Biografie Instituut

organisatie uit Nederland

Het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen is een wetenschappelijke instelling waar aan theorievorming over de biografie wordt gedaan en biografen die als promovendus werken begeleiding krijgen. Het instituut werd in 2004 opgericht en wordt geleid door de Groningse hoogleraar Hans Renders.

Het Biografie Instituut doet onderzoek naar bronnen, naar narratieve vormen en sociaal-culturele context en streeft naar publicaties betreffende het genre biografie. Na de oprichting van het instituut is reeds een aantal biografen gepromoveerd. In Nederland is al met enige regelmaat een biografie als proefschrift verdedigd, maar structureel was deze vorm van onderzoek nog niet in de academische structuur ingepast.

In het collegejaar 2010-2011 werden vier promovendi door professor Renders begeleid. Vera Hoorens promoveerde op een werk over de 16e-eeuwse geleerde Jan Wier, getiteld Een ketterse arts voor de heksen. Jan de Lang schreef de biografie van F.C.H. Hirschmann, officier in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, getiteld Dienaar van koloniaal Nederland. Jeroen Corduwener kwam met een publicatie over verzetsstrijder Gerrit Jan van Heuven Goedhart onder de titel Riemen om de kin!, terwijl als vierde Eva Rovers promoveerde op haar biografie van Helene Kröller-Müller met als titel De eeuwigheid verzameld. Later schreef zij ook een biografie van Boudewijn Büch.

Eerder verschenen onder auspiciën van het Biografie Instituut onder meer de biografieën van J.C. Bloem (door Bart Slijper) Ferdinand Domela Nieuwenhuis (door Jan Willem Stutje), Alice Nahon (door Manu van der Aa), Henk Feldmeijer (door Bas Kromhout), Willem Schermerhorn (door Herman Langeveld), Loe de Jong (door Boudewijn Smits). Tevens kwam het proefschrift over Radio Oranje van Onno Sinke uit de koker van het Biografie Instituut. In 2015 promoveerden Ariëtte Dekker op een biografie van Anton Kröller en Binne de Haan op een onderzoek naar internationale tradities in het biografie-onderzoek.[1] Begin 2016 promoveerde de Brits-Amerikaanse biograaf Nigel Hamilton aan het Biografie Instituut op een proefschrift over de verhouding tussen Churchill en Franklin Delano Roosevelt in 1943.

De laatste jaren promoveerden regelmatig biografen bij professor Renders. In 2018 Nick Weber op een onderzoek naar het leven van Piet Mondriaan. en in dat zelfde jaar Jonne Harmsma op de biografie van minister-president en directeur van de Nederlandse Bank Jelle Zijlstra. In 2019 verscheen het werk van Chris Hietland over de politicus en burgemeester van Rotterdam André van der Louw. Ad van Liempt] promoveerde in datzelfde jaar op zijn onderzoek naar Albert Konrad Gemmeker de commandant van Kamp Westerbork en Richard Hoving op zijn onderzoek naar het leven van Joseph Kotalla, de beul van Kamp Amersfoort. In 2020 promoveerden twee onderzoekers. Co Strootman met een onderzoek naar P.J. Bouman en Christiaan Gevers schreef een biografie van de Groningse landbouwer en NSB-burgemeester Petrus Fokko Tammens Ook in het jaar 2021 waren er twee promoties, Hans van der Jagt met zijn onderzoek naar Alexander Idenburg terwijl David Veltman zijn onderzoek naar het leven van de Belgische kunstschilder Felix De Boeck afrondde. Tot nu toe waren er in 2022 eveneens twee promoties. Gerben Wynia promoveerde op de biografie van C.O. Jellema en Antoon Ott verdedigde met succes in Leeuwarden zijn proefschrift over kunstverzamelaar Nanne Ottema.

In samenwerking met uitgeverij Boom verscheen de boekenreeks Biografische Studies. Onder (mede)redactie van Renders zijn titels verschenen als Privé in de politieke biografie, Onder Ingenieurs, Het leven van een doodsbericht en Biografie & Religie. In 2022 verscheen het door Hans Renders en David Veltman geredigeerde Fear of Theory. Towards a new Theoretical Justification of Biography.

Op dit moment wordt er onder meer gewerkt aan de biografieën van Theo van Doesburg. Vincent Willem van Gogh en Marie Tak van Poortvliet.

Zie ookBewerken