Hoofdmenu openen

Een boutade (van het Franse bouter, "verdrijven") is een bondige, spitsvondige en geestig bedoelde uitspraak waarmee uiting wordt gegeven aan een zeker misnoegen.

Inhoud

GebruikBewerken

MultatuliBewerken

Tal van voorbeelden van boutades zijn te vinden in de Ideën (zoals hij de titel spelde) van Multatuli. Tussen de lange verhandelingen die vele van die ideeën vormen, komen soms kortere voor die een bepaald aspect van de maatschappij, de burgerij, persoonlijke zwakheden of de sociale instituties bespreken en vaak aan de kaak stellen:

  • Idee 41: Ik leg me toe op 't schryven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.
  • Idee 6: De slotsom der oordeelvellingen van veel onbekwame menschen waarborgt niet meer kans op juistheid dan 't oordeel van één onbekwaam mensch.
  • Idee 58: Er zyn weinig boeken waaruit men niet leeren kan hoe men niet schryven moet.
  • Idee 60: Als ik iets geschreven heb en dat nalees, is meestal m'n hoofd-indruk: over die zaak zou veel te zeggen wezen.
  • Idee 281: Spreekwoorden bevatten de wysheid der volkeren. Eilieve, waarom maken professors geen spreekwoorden?[1]

In deze greep voorbeelden, die gemakkelijk uit te breiden zou zijn, worden achtereenvolgens gehekeld: het taalonderwijs, consensuscultuur, schrijfgebreken, oppervlakkigheid, en waanwijsheid bij hoogleraren.

AnderenBewerken

Ook bij vele andere auteurs zijn boutades te vinden. Enerzijds treft men ze begrijpelijkerwijs aan bij schrijvers die erom bekendstaan dat zij zich (soms) cynisch, sarcastisch of althans kritisch over hun onderwerp uitlaten.

  • Een wat uitgebreid voorbeeld vormen de eerste vier regels van Du Perrons gedicht P.P.C.:
Vaarwel, Clary, ik wens u geen geluk. / Zoiets klinkt dom, bij hen reeds die het menen. / Gij hebt u goed verkocht. Maak u niet druk / over de rest: want àlle mensen wenen.
In de tweede versregel wordt de aangesprokene op de hak genomen: zij is niet iemand die een gelukwens waard is; de volgende versregels benadrukken dit: haar wordt in bedekte termen onverschilligheid verweten.[2]
  • Ook in het proza van Willem Elsschot vallen boutades op, vaak verpakt in een quasi-onverschillige toon van de verteller.

In andere talen zijn vergelijkbare spitsvondigheden aan te treffen.

  • Ernest Hemingway legde zich in zijn vroege periode (de jaren twintig van de twinitigste eeuw) toe op het schrijven van zeer bondig proza, waarin vaak een quasi-kille beschrijving de verschrikkingen van oorlog, dood of ander leed maskeert, om het de lezer des te schrijnender zelf te laten ontdekken. Dit is een techniek die op zichzelf nog niet tot boutades leidt: de houding van de schrijver hoeft niet afwijzend, de uitspraak niet puntig te zijn. Maar we vinden wel voorbeelden van boutades bij hem. Uit zijn journalistiek werk voor de Toronto Star Weekly komt de volgende beginzin:
Switzerland is a small, steep country, much more up and down than sideways, and is all stuck over with large brown hotels built on the cuckoo clock style of architecture.
("Zwitserland is een klein, steil land, veel meer op en neer dan heen en weer, en is bezaaid met grote bruine hotels in koekoeksklok-bouwstijl.")[3]

Niet-literairBewerken

Andere voorbeelden komen niet uit de literatuur, maar zijn gedaan door meer of minder bekende personen, cabaretiers of andere volksvermakers:

Van de Benelux hebben de Nederlanders de luxe, en de Belgen de benen.
De mensheid wordt wel intelligenter, maar niet slimmer. (Flynn-effect)
Mijn weerberichten kloppen altijd, alleen het weer houdt er zich niet aan. (Armand Pien)

(Kritiek op de Benelux en op IQ-tests, gevolgd door een staaltje van zelfspot.)

HistorieBewerken

Een boutade is een historische stijlvorm, en heeft dan ook een kracht die in historische context moet worden bezien. Van Dale (1970), bezorgd door Dr. C. Kruyskamp, geeft dan ook nog een citaat van Margo Scharten-Antink: "hij had, in 's dokters schertsend-schamper oordeel, de boutade niet gehoord". De choquerende humor van een Hans Teeuwen valt vermoedelijk zelden onder de term "boutade" te rangschikken. Wél onder boutade valt wellicht nog een lied van Wim Kan uit 1971, Er leven haast geen mensen meer, met de zinnen:

En toch leeft er nog altijd een die het navertellen kan
Die de geschiedenis kent als geen een: de keizer van Japan
Nou hij niet opgehangen is had op Soestdijk toen aan de dis
Tenminste toch eens iemand kunnen vragen hoe dat zat destijds in Burma
Aan die railroad, met die doden, en die zieken, en die honger en die cellen
Wat had hij dat
Terwijl hij at
Mooi kunnen vertellen[4]

Verwante begrippenBewerken

De boutade is dus kritisch van aard, en soms zelfs schamper. Daardoor onderscheidt zij zich met name van het aforisme, dat weliswaar ook een puntige uitspraak vormt, maar vaak algemener van aard is en in ieder geval niet, zoals de boutade, een kritische noot hoeft te bevatten. Ook een spreekwoord is (veel) algemener dan de boutade, en brengt doorgaans een wijsheid onder woorden die in meerdere gevallen opgaat.

De boutade kan beschouwd worden als een scherpe vorm van allusie.

Zie ookBewerken

NotenBewerken

  1. Vele uitgaven; deze citaten uit Verzamelde werken van Multatuli, Elsevier 1907
  2. E. du Perron, P.P.C.
  3. "The Hotels in Switzerland", The Toronto Star Weekly, 4 maart 1922; herdr. in: William White, ed., By-Line:Ernest Hemingway. Selected articles and dispatches of four decades, Bantam Books 1968 [1967] p. 16
  4. biografie Wim Kan