Hoofdmenu openen
Samenvoegen naar Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de inhoud van dit artikel ingevoegd zou moeten worden in Sociale werkplaats (Vlaanderen), of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dit artikel een redirect te worden (hier melden).

.

Een beschutte werkplaats was van 1958 tot 2018 de benaming voor een sociale onderneming waar werknemers met een arbeidshandicap tewerkgesteld werden die niet terechtkunnen in een regulier bedrijf. Beschutte werkplaatsen hadden een erkenning vanwege de overheid die ook instond voor subsidies om het rendementsverlies en de omkadering te financieren. Vanaf 1 maart 2019 spreken we in Vlaanderen over maatwerkbedrijven. In Franstalige België spreekt men over une entreprise de travail adapté (onderneming voor aangepast werk).

Inhoud

WerkingBewerken

De doelgroepwerknemers in een beschutte werkplaats werden voor hun werk minstens het officiële minimumloon uitbetaald. Deze verplichting werd in 1975 vastgelegd in CAO 26, die in 2009 werd vervangen door CAO 99. De bepaling van het gemiddeld minimum maandinkomen gebeurt volgens CAO 43 decies. Elke beschutte werkplaats heeft bovendien een dienst preventie en bescherming op het werk (zoals elke andere onderneming die meer dan 50 voltijdse eenheden tewerkstelt), is een vzw of onderdeel van een ondergeschikt bestuur (provincie, gemeente, intercommunale, ocmw of publiekrechtelijke rechtspersoon of instelling van openbaar nut). Daarnaast waren er nog een aantal verplichtingen voor boekhouding, controle, infrastructuur en in het kader van het kwaliteitsdecreet (kwaliteitshandboek, inspraakorganen ...).

WerkaanbodBewerken

Het werkaanbod bestond vooral uit hout - en metaalbewerking, voeding, groenzorg, montage en verpakking. De beschutte werkplaatsen kenden een sterk bedrijfsmatig karakter in een organisatiecultuur met duidelijke regels en nadruk op de hiërarchische lijn.

DoelgroepBewerken

Een beschutte werkplaats ontving tot 2006 loonsubsidies voor werknemers van wie de handicap erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en die het bijstandsveld W2 (beschutte tewerkstelling) of W3 (begeleiding naar de reguliere of gewone arbeidsmarkt) zijn toegewezen. Personen die georiënteerd zijn naar de gewone arbeidsmarkt (en genieten van een bijstand via CAO26), kunnen slechts 1 jaar werken in een BW, hoewel deze periode mits motivatie verlengd kan worden.

Sinds de overheveling van de beschutte werkplaatsen naar het beleidsdomein sociale economie in 2006 werd ook de erkenning voor tewerkstelling gewijzigd. Personen met een handicap krijgen sinds 1 oktober 2008 een toelating voor tewerkstelling in een BW via de VDAB. De erkenning en subsidiëring van de beschutte werkplaatsen vanaf dan via het Vlaams Subsidie-agentschap voor Werk en Sociale Economie.

Daarnaast werkten er ook personen die lange tijd inactief zijn geweest door een ongeval of langdurige ziekte, en van wie de adviserend geneesheer van de mutualiteit tewerkstelling in een beschutte werkplaats goedkeurt voor een bepaald aantal uren en met een bepaalde opdracht. Doel is deeltijds of voltijds terug arbeidsattitude op te doen zodat de re-integratie vlot kan verlopen. Ze zijn via het via het RIZIV erkend als persoon met een handicap en werken via het systeem van de progressieve tewerkstelling of werkhervatting.

Een deel van de werknemers in een beschutte werkplaats heeft in de praktijk een lichte verstandelijke, fysieke of psychische beperking. Ze hebben een opleiding genoten in het buitengewoon secundair onderwijs of het gewoon onderwijs. Ze hebben een erkenning 'bijstand bij werk in een beschutte werkplaats' van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, het vroegere "Vlaams Fonds" of de VDAB. Een aantal onder hen maken gebruik van begeleid zelfstandig wonen of beschut wonen, is in budgetbegeleiding, in therapie, of geniet een tegemoetkoming. Het aantal personen met een matig verstandelijke handicap is in de loop der jaren licht gedaald. Een minderheid die groeit, vooral met een psychische of fysieke handicap, heeft gewoon onderwijs gevolgd en/of in het verleden in een niet-beschut bedrijf gewerkt.

Zwakke werknemers vormden oorspronkelijk het belangrijkste aandeel in het personeelsbestand van een beschutte werkplaats. De verhoogde complexiteit van de productie heeft ertoe geleid dat dit percentage gedaald is, soms tot minder dan een derde in sommige werkplaatsen. Voor de ganse sector bedroeg het aantal zwakke werknemers eind 2008 8.950 voltijdse eenheden, op een totale tewerkstelling van 14.225 voltijdse eenheden, of 57%.

WerkverletBewerken

Economische werkloosheid, door de onzekerheid om productieprojecten te behouden, is in heel wat beschutte werkplaatsen een probleem. Een systeem als jobrotatie kan ervoor zorgen dat werkloosheid zo evenredig mogelijk gespreid wordt. Daarnaast vormt ziekteverzuim sinds een aantal jaar een toenemende mate een kost voor beschutte werkplaatsen.

GeschiedenisBewerken

Revalidatie en tewerkstellingBewerken

Na de Tweede Wereldoorlog zijn beschutte werkplaatsen ontstaan uit caritatieve initiatieven die vooral personen met een verstandelijke handicap 'bezig hielden'. De oprichting van deze werkplaatsen kwam er onder meer onder druk van internationale conventies die de Belgische overheid ertoe aanzette haar revalidatie - en tewerkstellingsbeleid voor personen met een handicap te (re)organiseren en te reglementeren. Met de wet betreffende de scholing, omscholing en sociale herscholing van de mindervalide op 28 april 1958 komt er voor het eerst een georganiseerd geheel van maatregelen om personen met een handicap voor te bereiden op en te beschermen in de tewerkstelling. De term beschutte werkplaats is geboren.

RijksfondsBewerken

Vijf jaar later wordt de wet op de sociale reclassering van de mindervalide goedgekeurd. De opdracht van een beschutte werkplaats wordt verruimd. Ze moet niet enkel nuttig en lonend werk aanbieden, dus betaald en niet louter bezighouding. Van bij de aanwerving moet ook duidelijk zijn dat iemand in de mate van het mogelijke naar een normale baan in een gewoon bedrijf zal moeten groeien. Door de persoon met een handicap op te leiden en arbeid te geven waardoor hij kan evolueren, zal de beschutte werkplaats in de mate van het mogelijke zorgen voor professionele aanpassing van de 'mindervalide' aan de arbeidsmarkt. Wie geen enkel perspectief heeft op de gewone arbeidsmarkt, hoort meer en meer thuis in een dagcentrum.

Iedere Belg van wie de mogelijkheden van tewerkstelling werkelijk beperkt zijn door een vermindering van de lichamelijke geschiktheid met ten minste 30% of van de geestelijke geschiktheid met ten minste 20%, kan zich laten inschrijven bij het Rijksfonds voor de sociale reclassering van de minder valide die, na goedkeuring van de medische commissie, een ticket tot de beschutte werkplaats toekende. Ook de beschutte werkplaats zelf moet erkend worden. Zij moet aan een aantal erkenningsvoorwaarden voldoen, over een rechtspersoonlijkheid beschikken en is onderworpen aan controles van het Rijksfonds.

Vlaams FondsBewerken

Met de Staatshervorming van België in 1980 en 1988 wordt het Nationale Rijksfonds opgesplitst. Op niveau van de Vlaamse Gemeenschap wordt in 1990 het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap opgericht. De Gemeenschapsminister van Welzijn is bevoegd.

Alle Vlaamse beschutte werkplaatsen, net als alle Vlaamse personen met een handicap, kunnen vanaf 1 april 1992 een nieuwe erkenning aanvragen. Een handicap is voor het Vlaams fonds elke langdurige en belangrijke beperking van de kansen tot sociale integratie van een persoon ten gevolge van een aantasting van de mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden.

De inschrijvingsvoorwaarde voor een Beschutte Werkplaats van het Rijksfonds (meer dan 20% geestelijke handicap en 30% lichamelijke handicap) vervalt. Vanaf 1992 kunnen personen met een handicap die door de aard of ernst van hun handicap voorlopig of definitief geen beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen, hetzij voltijds, hetzij deeltijds in een beschutte werkplaats tewerkgesteld worden. Dit kunnen zowel arbeiders als bedienden zijn. Ze kunnen een oriëntatie Beschutte Werkplaats aanvragen bij het Vlaams Fonds.

Vanaf 1 januari 2000 beperkt de Vlaamse regering het maximum aantal personen met een handicap dat tewerkgesteld kan worden in de beschutte werkplaatsen (de zogenaamde 'contingentering'). Stelselmatig trokken opeenvolgende Vlaamse regeringen dit contingent op.

In 2006 is de naam van het Vlaams fonds voor sociale integratie van Personen met een handicap veranderd. Het heet nu het Vlaams agentschap voor personen met een handicap (VAPH).

Van Beter Bestuurlijk Beleid naar maatwerkBewerken

Aan de vooravond van de 21e eeuw startte operatie Beter Bestuurlijk Beleid met als doel de werking van de Vlaamse overheid, inclusief de beschutte werkplaatsen, door te lichten en te hervormen in het kader van de kwaliteitszorg. Een van de gevolgen voor de beschutte werkplaatsen was de overheveling op 1 april 2006 naar het nieuwe beleidsdomein sociale economie, waar ook de sociale werkplaatsen ondergebracht waren[1]. In het kader van een beleid rond de tewerkstelling van kansengroepen, ontstonden er plannen voor een eenheidsdecreet van sociale en beschutte werkplaatsen, met mogelijk intensievere samenwerking en fusies als gevolg. Dit zou later resulteren in het maatwerkdecreet, dat op 1 januari 2019 in voege trad. Sindsdien spreken we niet langer over beschutte en sociale werkplaatsen, maar over maatwerkbedrijven.

EvolutieBewerken

Sinds haar erkenning in 1963 tot 1986 werden in België 151 beschutte werkplaatsen erkend door het Rijksfonds, waarvan 68 in Vlaanderen. In 1987 legde de Vlaamse overheid een moratorium op aan de sector zodat er geen nieuwe werkplaatsen meer konden erkend worden[2]. Hoewel deze beperking zes jaar later werd opgeheven, kwamen er in Vlaanderen geen nieuwe beschutte werkplaatsen meer bij.

De beschutte werkplaatsen zijn doorheen de jaren uitgegroeid tot een netwerk van toeleveringsbedrijven die sterk geïntegreerd zijn in de waardeketens van vaak internationale bedrijven. Beschutte werkplaatsen werkten ook met enclaves in reguliere bedrijven. Dit houdt in dat werknemers van een beschutte werkplaats onder wettelijk bepaald voorwaarden rechtstreeks bij de opdrachtgever tewerkgesteld worden gedurende een bepaalde periode. Daarnaast hebben enkele beschutte werkplaatsen ook producten en diensten in eigen beheer ontwikkeld.

VertegenwoordigingBewerken

Op 17 november 1980 werd VLAB, de federatie van beschutte werkplaatsen opgericht in Antwerpen. Deze werkgeversfederatie werd nadien omgedoopt tot Groep Maatwerk en neemt samen met SST vzw de werkgeversvertegenwoordiging op zich binnen Paritair Comité 327.01. Op intersectoraal niveau worden de beschutte werkplaatsen - de huidige maatwerkbedrijven - in Vlaanderen vertegenwoordigd door Verso, de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen. Zij zetelen eveneens in de commissie sociale economie van de SERV.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken