Beothuk (volk)

etnische groep

De Beothuk waren een inheems Amerikaans volk dat leefde op het Canadese eiland Newfoundland. Ze leefden in familiale groepen die meestal bestonden uit 35 tot 55 personen.[1] Er zijn goede aanwijzingen dat de Beothuk bij het moment van aankomst van de Europeanen in Newfoundland amper 500 à 700 individuen telden over het hele eiland.[1]

Landkaart van Newfoundland, het oorspronkelijke leefgebied van de Beothuk

LevensstijlBewerken

Er is vrij weinig geweten over de Beothuk. Dit heeft onder andere te maken met enerzijds hun kleine aantallen en anderzijds het feit dat ze in de vroege 19e eeuw als volk uitgestorven waren. Belangrijk is ook dat zij de tactiek hanteerden om alle contact met de westerlingen te vermijden.[2] Dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere Indianenvolkeren in Noord-Amerika, die handel dreven met de Europeanen en bijvoorbeeld oorlog voerden of bondgenootschappen sloten met hen.

WoningenBewerken

De Beothuk woonden in kuilwoningen. Deze bestonden uit ondiepe kuilen met een diameter van gemiddeld 6 meter. In de kuil werd dan een wigwam geplaatst die bedekt werd met schors, waarna de aarde van de kuil over de randen van de wigwam geplaatst werd. Dit creëerde een droge en winddichte constructie waarin gedurende enkele jaren kon gewoond worden.[2]

Contact met andere volkerenBewerken

De Beothuk gebruikten wel Europese voorwerpen, voornamelijk nagels die ze eventueel bewerkten tot schrapers of pijlpunten, maar ook aardewerk. Ze verkregen deze voorwerpen niet door handel, maar door ze mee te nemen uit achtergelaten Europese seizoensvisserijnederzettingen of door achtergelaten Europees visgerei of afval.[2] Kralen die onder meer te Boyd's Cove gevonden werden lijken wel te wijzen op vreedzame handel met vermoedelijk de Mi'kmaq of de Innu.[2]

OndergangBewerken

De komst van de Europeanen – die zich langsheen de kusten vestigden – dwong de Beothuk geleidelijk aan om hun op de zee gerichte levensstijl te verlaten en zich zo veel als mogelijk op het afgelegen binnenland te richten. Dit bemoeilijkte hun overleven, net zoals de ziektes die Europeanen meebrachten en waartegen ze niet immuun waren, zoals tuberculose. Sommige Europese kolonisten deinsden er bij momenten overigens niet voor terug om Beothuk systematisch te vermoorden wanneer men hen toch tegenkwam, inclusief vrouwen en kinderen.[3]

ShanawdithitBewerken

De laatste gekende volbloed Beothuk was een vrouw genaamd Shanawdithit (ca. 1801–1829), die in 1823 tezamen met haar moeder en zus van de hongerdood gered werd door Europeanen. Zij was de enige van de drie die niet snel bezweek aan tuberculose en ze leefde nog jaren als dienstmeid bij John Peyton Jr. Deze maakte vele notities over de Beothukcultuur op basis van Shanawdithit's verklaring, die zelf ook tekeningen maakte. Dit zijn cruciale bronnen voor studie van de Beothuk. Na haar dood in 1829 (aan tuberculose) werd haar volk officieel als uitgestorven verklaard. Door het uitsterven van de Beothuk is er zeer weinig bekend over hun taal.

Archeologische sitesBewerken

Het merendeel van de hedendaagse kennis van de Beothuk is afkomstig uit archeologische vondsten. Newfoundland telt twee belangrijke Beothuksites die erkend zijn als National Historic Site of Canada. Het betreft enerzijds de Beothuksite van Boyd's Cove aan de noordkust van het eiland, waar een gebouw ingericht is als museum en interpretatiecentrum.[4] Anderzijds is er ook de goed gedocumenteerde site van Indian Point, die gelegen is nabij het Red Indian Lake centraal op het eiland.[5]