Hoofdmenu openen
Deel van de serie over
kerkelijk gerei

waaronder paramenten
en liturgisch vaatwerk

Monstrans
gebruikt in de liturgie

Liturgisch vaatwerk
Vasa sacra
Miskelk · Pateen
Kelklepeltje
Ciborie · Monstrans
Pyxis · Custodiale

Vasa non sacra
Ampullen · Wijwatervat
Olievaatje
Wierookvat · Ablutievat

Paramenten
Amict · Albe · Baarkleed · Cingel
Tuniek · Dalmatiek · Fanon
Kazuifel · Manipel · Stola
Gremiale · Benedictievelum
Mijter

Koorkledij
Rochet · Superplie
Koorkap · Cappa magna
Kovel

Kelkgerei
Bursa · Kelkvelum
Ciborievelum

Kerklinnen
Corporale · Kelkdoekje
Lavabodoekje · Palla
Altaardwaal

Kerkinterieur
Altaar · Ambo
Biechtstoel · Communiebank
Doksaal · Doopvont
Faldistorium
Godslamp · Hoogaltaar
Heilig Kruisaltaar
Katheder · Preekstoel
Sedilia
Tabernakel · Volksaltaar

Liturgische boeken
Altaarmissaal
Benedictionale · Brevier
Evangeliarium · Evangelistarium
Graduale · Kyriale
Lectionarium
Psalter · Rituaal
Sacramentarium · Volksmissaal

Overige
Flambouw · Processiekruis
Altaargong · Altaarschel · Sanctusbel
Wijwaterkwast · Scheepje
Doopschelp · Lessenaar
Thabor · Antependium
Paaskaars · Adventskrans

Russisch-Orthodoxe processie. De voorste misdienaar draagt de flambouw
Flambouwen in de kruisgang van de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht

Een flambouw (ook wel flambooi, flambeeuw of processielantaarn genoemd) is een lantaarn of kaars op een lange stok of stang. Het woord is afgeleid van het Franse flambeau. Het Middelnederlandse flambeeu en het West-Vlaamse flambeeuw zijn afgeleid van de Picardische vorm van het Franse woord.

Flambouwen worden onder andere gebruikt in de Katholieke Kerk bij processies, vaak ter flankering van het processiekruis. Het dragen van de flambouwen was vroeger de taak van broederschappen, tegenwoordig van misdienaars, die dan ceroferarius worden genoemd.

Tijdens het lezen van het Evangelie wordt de diaken vaak geflankeerd door twee misdienaars met flambouw. In vroeger tijden werd de flambouw ook meegedragen als een priester de Heilige Communie naar een zieke bracht. In die zin kan de flambouw worden opgevat als een 'mobiele godslamp'. Men werd geacht te knielen tot de priester voorbij was gelopen.