Catechese

Catechese (Lat. catechesis, Gr. katèchèsis, mondeling onderricht) betekent godsdienstonderwijs[1]. Historisch gezien gebeurde dit vaak in de vorm van vraag en antwoord met behulp van een catechismus. Degene die onderricht geeft noemt men een catecheet. In de catechese is er ruimte voor dialoog tussen de leerling en de catecheet.

Geschiedenis van de catecheseBewerken

In de Vroege Kerk is het woord 'catechese' de term voor het (doop)onderwijs van de kerk. Catechese staat voor het onderwijs dat niet-gelovigen kregen voorafgaand aan de doop, waarmee men overging naar het christendom. Dit dooponderwijs duurde soms heel lang, zo volgde Augustinus twee jaar geloofsonderwijs.[2]

In de Rooms-Katholieke Kerk gaf het Concilie van Trente een belangrijke impuls aan de catechese. Voor het uitreiken van de eerste communie en voor het toedienen van het vormsel krijgen de kinderen en catechumenen een belangrijke periode van catechese.

ReformatieBewerken

De protestantse reformator Maarten Luther wijst de gewoonte af om zonder kennis van het Avondmaal deel te nemen aan dit sacrament. Wie zonder kennis is, kan geen christen genoemd worden en kan niet deelnemen aan het sacrament. Vanaf 1523 is het in Wittenberg daarom de instelling dat zij die deel willen nemen aan het Avondmaal onderzocht worden op hun kennis. Later komt er een geloofsbelijdenis als afsluiting van de catechese en als toelating tot het Avondmaal voor in de plaats.[3]

In Zurich worden in 1523 twee keer per jaar bijeenkomsten georganiseerd voor het onderwijs aan de kinderen. Dat verandert want in 1525 wordt er in Zurich iedere zondag catechese gegeven aan de kinderen. De Zwitserse reformatorische catechese stuurt bewust aan op het doen van geloofsbelijdenis van de jongeren. Het motief is niet, zoals in Wittenberg, om met kennis deel te nemen aan het Avondmaal, maar om het geloof dat hun ouders en peetouders bij hun doop beleden, nu zelf te belijden. De bekende reformator Hylrich Zwingli benadrukt hierbij in de lijn van de Vroege Kerk te handelen.[4]

In Straatsburg maakt reformator Martin Bucer de verbinding tussen catechese en Avondmaal. Bij de afsluiting van de catechese is er een confirmatie in de vorm van handoplegging. Nadat men catechetisch onderwijs heeft ontvangen worden de jongeren voor de gemeente geëxamineerd over hun geloofskennis, daarna worden hun de handen opgelegd en ontvangen zij toegang tot het Avondmaal. De handen worden hen opgelegd als teken en zegel van de gave van de Heilige Geest.[5]

In de Geneefse kerkorde van 1541 is bepaald dat er iedere zondag om 12.00 uur - in de drie kerkgebouwen - een catechismusdienst wordt gehouden voor de kinderen van de stad. Alle kinderen moeten hier verplicht heen. Na het catechetisch onderwijs in de onderbouw, mag men zich in de bovenbouw voorbereiden op de geloofsbelijdenis. Men legt geloofsbelijdenis af in de vorm van recitatie van een compendium van de leerstof. Hoewel Calvijn wel pleitte voor de handoplegging, is dat er in de praktijk niet van gekomen. De leeftijd waarop men geloofsbelijdenis deed - en toegelaten werd tot het Avondmaal - was ongeveer op twaalfjarige leeftijd.[6]

De nationale synode van Dordrecht in (1618-1619) ziet een belangrijke taak voor de ouders en bepaalt dat de ouders hun kinderen thuis moeten onderwijzen in de christelijke religie, uit de Bijbel moet lezen voor de kinderen en de hen naar de catechese van de kerk moet sturen.[7]

Catechese in de Rooms-Katholieke KerkBewerken

Sinds 1979 maakt de apostolische exhortatie Catechesi Tradendae[8] een onderscheid tussen catechese met oog op inwijding en godsdienstonderwijs ten behoeve van alle, ook niet-katholieke, leerlingen.

Catechese in het protestantismeBewerken

In het protestantisme wordt het onderwijs van de kerk catechisatie genoemd. De jongeren van de kerk worden veelal in leeftijdsgroepen ingedeeld en ontvangen (vaak) op een doordeweekse avond onderwijs over de inhoud van het geloof (de geloofsbelijdenissen), het gebed, Gods wet en de sacramenten. Daarnaast krijgen bijbelstudie en ethiek ook enige aandacht. Catechisatie wordt veelal gegeven door de predikant van de gemeente, een ouderling, kerkelijk werker of een vrijwilliger uit de gemeente. Voor catechisatie zijn verschillende methodes ontwikkelt. De meeste kerkverbanden of stromingen hebben hun eigen (didactische) methodes met eigen accenten op de geloofsleer.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken