Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Economische zelfstandigheid

Iemand wordt in het Nederlandse overheidsbeleid voor vrouwenemancipatie als economisch zelfstandig beschouwd als zij of hij minstens 70% van het wettelijk minimumloon verdient met betaalde arbeid. [1] Economische zelfstandigheid is een doel van de Nederlandse overheid sinds het Beleidsplan Emancipatie uit 1985.[2] Mede onder druk van Europese richtlijnen begon de Nederlandse overheid in de jaren tachtig van de vorige eeuw met het geleidelijk afschaffen van kostwinnersvoordelen in de belasting en de sociale zekerheid. Met name jonge vrouwen werden door de overheid opgeroepen om economisch zelfstandig te worden in plaats van zich financieel afhankelijk te maken van een kostwinner. De nog steeds vaak gebruikte slogan ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’[3] is afkomstig uit een overheidscampagne uit 1989 met deze boodschap. De nieuwe generatie vrouwen en mannen werd gewaarschuwd dat zij in de toekomst niet meer zouden kunnen rekenen op de financiële voordelen van het kostwinnersmodel. Dit is bekend geworden als de 1990-maatregel. De overheid treedt niet in de keuzevrijheid van twee partners om samen van één arbeidsinkomen te leven, alleen wordt dit steeds minder door de overheid financieel ondersteund.

Feiten en cijfers voor NederlandBewerken

In 2014 betekent economische zelfstandigheid dat iemand in Nederland netto minstens 900 euro per maand verdient. In 2011 was 52% van de vrouwen tussen 20 en 65 jaar economisch zelfstandig en 74% van de mannen.[4] Economische zelfstandigheid is met name bij vrouwen sterk gerelateerd aan opleidingsniveau (zie tabel). Driekwart van de vrouwen met een HBO- of universitaire opleiding is economisch zelfstandig, even vaak als de ‘gemiddelde man’. Van de vrouwen met basisonderwijs of een vmbo-opleiding is daarentegen bijna driekwart financieel afhankelijk van een kostwinner of van een uitkering.

Opleidingsniveau[5] Vrouwen Mannen
Lager 28% 66%
Middelbaar 53% 74%
Hoger 74% 83%
Totaal 20-65 jaar 52% 74%

Een andere factor die bij de economische zelfstandigheid van vrouwen een rol speelt is bijvoorbeeld etniciteit. Surinaamse vrouwen zijn het vaakst economisch zelfstandig: 56%, gevolgd door autochtone vrouwen met 55% en Antilliaanse/Arubaanse vrouwen met 45%. Het minst vaak economisch zelfstandig zijn vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst: 28%. [6] Tot slot speelt deeltijdarbeid een rol bij de economische zelfstandigheid van vrouwen in Nederland.