Hoofdmenu openen

Eugène Brands

Nederlands kunstschilder

Eugenius Antonius Maria (Eugène) Brands ( Amsterdam, 15 januari 1913 - aldaar, 15 januari 2002 ) was een Nederlands kunstschilder. Hij was korte tijd lid van de kunstenaarsgroep Cobra.

Eugène Brands
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Eugenius Antonius Maria Brands
Geboren Amsterdam, 15 januari 1913
Overleden Amsterdam, 15 januari 2002
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) kunstschilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1946 - 2001
Stijl(en) Cobra / Abstracte kunst
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Inhoud

Jeugd en opleidingBewerken

Als kleine jongen bestudeerde Brands al het heelal vanuit zijn dakraam. Ooit vond hij een blauw geëmailleerde pannendeksel, kocht een busje witte rijwiel-lak en veranderde het deksel in een melkwegstelsel met sterrennevels. Hij noemde dit toen 'Deksel des hemels'; zijn gehele leven lang bleef hij geboeid door het mysterie van het heelal.[1]
Van 1931 tot 1934 volgde hij een opleiding aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool in reclameontwerpen. Na enkele maanden als reclameontwerper op verschillende bureaus gewerkt te hebben, koos hij ervoor om beeldend kunstenaar te worden; als zodanig was hij autodidact en noemde zichzelf ook graag zo.
Tijdens de oorlog dook hij waarschijnlijk onder op de 2de etage van Oudezijds Voorburgwal 86, Amsterdam; hij tekende het interieur van deze woning en dateerde die met '1944'. Officieel woonde op dat adres sinds 4 april 1944 alleen Sara Tiemeijer; kort na de oorlog, op 1 augustus 1945, trouwde Eugène Brands met haar.[1]

Leven en werkBewerken

In 1939 had Eugène Brands zijn eerste solotentoonstelling in Amsterdam; hij schilderde op dat moment lyrisch-abstract waarin de schoonheid van kleur en vorm vooral opvalt. Eugène Brands nam in 1946 deel aan de groepstentoonstelling 'Jonge schilders' in het Stedelijk Museum te Amsterdam, waar een hele zaal met zijn werk was gevuld. Daar had hij goede contacten aan overgehouden met directeur Sandberg, die hem daarop een (solo)expositie in het Stedelijk museum had toegezegd. Appel, Corneille en Anton Rooskens kwamen hierna regelmatig bij hem op bezoek en haalden hem in de zomer van 1948 over om zich bij de Experimentele Groep (met hun blad Reflex) aan te sluiten, die kort daarop al over zou gaan in de CoBrA-beweging.[1] Toen hij was toegetreden tot de Experimentele Groep, nam hij de taak op zich om de contacten met het Stedelijk Museum te behartigen.
Brands publiceerde in het eerste nummer van 'Reflex' een stukje dat hij 'To the Point' betitelde en waarin hij onder meer schreef:

'Uit hoofde van onze bezigheid van schilderen werken wij met vorm en kleur en net zo min U een Merel langs de Amstel vraagt naar de titel van zijn lied, kunt U van ons een direct antwoord verwachten op de geijkte vraag 'wat stelt het voor?'

Zowel in het eerste als tweede nummer van het blad (meer uitgaves waren er niet) werden ook reproducties van zijn werk opgenomen.[1] Constant Nieuwenhuijs herinnerde zich later dat hij met name met Brands vaak heftige meningsverschillen had, vooral op politiek gebied; Brands geloofde niet in een 'politieke' kunst.[2]

Cobra-jarenBewerken

Brands ging al gauw daarna mee met de oprichting van Cobra. In de korte tijd dat Brands daarvan lid was vervulde hij een belangrijke rol; na overleg met Sandberg was deze namelijk bereid om zijn toezegging van een solotentoonstelling voor Brands om te zetten in een groepstentoonstelling voor de gezamenlijke Cobra-kunstenaars, Constant Nieuwenhuijs, Corneille, Karel Appel, Christian Dotremont, Asger Jorn, Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Brands, die allen lid waren van de sinds eind 1948 opgerichte groep CoBrA. Dit resulteerde in de historische 'Internationale tentoonstelling van experimentele kunst' van november 1949, die veel tumult zou veroorzaken, zowel tussen de kunstenaars onderling als in de landelijke pers. Deze grote groepsexpositie was hiermee de eerste openbare manifestatie van Cobra, en van de dichters, de Vijftigers. Er hingen een aantal grote werken van Eugène Brands die hij speciaal voor deze expositie had gemaakt. Door de lange toespraak van Dotremont in het Frans, en zijn gebruik van de woorden 'sovjet' en 'Rusland' ontstond er handgemeen en vechtpartijen die tot in de avond voortduurden. Alle Nederlandse dichters en de schilders Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Brands stelden daarop diezelfde dag een resolutie samen waarin ze in felle toon afstand namen van het 'dictatoriale' gebeuren en ook elke verantwoordelijkheid afwezen.[3]

na CobraBewerken

Door de grote meningsverschillen en ruzies na deze Cobra-expositie besloot Brands al snel daarna de Cobra-beweging te verlaten. Ook in artistiek opzicht ging hij zijn eigen weg; hij trok zich in de daarop volgende 10 jaar terug op zijn atelier, om zich te laten inspireren door 'de wereld van het kind' - mede die van zijn dochter Eugénie. Hij ontdekte hiervoor een speciale techniek, namelijk olieverf op papier. Pas in de jaren 60 kwam hij weer uit op het kleurenpalet van Cobra. Een door Sandberg georganiseerde groepstentoonstelling in 1962 waaraan hij deelnam, betekende uiteindelijk de doorbraak voor hem. Hij hoefde nu niet langer van de contraprestatie te leven. Vanaf 1967 gaf hij bovendien les aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in 's-Hertogenbosch.

'alles stroomt'Bewerken

Brands raakte vanaf c. 1965 geïnspireerd door het landschap, de natuur en het mysterie daarvan. Vanuit deze onderwerpen in zijn schilderkunst wist hij ook zijn daarnaast lang bestaande fascinatie voor de kosmos, de planeten en sterren weer opnieuw een plek in zijn oeuvre te geven. Het 'Panta rhei'-principe van de Griekse filosoof Heraclitus stond hierbij centraal: oftewel het idee dat alles stroomt, alles beweegt en alles oneindig is. Dat resulteerde onder meer in zijn grote, abstracte werken die meer ruimte gaven voor existentiële overdenkingen.[4]
Aanvankelijk woonde en werkte Brands in Amsterdam, tot hij in 1974 een zomerverblijf betrok in Nunspeet, op de Hoge Veluwe. Daar in de stilte van de natuur voelde hij het mysterie van de kosmos sterker dan ooit. In de schoonheid, de kleuren van zowel krokussen en viooltjes, als de weerspiegeling van de vijver in de tuin, lag voor hem het mysterie besloten.

In 1993 besloot Brands te stoppen met schilderen op doek; het werd fysiek te zwaar voor hem. Na die tijd beperkte hij zich tot zijn geliefde gouaches op papier, omdat de techniek van de gouache zich het best leende voor de vrijheid die hij wilde bereiken in zijn werk. In 1999 ruilde hij zijn atelier in Nunspeet om voor een studio in Zuid Frankrijk, waar hij helaas maar kort van heeft kunnen genieten. Eugène Brands overleed op 15 januari 2002 in de huiselijke omgeving, de dag waarop hij zijn 89e verjaardag vierde.[5]

Werkwijzes en ontwikkelingBewerken

Al in zijn vroege werk van voor 1945 experimenteerde Brands met de materie: aquarel en gouache liet hij druipen, spatten en vloeien, zodat er abstracte composities ontstonden. Het effect van deze werken is bijna surrealistisch te noemen en bezit een zekere magische en kosmische lading. Opmerkelijk is dit niet, gezien zijn interesse voor bijvoorbeeld het wonderbaarlijke van de seksuele drift - een kracht die naar zijn mening in contact staat met de kosmos. Deze cultuuropvatting deelde hij met tal van primitieve volkeren, van wie hij muziek en rituele voorwerpen verzamelde (Brands was de bezitter van een uitgebreide collectie uitheemse muziek en oude jazz). Hij hield veel van muziek: de vroege jazz, de blues, Afrikaanse tromgeroffel en rituele gezangen van de pygmeeënvrouwen.
Juist vanuit dit oogpunt voelde Brands zich aangetrokken tot CoBrA-schilders, die zich immers eveneens laten inspireren door niet-westerse culturen Maar pas na het verlaten van de Cobra-groep in 1949 kwamen de typische Cobra-motieven in zijn werk naar voren in kleine schilderijen (vaak olie op papier). Een aantal motieven kwamen hierin regelmatig terug, zoals sleutels en sloten, pijltjes, losse benen, handen en scheepjes.[1]

In 1950 begon hij de tekeningen van zijn driejarige dochtertje Eugénie te verzamelen. Hij dateerde ze en verdiepte zich volledig in de wereld van de kindertekening. Een jaar later veranderde ook zijn eigen werk; er verschenen fantasierijke afbeeldingen, zoals figuren met grote hoofden, een wandelend huis, boten en een razende vis. Bezoekers konden het verschil niet zien tussen zijn eigen werken en die van zijn dochtertje. Brands was hier trots op, omdat het hem dus gelukt was om net zo spontaan te werken als kinderen. Hij bleef hierbij het experiment trouw; hij gebruikte verschillende materialen zoals olieverf of gouache (plakkaatverf) en werkte zowel op doek, papier, karton, taartdoos of op behang. Bijna tien jaar liet hij zich door de fantasie van het kind inspireren.[1]

Vanaf c. 1960 begonnen de figuratieve elementen uit zijn schilderijen te verdwijnen; zijn werken werden abstracter en bovendien groter. Door de wollige en vegende manier van schilderen doen ze enigszins herinneren aan zijn vroegere materie-experimenten. Opvallend in dit latere werk is het heldere kleurgebruik van wit, oranje, geel, blauw en groen; dit roept een gevoel van vrijheid en lyriek op. De magische kracht van de kosmos, zo centraal in Brands oeuvre, voert ook in deze schilderijen de boventoon. Hij begon grote zinderende kleurvlakken in zachte poëtische kleuren te schilderen, 'van een ondoordringbare wattige substantie', zoals CoBrA-historica Willemijn Stokvis het beschrijft; dat deed hij tot op hoge leeftijd.[1]

Behalve schilderijen, maakte Brands ook assemblages, waarin hij dezelfde abstractie en hetzelfde kleurenpalet toepaste.

In een citaat beschreef Brands zelf kernachtig zijn werkwijze:

'Een schilderij moet ontstaan. Ik maak het niet. Ik ben een antenne. De vorm wordt niet vooraf bepaald of overdacht. Ik begin met schilderen van dunne kleurvlakken of observeer wat er met de verf gebeurt en daar ga ik dan op in. Het ontstaan van een schilderij is een bijna autonoom gebeuren. Er is een medium voor nodig. Dat is de schilder.' [6]

MuseaBewerken

Overzichtstentoonstellingen waren te zien in:

Enkele werkenBewerken

  • Victory Borfimah, 1948, Stedelijk Museum Schiedam
  • Moon of Fate, 1951

Bibliografie (selectie)Bewerken

Bundels
  • Eugène Brands: Panta Rei, 1987
  • Eugène Brands: Sterrenbeelden in het zand. Gedichten 1938-1946, Bloemendaal 2012 ISBN 907741438X
  • Eugène Brands: Het sterffeest en ander dichterlijk proza 1938-1948, Bloemendaal 2012 ISBN 9077414371
Catalogi
  • Hans den Hartog Jager & Christian Ouwens: Eugène Brands Imaginair, Rotterdam 2013 ISBN 9789490291020
  • Betty van Garrel e. a.: Eugène Brands - Collectie G. Hofland, Breda 1990
  • Willemijn Stokvis: De verborgen wereld van Eugène Brands, Deventer 2010
  • Leo Duppen: Eugène Brands 80 jaar, Amstelveen 1993

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken