerkelijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice (1888) en de Belgische onderscheiding van Ridder in de Leopoldsorde (1889).
  • Naar aanleiding van de herdenking van het honderdjarig overlijden van Guido Gezelle in 1999, organiseerde beeldend kunstenaar Guy Bleus, in opdracht van het stadsbestuur van Brugge, een 'mail art project' van visuele poëzie waarbij 350 kunstenaars uit 39 landen hun artistieke visies gaven op het werk van Gezelle. De tentoonstelling was te zien in de historische stadshallen van Brugge.[1]

Tastbare gedenktekensBewerken

  Zie Lijst van monumenten voor Guido Gezelle voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Het grafmonument[2] op het Brugs Kerkhof, Kerkhofblommenstraat te Assebroek, is een van de belangrijkste monumenten op deze begraafplaats.
  • Het geboortehuis aan de Rolweg in Brugge, werd aangekocht door de stad Brugge en in 1926 geopend als Gezellemuseum. In 2020 werd de doelstelling van het museum gewijzigd onder de naam Gezellehuis.

Foto's en schilderijenBewerken

 
Reproductie op het bidprentje van Guido Gezelle (november 1899). Het is gebaseerd op een foto uit maart 1889 door Gustave Macaire van een portrettekening in houtskool. Deze portrettekening werd in maart 1889 door Hetu Macaire vervaardigd. De gelijkenis met het portretschilderij door Hubert Bogaerts rechtsonder is treffend.

Foto'sBewerken

  • Een zwart-witfoto (Gezelle met de fijne ketting aan de pij) uit mei 1882, genomen door een vertrouwde vriend van Guido Gezelle, de fotograaf (en portretschilder-beeldhouwer) Edward De Jonghe-Rypens.[3] ‘Gezellekroniek’, 1965, blz. 105, 3de alinea, stelt duidelijk wie de auteur is van deze foto; 'De foto, waarvan hier sprake, is afkomstig van een beroepsfotograaf uit Izegem. ..... Nadien werd er bijgeschreven: "Dees portret is getrokken t' Iseghem in Mei 1882 door Edw. De Jonghe-Rypens en ook door denzelfden naderhand in olieverf geschilderd. Ondertekend: L. Slosse".[4] De Jonghe-Rypens maakte rond 1890 op basis van de foto die hij in 1882 zelf genomen had een van zijn twee olieverfschilderijen die Guido Gezelle voorstellen, nl. het schilderij met de fijne ketting en met het kruis Ridder in de Leopoldsorde. Het schilderij is eigendom van de familie Van Caloen en bevindt zich in het Kasteel van Loppem,[5] waar Guido Gezelle een tijd vriend aan huis was.
  • Een tweede zwart-witfoto (129 × 86, Gezelle met fijne ketting aan de pij, zittend en met zijn linkerarm rustend op een tafel), vermoedelijk ook uit mei 1882, werd eveneens door Edward De Jonghe-Rypens genomen.[6] Op basis van deze foto vervaardigde De Jonghe-Rypens zijn tweede schilderij, waarop Guido Gezelle te zien is met een oud, opgerold perkament in zijn linkerhand.[7]
  • Een sepiagekleurde foto uit maart 1889, genomen door de bekende Kortrijkse fotograaf Gustave Macaire (Huis of Maison Macaire), van een (vermoedelijk verloren gegane) portrettekening van Guido Gezelle in houtskool.[8][9] Deze portrettekening werd vervaardigd door Hetu Macaire, de echtgenote van Gustave Macaire en de dame die door Caesar Gezelle (de neef van Guido Gezelle) 'de portretteekenaarster' genoemd wordt.[10] Hetu Macaire bezocht Guido Gezelle in maart 1889 om een portret van hem te maken, waarschijnlijk omdat hij in het begin van dezelfde maand zijn tweede erekruis gekregen had. Gezelle verkreeg zijn pauselijke onderscheiding in 1888 en zijn kruis Ridder in de Leopoldsorde op 6 maart 1889. Het portret werd tussen 6 en 31 maart 1889 vervaardigd in houtskool en werd mede gebaseerd op de foto die in mei 1882 door Edward De Jonghe-Rypens van Guido Gezelle genomen werd.[11] Toen het houtskoolportret voltooid was, werd het als geschenk in een 'pronkraam' (een luxueuze omlijsting) aan Gezelle aangeboden. Gezelle, die als een bescheiden persoon bekend stond, reageerde verbolgen omdat zijn twee erekruisen ongevraagd door Hetu Macaire op het portret aangebracht werden en weigerde het geschenk.[12][13] Alvorens het houtskoolportret naar Gezelle gebracht werd, werd het door Gustave Macaire gefotografeerd.[14] In een brief van 14 mei 1889 keurt Kanunnik Ernest Rembry de radicale maatregel goed die Gezelle tegen het Maison Macaire genomen heeft, nl. verbod om de beruchte foto van het houtskoolportret met de twee erekruisen te verspreiden, hetgeen evenwel niet kon verhinderd worden.[9] De foto werd gebruikt om reproducties te maken, onder meer de 1.500 bidprentjes van Guido Gezelle (november 1899)[15], de kaarten voor de inhuldiging van Gezelle's borstbeeld te Kortrijk op 20/04/1903 en postkaarten. De foto werd ook gebruikt in het tijdschrift De Vlaamsche Vlagge.

SchilderijenBewerken

 
Schilderij dat Guido Gezelle voorstelt, met zijn eretekens. Het werd vervaardigd door het atelier van Hubertus Alouisius Henricus Maria Bogaerts (Hubert Bogaerts) in Brussel (Société Belge des Portraits Bogaerts) in 1902 en werd rechtsonder gesigneerd met Bogaerts Bruxelles. De gelijkenis met de foto van Gustave Macaire linksboven is treffend.
  • Twee schilderijen door Edward De Jonghe-Rypens, vervaardigd rond 1890; 1) Guido Gezelle met fijne ketting en kruis Ridder in de Leopoldsorde, eigendom van het Kasteel van Loppem.[5] Dit schilderij (72 cm op 53,5 cm) vertoont een zeer grote gelijkenis met de foto die in mei 1882 door Edward De Jonghe-Rypens zelf van Guido Gezelle genomen werd. 2) Guido Gezelle met een oud, opgerold perkament in zijn linkerhand, in privé-bezit te Rekkem (80 cm op 60 cm).[7]
  • Schilderij door Hendrik De Pondt (1842-1897), vervaardigd in 1894. Het bevindt zich in het Engels Klooster te Brugge; Guido Gezelle aan zijn schrijftafel met zijn schrijfveer in zijn rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij een schrift.
  • Een schilderij in olieverf dat Guido Gezelle voorstelt met zijn pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice en zijn kruis Ridder in de Leopoldsorde, vervaardigd door het atelier van Hubertus Aloijsius Henricus Maria Bogaerts (Hubert Bogaerts) in Brussel (Société Belge des Portraits Bogaerts) in 1902[16] (110 cm op 85 cm). Het werd vervaardigd volgens een van de twee reproductietechnieken Peinture Bogaerts. Rechts onderaan is het schilderij voorzien van het signatuur 'Bogaerts Bruxelles' in roodbruine letters. De opdrachtgever was Jan Tremmery (Kortrijk, 28 augustus 1855 – Kortrijk, 24 april 1927), een bekende figuur uit het Kortrijk van toen en welke Guido Gezelle persoonlijk kende. Het schilderij werd in 1902 op basis van een foto van een houtskooltekening uit 1889 gemaakt. De gelijkenis tussen deze foto uit 1889, genomen door de fotograaf Gustave Macaire uit Kortrijk, en het bidprentje van Guido Gezelle uit november 1899 en het olieverfschilderij door Bogaerts is alleszins treffend. Dit is een uniek en merkwaardig schilderij. Het is identiek aan de foto van de houtskooltekening (en dus aan de houtskooltekening zelf) tot net onder de eretekens. Het verschilt van deze foto door de robuuste ketting (op de foto van de houtskooltekening is geen ketting te zien), doordat er veel meer van het lichaam te zien is en door de houding van de rechterarm waarvan de hand zich met de vingers in de gedeeltelijk geopende soutane bevindt.
  • Schilderij door Hendrik De Graer (1856-1915), vervaardigd in 1905. Het bevindt zich in het Gezellehuis te Brugge; Guido Gezelle aan zijn schrijftafel met zijn brevier in zijn linkerhand.

WetenswaardighedenBewerken

  • De Nederlandse schrijver Antoon Coolen gaf aan zijn tweede zoon, geboren in 1932, de voornaam Guido in herinnering aan zijn voorbeeld, Guido Gezelle.
  • Guido Gezelle las en sprak ten minste 15 talen.[17] Hij was, zoals zijn correspondentie aantoont, even vloeiend in het Frans en het Engels als in het Nederlands. Hij schreef ook, op een hoog niveau, gedichten in andere talen. Men heeft er bewaard: 48 in het Frans, 5 in het Engels, 1 in het Duits, 1 in het Italiaans en 1 in het Latijn. Hij was ook een vlotte vertaler naar het Nederlands, uit het Engels (Hyawatha's Song), het Frans (gedichten, aria's uit opera's) en het Latijn (de 'meditationes' van bisschop Waffelaert).
  • Antisemitisme kwam, zoals zowat overal in 'weldenkende' middens, ook voor in de kring rond Gezelle. Verhalen over hostieontwijding werden bijvoorbeeld in Rond den Heerd opgenomen.[18]

LiteratuurBewerken

BoekenBewerken

  • Gustaaf Verriest, Beeld, woord en dicht bij Gezelle, Gent, 1900.
  • kan. H. Rommel, Un poète-prêtre. Guido Gezelle, sa vie et ses travaux, Brugge, L. De Plancke, 1900.
  • Karel De Flou, Guido Gezelle, levensbericht, Gent, 1901.
  • Lodewijk Scharpé, Gezelle als spoker, Antwerpen, 1904.
  • Seraphijn Dequidt, Guido Gezelle, zijn leven en zijn werken, Amsterdam, 1911.
  • H. S. S. Kuyper, In het land van Guido Gezelle, Zwolle, 1913.
  • Caesar Gezelle, Guido Gezelle, Amsterdam, 1918.
  • Aloïs Walgrave, Het leven van Guido Gezelle, Vlaamschen priester en dichter, 2 delen, Amsterdam, 1923-1924.
  • Caesar Gezelle, Keurgedichten van Guido Gezelle, verklaard en toegelicht, 2 delen, Amsterdam, 1924.
  • Caesar Gezelle, Uit 't land en 't leven van Guido Gezelle, Amsterdam, 1927.
  • Frank Baur, Uit Gezelle's leven en werk, Brugge, 1930.
  • Bernard Verhoeven, Guido Gezelle, Antwerpen, 1930.
  • René van Sint-Jan, Het West-Vlaamsch van Guido Gezelle, Antwerpen, 1930.
  • Henriette Roland Holst, Guido Gezelle, Amsterdam, 1931.
  • Hermine J. Van Nuis, Guido Gezelle, New York, 1941.
  • Urbain Van de Voorde, Gezelles eros, Antwerpen, 1943.
  • Jos Van Dijck, De andere Gezelle, Antwerpen, 1950.
  • Henri Bruning, Guido Gezelle de andere, Den Haag, 1954.
  • René van Sint-Jan, Guido Gezelles avonturen in de journalistiek, Tielt/ Den Haag, Lannoo, 1954.
  • Anton van Duinkerken, Guido Gezelle, Brussel, 1958.
  • Jan Westenbroek, Van het leven naar het boek, Kapellen, 1967.
  • Bernard Van Vlierden, Guido Gezelle tegenover het dichterschap, Kapellen, 1967.
  • René Felix Lissens, Gezelles briefwisseling, Antwerpen, 1970.
  • Karel De Busschere, Guido Gezelle. Volledige dichtwerken, Antwerpen/Utrecht, 1971.
  • Jozef Boets, Gezelles Cortracena, Antwerpen/Utrecht, 1972.
  • Robert Lagrain, De moeder van Guido Gezelle, Tielt, 1975.
  • Emiel Janssens, Gezelles wonderjaar 1858, Antwerpen, 1976.
  • Albert Westerlinck, De innerlijke wereld van Guido Gezelle, Nijmegen/Brugge, 1977.
  • Jozef Boets, Gezelles zelfstandige publicaties, Antwerpen, 1979.
  • Piet Couttenier, Guido Gezelles populaire poëzie, een literatuur-sociologisch onderzoek, 1979.
  • Stijn Streuvels, Kroniek van de familie Gezelle, Brugge, 1980.
  • Willy Muylaert, Guido Gezelle en Brugge. Het thema van de stad in zijn dichterlijk oeuvre, Brugge, 1980.
  • Karel De Busschere, Guido Gezelle, Brugge-Nijmegen, 1980.
  • Albert Westerlinck, De oude taaltovenaar Guido Gezelle, Beveren-Nijmegen, 1981.
  • Jan Geens, Guido Gezelle en 't Jaer 30, Leuven, 1983.
  • Robert Lagrain, Gezelles godsdienstlessen in het Engels klooster, Brugge, 1983.
  • Piet Thomas, Bidden met Guido Gezelle, Tielt-Roeselare, 1985.
  • W. Depoortere, Gezelles lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1886-1899, Gent, 1985.
  • Jozef Boets: Gij ..., met uw zwart habijt en uwen bek van goud. Spreuken, gezegden en korte verzen, Kapellen, De Nederlandsche Boekhandel, 1986.
  • Christine D'haen, De wonde in 't hert. Guido Gezelle, een dichtersbiografie, Tielt, 1987.
  • Michel van der Plas: Mijnheer Gezelle. Biografie van een priester-dichter (1830-1899), Tielt/ Baarn, Lannoo/ Anthos, 1990.
  • Paul Claes, Gezelle gelezen, Leiden, Dimensie, 1993.
  • Johan Van Iseghem, Kroniek van de jonge Gezelle, 1993.
  • Johan Van Iseghem, Guido Gezelle als humorist, 1999.
  • Johan Van Iseghem, e.a., Guido Gezelle. Tien reken en een toovertik, 1999.
  • Julien Vermeulen, Guido Gezelle, dichte buur en goede vriend, Kortrijk, 1999.
  • M. De Schepper & L. Fonteyne, Gezelle beschreven, 1899-1999: selectieve bibliografie van een eeuw Gezellestudie, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2000.
  • Nienke Bakker, Guido Gezelle: opbouw en analyse van zijn Bastaardwoordenboek, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2000.
  • Johan Van Iseghem: Gezelle vertaald. Een meertalige bloemlezing. Kapellen, Pelckmans, 2003. Een selectie van gedichten met telkens een Franse, Duitse, Engelse en/of Latijnse vertaling. Het woord vooraf bevat een kort overzicht van Gezelles evolutie.
  • Jan Verdonck, Gezelle herlezen, Guido Gezellekring 2011.
  • Bertrand Denys, Gezelle Journalist, Guido Gezellekring 2013.
  • Julien Vermeulen, Guido Gezelle, een vakman in de Kortrijkse binnenstad, Loppem, Guido Gezellekring, 2015.
  • Jan Verdonck, Dichter van de zon, Guido Gezellekring 2016.
  • Arnold Strobbe, Hendrik Van Doorne – Een leven in en uit de schaduw van Gezelle, Guido Gezellekring 2017
  • Bart Vandekerkhove en Marec, Niet ver van myne deur, heb ik een raren gebeur... Gezelle in 170 raadsels, Guido Gezellekring 2018.
  • Paul Thoen, De ‘waterspegel’ in Gezelles gedichten, Guido Gezellekring 2019
  • Julien Vermeulen, Guido Gezelle in context: taal, macht en identiteit, Loppem, Guido Gezellekring, 2021.

ArtikelsBewerken

  • Antoon Viaene, Gezelle en het Engels College, in: Biekorf, 1950.
  • Antoon Viaene, De verwijdering van Gezelle uit Brugge, 1872, in: Biekorf, 1960.
  • Jozef Geldhof, Guido Gezelle te Kortrijk, in: Biekorf, 1962.
  • Luc Schepens, Guido Gezelle en de familie Smith, Brugge 1872 - Kortrijk 1873, in: Gezellekroniek, 1970.
  • A. Demeulemeester, Notities bij een vriendschap. Gezelle en Jozef van Caloen, in: Biekorf, 1972.
  • Fernand Bonneure, Guido Gezelle, in: Brugge Beschreven. Hoe een stad in teksten verschijnt, Brussel, Elsevier, 1984.
  • Christine D'haen, Lucyweguelin, Mrs Smith, in: Gezelliana, 1991.
  • Piet Couttenier, Guido Gezelle, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998.
  • Ludo Vandamme (dir.), Reizen in den geest. De boekenwereld van Guido Gezelle, 1999.
    • An De Vos, De bibliotheek van Guido Gezelle in het Gezellearchief te Brugge.
    • Andries Van den Abeele, Drukkers en uitgevers rond Guido Gezelle.
    • Luc Vints, "Komt en haalt ons, wij zijn met te velen die hier verlangende staan". De Belgische katholieke missiebeweging in de negentiende eeuw ten tijde van Gezelle.
  • E. van Boven & M. Kemperink, Literatuur van de moderne tijd: Nederlandse en Vlaamse letterkunde in de 19e en 20e eeuw, Uitgeverij Coutinho, 2006.
  • Jan Westenbroek, Gezelles "Goddelijke Beschouwingen", in: Biekorf, 2007.
  • Jan Westenbroek, Het belang van Ruusbroeks werk voor Gezelle en Mgr. Waffelaerft, in: Biekorf, 2007.
  • Els Depuydt, "Een slechten, schier hollandschen peter". Aanvullingen bij het conflict Guido Gezelle - Frans De Potter (1888), in: Biekorf, 2008.
  • Fernand Bonneure, Gezelle terminaal ?, in: Brugge die Scone, 2010.
  • [Guido Gezelle], La Fleur. Vingt-sept poèmes traduits du flamand par Paul Claes, Antwerpen, Via Libra 2011.
  • Daniël Hoflack, Uit Argentinië. Brieven van August Hoflack aan Guido Gezelle, in: Biekorf, 2011.
  • Els Depuydt, Guido Gezelle en de duivensport: bij een ongekende brief aan Sylvain Wittouck (1890), in: Biekorf, 2014.
  • Karel Platteau, Guido Gezelle en zijn privélessen Deens, in: Biekorf, 2014.
  • Marc Carlier, Guido Gezelle en de laatste rederijkerswedstrijd in Heule in 1870, in: Biekorf, 2019.
  • Els Depuydt, Guido Gezelle en Lady Smith: nieuwe vondsten en feiten, in: Biekorf, 2019.
  • Johan Van Iseghem, De dichter online. Nieuwe website over Guido Gezelle, in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 2020.
  • Marc Carlier, Eerste vijfhonderd Gezellebrieven online raadpleegbaar, in: Biekorf, 2021.
  • Els Depuydt, Naar een Gezelle van deze eeuw. Een dichter in de Brugse erfgoedbibliotheek, in: Koorts, erfgoedmagazine van Kadoc, 2021.
  • Stefan Vankerkhoven, Brugse bib zet duizendste brief van priester-dichter Guido Gezelle online, in: Brugsch Handelsblad, 3 februari 2022.
  • Els Depuydt, Journalist Guido Gezelle en de brochuure Ul:Spegel, in: Biekorf, 2022.
  • Jean Van Cleven, Een koninklijke vaas voor de Gezellebloem, in: Biekorf, 2022.

Over de voornaam GuidoBewerken

  • Antoon Viaene, De doopnaam van Guido Gezelle, in: Biekorf, 1955, blz. 13-19.
  • Baron JANSSENS DE BISTHOVEN, Gezelle's doopnaam, in: Biekorf, 1955, blz. 38.
  • Albert de Schietere de Lophem, De doopnaam van Guido Gezelle, in: Biekorf, 1955, blz. 85-88.

Tijdschriften gewijd aan Guido GezelleBewerken

  • Gezellekroniek, bijdragen en mededelingen van het Guido Gezellegenootschap. Kapellen, Guido Gezellegenootschap, 1963-1987, 18dln.
  • Gezelliana, mededelingen van het Centrum voor Gezellestudie bij de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius, Antwerpen, Centrum voor Gezellestudie, 1970-1986.
  • Gezelliana, kroniek van de Gezellestudie, Antwerpen, Centrum voor Gezellestudie, 1989-2014.
  • Rijmtijd, tijdschrift voor liefhebbers van de poëzie van Guido Gezelle, uitgegeven door de Guido Gezellekring.

Speciale nummersBewerken

  • Guido Gezellenummer, De Rotterdammer, 1930.
  • Guido Gezellenummer, Dietsche Warande en Belfort, 1949.
  • Guido Gezellenummer, De Spectator, 1949.
  • Gedenkboek Guido Gezelle, De Leiegouw, 1972.
  • Guido Gezellenummer, Dietsche Warande en Belfort, 1980.
  • Guido Gezellenummer, Biekorf, 1980.
  • Guido Gezellenummer, Biekorf, 1999.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

VoetnotenBewerken

  1. Guy Bleus, 1899 Gezelle 1999, poesia visiva - net poetry, cd-rom, Cultuurcentrum, Brugge, 1999.
  2. locatie grafmonument op kaart
  3. http://anet.ua.ac.be/record/opaclhobj/tg:lhph:2076/N. Nvdr; 'Fotograaf Leopold Slosse' moet zijn 'Fotograaf Edward De Jonghe-Rypens.
  4. De identiteit van de auteur van deze foto wordt bevestigd in het tijdschrift 'Biekorf' (1992) [p. 382] door het onderschrift onder de foto van Gezelle met fijne ketting aan de pij: 'Foto E. De Jonghe - Izegem (1882) Gkr. 3 (1965) 96-97 en G.G. in West-Vl. (1980) 41 (nr. 46).' Bron: https://www.dbnl.org/tekst/_bie001199201_01/_bie001199201_01_0122.php
  5. a b Bron: ‘Het kasteel van Loppem’, 2001. Van Caloen, V., van Cleven, J.F., Braet, J. Stichting Kunstboek. Blz. 53, onderschrift foto; ‘Geschilderd portret van Guido Gezelle, van de hand van de Antwerpse schilder De Jonghe. Niet gesigneerd en zonder datering, maar zeker na 1889 wegens de decoratie (Leopoldsorde) die Gezelle draagt. Olieverf op doek, 53.5 × 72 cm’. Nvdr: 'Antwerpse' moet 'Izegemse' zijn.
  6. [p. 387], foto -6-, met onderschrift 'Foto E. De Jonghe (1882?) C. Gezelle (1918) 176-177 G.G. in West-Vl. 51 Chr. D'haen, De Wonde in 't hert (1980) 54 (ex. van M. Catte(e)uw.)' op https://www.dbnl.org/tekst/_bie001199201_01/_bie001199201_01_0122.php
  7. a b [p. 385], foto -4-, met onderschrift 'Geschilderd portret E. De Jonghe G.G. in West-Vl., 50 (nr. 58) Gkr. 3, 106, op https://www.dbnl.org/tekst/_bie001199201_01/_bie001199201_01_0122.php
  8. http://anet.ua.ac.be/record/opaclhobj/tg:lhph:2074/N
  9. a b 'Gezellekroniek', jaargang 11, 1976, [p. 75], 1ste alinea; https://www.dbnl.org/tekst/_gez004197601_01/_gez004197601_01_0003.php
  10. Caesar Gezelle in 'Gezellekroniek', 1965, archivalia, blz. 106-107.
  11. 'Gezellekroniek', 1965, archivalia, blz. 107, 3de alinea.
  12. Volgens Caesar Gezelle in 'Gezellekroniek', 1965, archivalia, blz. 106-107.
  13. Er bestaat een brief (in het Frans) dd. 31 maart 1889 met verontschuldigingen van Hetu Macaire (echtgenote van Gustave Macaire) aan Guido Gezelle; 'Mon Cher Poète, Quand l’enfant a fauté, et désire son pardon, ...; http://vubiscatalogus.brugge.be/bewaarbibliotheek/
  14. Volgens Caesar Gezelle in 'Gezellekroniek', 1965, archivalia, blz. 107, 2de alinea.
  15. Tijdschrift 'Biekorf', 1992, p.389, 1ste alina. https://www.dbnl.org/tekst/_bie001199201_01/_bie001199201_01_0122.php
  16. Hubert Bogaerts (’s-Hertogenbosch 16/11/1869 - ?), een van de vier zonen van Henri Bogaerts, bevond zich tussen 30/04/1900 en 31/12/1902 in Brussel (vandaar de signatuur 'Bogaerts Bruxelles' op het schilderij). Bron: digitaal bevolkingsregister van Boxtel, in- en uitschrijvingen Boxtel 1900-1931, blz. 52 van 615, ref. 3/350/12 en 3/162/12.
  17. Guido Gezelle zijn leven en zijne werken pagina 11 - Amsterdam L.J.Veen
  18. Lieven Saerens, Vreemdelingen in een wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking
Wikiquote heeft een of meer citaten van of over Guido Gezelle.
Werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Auteur:Guido Gezelle op Wikisource.
Zie de categorie Guido Gezelle van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.