Hoofdmenu openen

Europese kampioenschappen kunstschaatsen 1956

kunstschaatswedstrijd

De Europese Kampioenschappen kunstschaatsen zijn wedstrijden die samen een jaarlijks terugkerend evenement vormen, georganiseerd door de Internationale Schaatsunie (ISU).

De kampioenschappen van 1956 vonden plaats van 19 tot en met 21 januari in Parijs. Het was de tweede keer dat de EK kunstschaatsen hier plaatsvonden, eerder werd het evenement van 1932 er gehouden.

Voor de mannen was het de 48e editie, voor de vrouwen en paren was het de 20e editie en voor de ijsdansers de derde editie.

HistorieBewerken

De Duitse en Oostenrijkse schaatsbond, verenigd in de "Deutscher und Österreichischer Eislaufverband", organiseerden zowel het eerste EK Schaatsen voor mannen als het eerste EK Kunstschaatsen voor mannen in 1891 in Hamburg, in toen nog het Duitse Keizerrijk, nog voor het ISU in 1892 werd opgericht. De internationale schaatsbond nam in 1892 de organisatie van het EK kunstschaatsen over. In 1895 werd besloten voortaan het WK kunstschaatsen te organiseren en kwam het EK te vervallen. In 1898, na twee jaar onderbreking, vond toch weer een herstart plaats van het EK kunstschaatsen.

De vrouwen en paren zouden vanaf 1930 jaarlijks om de Europese titel strijden. De ijsdansers streden vanaf 1954 om de Europese titel in het kunstschaatsen.

DeelnameBewerken

Er namen deelnemers uit elf landen deel aan deze kampioenschappen. Zij vulden een recordaantal van 64 startplaatsen in de vier disciplines in. Het ware de eerste kampioenschappen waaraan deelnemers uit de DDR (één duo bij het paarrijden) en de Bondsrepubliek (in alle vier de toernooien), afzonderlijk deelnamen. Nadat voor Rusland Nikolaj Panin (1904, 1908), Karl Ollow (1909, 1911) en Ivan Malinin (1911, 1912) hadden deelgenomen, werd dit jaar voor het eerst de Sovjet-Unie vertegenwoordigd op de Europese kampioenschappen.

Voor Nederland namen Joan Haanappel (voor de derde keer) en Sjoukje Dijkstra (voor de tweede keer) deel in het vrouwentoernooi en Catharina Odink / Jacobus Odink kwamen voor de derde keer uit bij het ijsdansen.

(Tussen haakjes het totaal aantal startplaatsen over de disciplines.)

  West-Duitsland (11)
  Verenigd Koninkrijk (10)
  Oostenrijk (9)
  Frankrijk (7)
  Tsjecho-Slowakije (6)
  Sovjet-Unie (5)
  Zwitserland (5)
  Italië (4)
  Hongarije (3)
  Nederland (3)
  DDR (1)

Medaille verdelingBewerken

Voor de tweede keer bij het EK kunstschaatsen was het erepodium een kopie van het jaar ervoor, in 1933 gebeurde dit voor de eerste keer. Alain Giletti prolongeerde de Europese titel, het was zijn vierde medaille, in 1953 en 1954 eindigde hij op de tweede plaats. Michael Booker op de tweede plaats veroverde zijn tweede EK medaille en Karol Divín veroverde zijn derde medaille.

Bij de vrouwen werd Ingrid Wendl de elfde vrouw die Europees kampioene werd, het was haar eerste medaille. Yvonne Sugden op plaats twee veroverde haar derde medaille, in 1954 werd ze derde en in 1955 ook tweede. Erica Batchelor op plaats drie veroverde haar vierde medaille, in 1953 en 1955 werd ze ook derde en in 1954 tweede.

Bij de paren veroverden Sissy Schwarz / Kurt Oppelt de Europese titel, zij waren het twaalfde koppel dat Europees kampioen werd en het tweede Oostenrijkse paar na Idi Papez / Karl Zwack die in 1933 kampioen werden. Marianne Nagy / Lászlo Nagy veroverden hun zesde EK medaille, in 1950, 1955 werden ze kampioen, in 1949, 1953 werden ze tweede en in 1952 derde. Marika Kilius / Franz Ningel op plaats drie veroverden hun tweede EK medaille, in 1955 werden ze ook derde.

Bij het ijsdansen stonden, net als in 1954 en 1955, drie dansparen uit één land op het erepodium. Bij het mannentoernooi had deze situatie zich al vier keer voorgedaan (1891, 1922, 1927 en 1928) en bij het vrouwentoernooi één keer (1939). In 1954 werd Paul Thomas tweede met ijsdanspartner Nesta Davies en in 1955 met partner Pamela Wright ook tweede. Dit jaar werden Wright / Thomas het tweede ijsdanspaar dat Europees kampioen werd. De beide debuterende paren op de plaatsen twee en drie, June Markham / Courtney Jones en Barbara Thompson / Gerard Rigby, veroverden meteen hun eerste EK medaille.

Discipline      
Mannen   Alain Giletti   Michael Booker   Karol Divín
Vrouwen   Ingrid Wendl   Yvonne Sugden   Erica Batchelor
Paren   Sissy Schwarz / Kurt Oppelt   Marianne Nagy / Lászlo Nagy   Marika Kilius / Franz Ningel
IJsdansen   Pamela Wright / Paul Thomas   June Markham / Courtney Jones   Barbara Thompson / Gerard Rigby

UitslagenBewerken

MannenBewerken

Er deden zestien mannen (een evenaring van de record deelname uit 1936) uit acht landen mee. De meeste deelnames stond dit jaar achter Europees kampioen Alain Giletti, hij nam voor de vijfde keer deel. Voor het eerst namen er deelnemers uit de Sovjet-Unie deel aan het mannentoernooi.

# naam (deelname) land pc
  Alain Giletti (5)  
  Michael Booker (4)  
  Karol Divín (3)  
4 Alain Calmat (3)  
5 Tilo Gutzeit (2)  
6 Norbert Felsinger (3)  
7 Francois Pache (3)  
8 Istvan Szenes (2)  
9 Brian Edward Tuck  
10 Manfred Schnelldorfer (2)  
11 Hans Müller (3)  
12 Igor Persiantsev  
13 Hanno Stroher (2)  
14 Hans Jürgen Bäumler  
15 Lev Mikhajlov  
16 Valentin Zakharov  

VrouwenBewerken

Er deden 21 vrouwen uit acht landen mee. De meeste deelnames stond dit jaar achter Yvonne Sudgen, Erica Batchelor en Rose Pettinger, zij namen voor de vijfde keer deel aan het EK.

# naam (deelname) land pc
  Ingrid Wendl (2)  
  Yvonne Sudgen (5)  
  Erica Batchelor (5)  
4 Rose Pettinger (5)  
5 Hanna Walter (3)  
6 Diana Carol Peach  
7 Sjoukje Dijkstra (2)  
8 Joan Haanappel (3)  
9 Erika Rücker (4)  
10 Ilse Musyl (2)  
11 Emma Giardini  
12 Alice Fischer (3)  
13 Ina Bauer  
14 Jindra Kramperova  
15 Karin Borner  
16 Jana Docekalova  
17 Miloslava Tumova-Zahorska (3)  
18 Gilberte Naboudet (2)  
19 Corinne Altman  
20 Milena Kladrubska (2)  
21 Michele Allard (2)  

ParenBewerken

Er deed een recordaantal van veertien paren uit negen landen mee. De meeste deelnames stond dit jaar achter Marianne Nagy / Lászlo Nagy, zijn namen voor de achtste keer deel aan het EK.

# naam (deelname) land pc
  Sissy Schwarz (4)
Kurt Oppelt (4)
 
  Marianne Nagy (8)
Lászlo Nagy (8)
 
  Marika Kilius (2)
Franz Ningel (2)
 
4 Joyce Coates
Anthony Holles
 
5 Vera Suchánková (2)
Zdeněk Doležal (2)
 
6 Liesl Ellend (2)
Konrad Lienert (2)
 
7 Eva Szollosi (3)
Gabor Vida (3)
 
8 Lidia Guerassimova
Turii Kisselev
 
9 Carolyn Krau
Rodney Ward
 
10 Eva Neeb (3)
Karl Probst (3)
 
11 Maia Belenkaia
Igor Moskvine
 
12 Susi Holstein
Willi Wahl
 
13 Vera Kuhruber (2)
Horst Kuhruber (2)
 
14 Colette Tarozzi
Jean Vives
 

IJsdansenBewerken

Er deden dertien paren uit zes landen mee. De meeste deelnames stond dit jaar achter Paul Thomas en de vier paren Besson / Guhel, Odink / Odink, Peikert / Kutschera en Fischer / Zorn, zij namen allen voor de derde keer deel aan een EK.

# naam (deelname) land pc
  Pamela Wright (2)
Paul Thomas (3)
 
  June Markham
Courtney Jones
 
  Barbara Thompson
Gerard Rigby
 
4 Fanny Besson (3)
Jean Paul Guhel (3)
 
5 Sigrid Knake (2)
Gunther Koch (2)
 
6 Catharina Odink (3)
Jacobus Odink (3)
 
7 Edith Peikert (3)
Hans Kutschera (3)
 
8 Lucia Fischer (3)
Rudolf Zorn (3)
 
9 Gerda Wohlgemuth
Hannes Bruckhardt
 
10 Adrianna Giuggiolini (2)
Germano Ceccattini (2)
 
11 Rita Paucka
Peter Kwiet
 
12 Maria Grazia Locatelli
Vinicio Toncelli
 
13 Olga Cilardini
Gianfranco Canepa