Hoofdmenu openen

BiografieBewerken

 
Titelpagina Forum, jaargang XXVI, 1975
 
Luchtfoto van de Hufeisensiedlung
 
Voorgevel Hufeisensiedlung

Taut volgde een opleiding tot architect aan de school voor bouwnijverheid in Koningsbergen. In 1902 verhuisde hij naar Berlijn waar hij ging werken bij Jugendstilarchitect Bruno Möhring die naar Weens voorbeeld (Otto Wagner) onder andere de Hochbahn ontwierp en bouwde. Tussen 1904 en 1908 werkte hij in Stuttgart bij professor Theodor Fischer, de leidende architect van de traditionalistische Zuid-Duitse school. Taut kreeg er de kans zijn eerste zelfstandig werk te maken, waarbij de verzelfstandiging van de kleurtoepassing opvalt. Vervolgens keerde hij terug naar Berlijn om er aan de Technische Hogeschool te Charlottenburg kunstgeschiedenis en stedenbouw te studeren.

In 1907 ontwierp Taut een eenvoudig turbinehuis voor Peter Harkort & Sohn GmbH.[1] Vanaf 1908 leidde hij een eigen bureau als architect. Hij ontwierp een aantal woongebouwen, die sterk waren beïnvloed door Otto Wagner. Een bekend werk is het palazzoachtige wooncomplex (Siedlung) Kottbuserdam met sterk geprofileerde gevels en het perspectivisch aanwenden van kleurtonen en schaduwen. Zijn oudere collega Herman Muthesius stelde hem voor om een studiereis te ondernemen naar Engeland om aldaar de tuinsteden te bestuderen. Muthesius stelt Taut ook voor aan Walter Gropius, een van de leidende figuren van de Deutscher Werkbund.

Na de Eerste Wereldoorlog trachtte Taut de Novemberrevolutie uit te breiden tot het kunstendomein. Samen met Gropius en Hans Scharoun eiste hij het slechten van de huidige fundamenten van de architectuur en de verdwijning van de persoonlijkheid van de kunstenaar.[bron?]

In 1919 publiceerde Taut een manifest waarin hij pleitte voor gebruik van kleur in de bouw. Tussen 1921 en 1924 bekleedde hij de functie van stadsarchitect in Maagdenburg, waar hij in zijn ontwerpen kleur als zelfstandig element benadrukte. Tussen 1924 en 1931 was hij hoofdarchitect van de Berlijnse particuliere onroerendgoedbedrijf GEHAG en bouwde in die periode twaalfduizend woningen. Met zijn team werkte hij verschillende wooncomplexen (Gross-Siedlungen) uit waaronder de Hufeisensiedlung (Hoefijzernederzetting) in Berlijn-Britz.[2]

Vanaf 1930 was Taut werkzaam als hoogleraar Stedenbouw aan de Technische Hogeschool in Berlijn-Charlottenburg. In 1932 kreeg hij een opdracht in Moskou voor de inrichting van een kantoor voor het stadsbestuur. In 1933 keert hij ontgoocheld terug naar Berlijn. Door de nazi's werd Taut voor 'cultuurbolsjewiek' uitgemaakt en zijn hoogleraarschap werd hem afgenomen. Hij vluchtte naar Zwitserland en vestigde zich vervolgens in Takasaki (Japan). Hij schreef hier drie boeken over de Japanse architectuur. In 1936 bood Turkije Taut een functie als hoogleraar architectuur aan de Academie voor Schone Kunsten in Istanboel aan. Taut nam de baan aan en was daarnaast in Turkije als architect werkzaam. In Turkije ontwierp hij onder meer zijn eigen woning in Istanboel, en scholen in Ankara en Trabzon. Hij overleed in 1938 op 58-jarige leeftijd te Istanboel aan een astma-aanval. Vlak voor zijn dood ontwierp hij de katafalk van Atatürk. Als eerste niet-moslim werd hij begraven in de begraafplaats voor martelaren in Edirnekapı.

TriviaBewerken

De Regenboogbuurt in Almere, Nederland, ontwikkeld tussen 1994 en 1998, is geïnspireerd op de kleurenwijken Berlin-Britz en Onkel Toms Hütte, die Bruno Taut in Berlijn ontwierp.[bron?]

BibliografieBewerken

  • Forum, themanummer rond Bruno Taut, jaargang XXVI, 1975.