De efeten (Oudgrieks: ἐφέται / ephétai; letterlijk: toelaters) waren eenenvijftig rechters - door Draco ingesteld - in het oude Athene, die bij moord die onvrijwillig (ἄκων / ákōn) was, hierover oordeelden op het binnenplein van het Palladion.[1] Zij trachten tot vergiffenis (αἴδεσις / aídesis) te bekomen door een weergeld te bedingen. Indien ze daar niet in slaagden, werd de veroordeelde verbannen (hij krijgt wel bescherming totdat hij het grondgebied verlaten heeft; later geldt deze procedure ook voor niet-burgers).

Door Solon werden hun bevoegdheden overgedragen op de Areopaag, met uitzondering van manslag.[2] Hierdoor kreeg de Atheense aristocratie een klap in haar gezicht, daar de eenenvijftig efeten gekozen werden uit de meest vooraanstaande families van Athene.[3]

NotenBewerken

  1. Aristoteles, Athenaion Politeia 57.3-4.
  2. Plutarchus, Solon 19.2-4.
  3. Iulius Pollux, Onomasticon VIII 125: ἐφέται τὸν μὲν ἀριθμὸν εἷς καὶ πεντήκοντα, Δράκων δ' αὐτοὺς κατέστησεν ἀριστίνδην αἱρεθέντας·.

Zie ookBewerken